De generale synode geeft leiding aan het leven en werk van de kerk als geheel. De gemeente is geroepen om de weg van het verkondigen van de kerk voort te zetten.
HET BELIJDEN
De klassieke vergadering brengt de generale synode en de betwiste partij op de hoogte van haar besluit. De generale synode benoemt – na ontvangst van het door de klassieke vergadering overgebrachte gravamen – uit haar midden een voorbereidende commissie, die de bezwaren hoort en advies inwint bij het kerkelijk lichaam dat werkzaam is op het gebied van kerk en theologie.
DE GEMEENTEN
Het brede overleg van de klassieke vergadering kan beslissen over de oprichting van een nieuwe congregatie. De klassieke vergadering kan besluiten een gemeente te ontbinden – op verzoek van de kerkenraad, of.
HET AMBT EN DE ANDERE DIENSTEN
Hiervan kan alleen worden afgeweken met goedkeuring van de brede commissie van de klassieke vergadering. De verkiezing van een predikant vindt plaats in een vergadering van de stemgerechtigde leden van de gemeente, bijeengeroepen door de kerkenraad.
DE AMBTELIJKE VERGADERINGEN
Jaarlijks treedt ongeveer een vijfde van de leden van de klassieke vergadering af. De klassenpastor geeft vorm aan de verantwoordelijkheid van de klassengemeente om toezicht te houden op gemeenten en functionarissen. De gemeenten worden door de brede raad van de klassieke vergadering in ringen bijeengebracht.
Alle leden van de Evangelisch-Lutherse Synode worden tegelijkertijd gekozen voor een periode van vier jaar. De Kleine Synode omvat ten minste één Evangelisch-Luthers lid van de Generale Synode. De Generale Synode onderhoudt de officiële organisatie voor het werk van de Kerk.
DE EREDIENST
De zegening wordt uitgevoerd door de pastoor van de gemeenschap of een andere predikant die door de kerkenraad is uitgenodigd na overleg met het huwelijksgezelschap, volgens een van de voorschriften uit het liturgisch boek. De kerkmuzikant leidt de gemeentezang en het verdere muzikale beeld van de dienst. De kerkmuzikant wordt benoemd door de kerkenraad na overleg met het bestuur van kerkbestuurders, bij voorkeur uit de kerkleden.
Zestien worden benoemd door de parochieraad, op voordracht van de kerkenraad, bij voorkeur uit de leden van de kerk. De kerkenraad neemt een besluit over de inrichting van het kerkgebouw, na overleg met het kerkelijk lichaam dat in het gebied actief is. Met het oog op de dienst en andere feestdagen stelt de overkoepelende synode orden vast, die samen het kerkdienstenboek vormen.
DE HEILIGE DOOP
De kerkenraad zorgt ervoor dat de namen van degenen die in de gemeente gedoopt zijn, worden opgenomen in het doopboek van de gemeente, rekening houdend met de instructies die de generale synode daaraan geeft. De kerkenraad geeft aan degenen die gedoopt zijn of – in het geval van een kinderdoop – aan de ouders, een verklaring af dat de doop heeft plaatsgevonden. De kerkenraad kan desgevraagd ook achteraf een afschrift van de in lid 2 bedoelde verklaring afgeven, maar alleen voor doeleinden waarvan wordt aangetoond dat deze niet in strijd zijn met de belijdenis van de kerk.
Indien de doop plaatsvindt op verzoek van iemand die is ingeschreven in een andere gemeenschap van de kerk, informeert de kerkenraad van de gemeenschap waar de doop heeft plaatsgevonden de kerkenraad van die andere gemeenschap. De doop verricht binnen een andere kerkgemeenschap wordt door de Protestantse Kerk in Nederland erkend indien de generale synode dit ten aanzien van een dergelijke kerkgemeenschap heeft verklaard, en anders indien vaststaat dat deze doop in of namens een christelijke kerk is verricht. is. of een gemeenschap van christenen werd van water voorzien door een persoon die daar bevoegd was om de doop toe te dienen en in de naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest. Indien een gedoopte, wiens doop is erkend of wordt erkend door de kerkenraad, wil worden toegelaten tot een gemeente van de Protestantse Kerk in Nederland, zal de kerkenraad de redenen onderzoeken en beslissen of betrokkene dat wil doen. toegelaten worden als lid van de gemeente.
HET HEILIG AVONDMAAL
DE MISSIONAIRE, DIACONALE EN PASTORALE ARBEID VAN DE GEMEENTE
De gemeente vervult haar diaconale opdracht elders in de wereld met behulp van en onder lei- ding van de diakenen en, in samenwerking met de daartoe aangewezen organen van de kerk, met inachtneming van het bepaalde in ordinantie 14. De gemeente is geroepen tot de vervulling van haar pastorale opdracht door het verlenen van herderlijke zorg. Deze pastorale opdracht betreft zowel de leden van de gemeente, de niet-gedoopte kinderen van leden van de gemeente en hen die blijk geven van verbondenheid met de gemeente, als ook anderen die herderlijke zorg behoeven.
De pastorale zorg voor elkaar en voor anderen krijgt gestalte in het leven van de leden van de kerk, die worden aangemoedigd om voor elkaar en voor anderen die dat nodig hebben, zorg te dragen, evenals in het pastorale werk dat door en onder anderen wordt verricht. Er wordt gezorgd voor leiderschap van predikanten en ouderlingen. De kerk vervult haar pastorale missie mede in de omgeving waarin zij leeft, en geeft daarmee uitdrukking aan de verbondenheid met het bijzondere pastorale werk dat er plaatsvindt. In de vervulling van haar missionaire, diaconale en pastorale roeping zoekt de congregatie samenwerking met andere lokale kerkgemeenschappen.
DE GEESTELIJKE VORMING
Degenen die publiekelijk hun geloof belijden, worden daardoor tot de belijdende leden van de kerk gerekend. De openbare geloofsbelijdenis vindt plaats in de kerkdienst van de gemeenschap volgens één van de voorschriften uit het kerkdienstboek. Opname onder de leden van de gemeenschap kan in bijzondere omstandigheden ook plaatsvinden met toestemming van de kerkenraad door het afleggen van een geloofsbelijdenis ten overstaan van de kerkenraad of zijn vertegenwoordiger.
De namen van degenen die overeenkomstig de bepalingen van dit artikel tot de belijdende leden behoren, zullen worden opgenomen in het biechtboek van de gemeente. In dit beleid geeft de gemeente uitdrukking aan haar medeverantwoordelijkheid voor het opleiden en toerusten van jongeren. De kerkenraad is verantwoordelijk voor de wijze waarop het werk met en ten behoeve van de jongeren wordt uitgevoerd.
HET OPZICHT
De hoofden van de klassieke gastcolleges vormen samen het algemene gastcollege. Het toezicht op de leden van de gemeente berust – met inachtneming van de overige bepalingen van deze verordening – bij de kerkelijke (districts)raad. Indien het toezicht op bekentenis en gedrag betrekking heeft op een beslissing in beroep ter zake van de toepassing van een van de middelen van kerkelijke tucht, wordt dit toezicht voor toezicht opgedragen aan de algemene raad.
De leden en geassocieerde leden van de klassieke colleges zijn tevens geassocieerde leden van de andere klassieke colleges. Een adviserend lid wordt benoemd uit de belijdende leden van de kerk en is bij voorkeur woonachtig in de jurisdictie van de betreffende raad. De formulering van een besluit om een middel tot kerkelijke tucht toe te passen omvat de overwegingen van de feiten en de redenen die aan het besluit ten grondslag liggen.
DE VERMOGENSRECHTELIJKE AANGELEGENHEDEN
De diaconie van de gemeente wordt vertegenwoordigd door de voorzitter en de secretaris van het college van diakenen tezamen. Het classicale college voor de behandeling van beheerszaken is bevoegd om op gemotiveerd verzoek van de kerkenraad uitstel voor een door dit college te bepalen periode te verlenen. Zij wordt vertegenwoordigd door de preses en de scriba van de classicale vergadering teza- men.
De brede klassieke vergadercommissie wijst voor elk van beide een plaatsvervanger aan. De financiële commissie is betrokken bij het toezicht op de financiële zaken van evangelisch-lutherse gemeenten. De leden van de generale raad worden benoemd door de generale synode op voordracht van de klassieke colleges voor de behandeling van managementvraagstukken en de evangelisch-lutherse synode.
DE BEHANDELING VAN BEZWAREN EN GESCHILLEN
De algemene raad voor de behandeling van bezwaren en geschillen benoemt uit zijn gelederen een secretaris. De in lid 1 genoemde bezwaren tegen een besluit van een ander kerkelijk orgaan dan de hiervoor genoemde worden voorgelegd aan de algemene raad voor de behandeling van bezwaren en geschillen. Een geschil dient door (een van) de betrokken partijen schriftelijk in de vorm van een bezwaarschrift te worden voorgelegd aan het college dat bevoegd is voor de behandeling van bezwaren en geschillen.
Een college voor de behandeling van bezwaren en geschillen beslist bij gewone meerderheid van stemmen. Een klassiek college stuurt ook een exemplaar naar het algemeen college voor de behandeling van bezwaren en geschillen. Een besluit genomen door een klassiek college voor de behandeling van bezwaren en geschillen, met uitzondering van het genoemde in lid 5 van dit artikel, is mogelijk.
DE OPLEIDING EN VORMING VAN PREDIKANTEN
De raad van toezicht bestaat uit vijf leden, die worden benoemd uit de belijdende leden van de kerk. De meerderheid van de leden van de raad van advies is lid van de kerk. Het college stemt niet in, voordat het voor de benoeming goedkeuring van de raad van toezicht voor de Protestantse Theologische Universiteit en van het moderamen van de generale synode heeft verkregen.
Het seminarie wordt beheerd door de Raad van Bestuur van de Protestantse Theologische Universiteit. De kerk besteedt bijzondere zorg aan de voorbereiding op de dienst van predikant, degenen die in het kerkalbum zijn geregistreerd. Degenen die zijn ingeschreven in het kerkalbum nemen deel aan het onderzoek naar geschiktheid voor de pastorale bediening.
HET LEVEN EN WERKEN VAN DE KERK IN OECUMENISCH PERSPECTIEF
Besluiten daaromtrent worden door de generale synode genomen in overleg met de synode van de kerk waarmee de bijzondere betrekking wordt aangegaan. Indien daartoe eveneens wijzigingen in de kerkorde noodzakelijk zijn, worden die volgens het bepaalde in artikel XVIII van de kerkorde aangebracht. Na de be- handeling van de consideraties van de classicale vergaderingen vindt in de generale synode de vaststelling in tweede lezing en de eindstemming plaats over het besluit tot vereniging.
De kerk vervult haar missionaire en diaconale opdracht in voorbede, getuigenis en dienstbaarheid, rekening houdend met de samenhang tussen en de eigenheid van het missionaire en diaconale werk van de kerk. Het zendings- en diaconale werk van de kerk buiten Nederland is - met inachtneming van het bepaalde in lid 1 - gericht op: De generale synode heeft een bijzondere taak in het verzorgen van het zendingswerk van de kerk binnen en buiten Nederland - bijgestaan door orgels van de kerk die op dit gebied actief zijn.