• Tidak ada hasil yang ditemukan

Voor Wilhelmina en voor Kruger

N/A
N/A
Protected

Academic year: 2024

Membagikan "Voor Wilhelmina en voor Kruger"

Copied!
27
0
0

Teks penuh

(1)

I

i

EN

voor Kruger.

VERTALINGEN

DOOR

A. PIJNACKER HORDIJK.

WILHELIIIN.A.EQU.E

KBUGERIQUE.

PATRIAEQUE PATRIQUE ( Voor mijn Vaderland en mijn Vader.)

Spreuk van FREDERIK HENDRIK.

1900/1901.

E. V AN BERGI!:N & Co.

NAALDWIJK.

(2)

WILHELMINAEQUE

KRUGERIQUE.

(3)

V oor Wilhelrnina

E

\TOOT Kruger.

VERTALINGEN

DOOR

A. PIJNACKER HORDIJK.

WILHELMINAEQUE

KRUGERIQUE.

PATRIAEQUE PATRIQUE (Voo?' rnijn Vade?'land en rnijn Vade?'.)

Spreuk van FREDERIK I-IENDRIK.

1900/1901.

E. V AN BERGEN & Co.

NAALDWIJK.

(4)

Aan Dr. J. W. G. V AN OORDT

IN ZUIO.AFRIKA,

PEN SCIIRIJVER VAN ,SLAGTERSNEK", ENZ.

PEN VERDEDIGER VAN AFRIIC\'S ARISTOI TEGEN ,GOUDGIEREN"

EN EENE 11ZWARTE MASSA",

MIJNEN ONVERGETELIJKEN LEERMEESTER AAN HET

HAAGSCHE GYMNASIUM

WORDT PIT BUNDELTJE VERZEN MET PIEPEN EERBIEP

TOEGEZONPEN POOR

DEN VERZAMELAAR EN VERTALER.

(5)

~ ie stelt nu geen vertrouwen

1-i n Hollands Koningin ;

t:-1 aat Afrika onthou'en

Ill

aar moed, Haar vrijheiuszin.

t:rj (m volk wil God ons maken :

t:-1 aat Vrijstaat en Transvaal

t== et ons tot God genaken

1-j n eene zelfde taal ;

2:

aar Godes gunsten haken ;

~ an Hem de zegepraal I

p::j omt Ge uit Afrika

pj aad en h ul pe vragen : c:j it den nood weldra,

l:j) eev' God zijnen knecht,

l':l erlijk scheidsgerech t,

p;;j ooineks nederlagen.

(6)

TER INLEIDING.

De Uitgeve1· de1· ,Nieuwe Westlandsche Cou1·ant" in rnij-n.e geboo1·teplaats N aaldwijk, tvien ilc evenals a an de ,P?·ovinciale Gelde1·sche en Nijmeegsche Com·ant" in mijne tegemvoo?·dige woonplaats eenige ver lalingen ·van in het b1titenland verschenen K1·uger-verzen ter plaaising zond, wilde ze in een bundeltje vereenigen. Ik had er niets op tegen ; door de toezending kan men soms dezen en genen genoegen doen. Oolc is het een veilig heidslclep ·voo1· T?·ans·vaal-enthoHsiasme en, ilc rnag e?' u·el bijvoegen, sinds het lcloelce Oranje- ka?·akte?' onze?' aangebedene Vorstin. openbaar werd, voo1· Wilhelmina-vereeri11g.

De profetie van Coppf>e is gelukkig niet uitgekomen. Zijn gedicht had in Bm·lijn rnoeten ·verschij11en, in het Duitsch. Toch moet ik in dit opzicht Coppce en elk nationalisn-w gelijk geven, dat zij die zoo tegen lce?·kelijken invloed gekant zijn nu weten 'l.vat staatkundige invloed beteekent. Het onbeschaarndste egoisme is immers doo1· Von Bii.low verkondigd. Dat er dus een intemationaal plebisciet kome ter verdedigi11g van de ideale goederen de1· Menschheid. Dat de behoefte wakker wo?"de aan de hem·schappij van dien Koni11g des Vredcs en der

Gm·echtigheid waa1·van elk Km·stfeest getuigt.

JJ[ee?' mag ik nu niet schrijven. Bet bu11deltje is le Hein en wil beRcheiden zijn. Liet•er plaats ilc him· de meesterlijke vertaling in het Et1gelsch ·van Rameau's gedicht aan ome Koningin, om dat internationale plebisciet waan:an ilc sprak alvast vollediger te maken. Die t'ertali11g is van JJiaarten JJ[aartens, een IIollandm· in Engela11d. Ik wenschte wel dat mijne ve1·talingen de zijne meer nabij kwarnen. Het gedicht van Edmond Rostand ,A K1·uger" was ?'eeds ve1·taald en 11itgegeven door Jan Baarslag (Amsterdam, cheltema en Bolkema's Boekhandel) en wordt hie1· dus niet opgenomen doch zee1· aanbevolen.

A. PIJNACKER RORDIJK, Waalsch P1·edilcant.

NIJMEGEN, Kerstmis HlOO.

(7)

TO HER MAJESTY QUEEN WILHELMINA.

Girl Queen of Holland, maid of royal soul ! By most imperial virtue called to reign Beyond the birthright of thy small domain, Queen of the world from listening Polo to Pole ! All thrones are thine, for Europe owns thy sway ! There beats no heart that dotb not beat for thee.

The smitten of despair beyond the sea

Lift up their eyes and, once more hopeful, pray.

Alone, the single hero of them all,

Thou stoodst among the cowering crowd of kings, With arm uplifted, as a rose-tree flings

Its wealth of blooms te break the oak's slow fall.

Alone, tby voice sank hushful on our fears, Our wretched doubts amid a world's decay, If God still lived, when devils win the day, For in thy smile his heaven reappears.

0 grateful smile that broke across our hurt, Soft touch that cooled the hunted lion's brow I 0 royal swan amid the vultures, thou

Hast flung a gleam of white upon our dirt.

0 Woman's soul, in whom awakening, The soul of man takes heart again : by thee Poets once more believe in poesy,

As, when the birds are back, the woods believe in spring.

Then be the poet;;' Queen : thy throne be set For ever in their song : their ~ervice showers Glories about thy path : undying flowers Blend on thy brow the poet's coronet.

Their songs shall bid all sorrow sink away.

L0ve, lovingkindness shall attend thy train.

And, at thy word, across the reeking plain God's sun of peace shall light a better day I

MAARTEN MAARTENS.

(8)

A SA MAJESTE LA REINE WILHELMINE.

0 Reine de vingt ans, majeste frele et blonde, Pouvant regner .'lans sceptre et vaincre sans combats, Votre etoile vous fit reine des Pays-Bas :

Votre auguste bonte vous fait reine du monde.

Vous n'aviez q u'un royaume, et l'Europe est

a

vous ; Partout ou bat un coour vous mettez votre empire;

Chaque desespere qui souffre et qui soupire Se sent votre sujet et tombe

a

vos genoux.

Vous seule, entre les rois, fites le geste male;

Vous seule avez tendu vos mains vers le malbeur, Comme un rosier soutient de ses rameaux en flelll' Un cbene vermoulu touche par la mort pale.

Vous seule avez fait Cl'oire, en ce monde trop vieux Ou les anges plaintifs sont chasses par les Mtes, Que le Dieu juste et bon plane encor sur nos letes, Et, sans votre sourire, on eut doute des cieux l Oh I merci pour avoir souri vers la Tristesse Et flatte le lion qui ralait sous les loups,

Pour avoir, comme un cygne effarant des hiboux, Mis un peu de grandeur sur notre petitesse l o Femme! par vous l'homme est rehabilite, Par vous son front s'exalte encore et s'extasie, Les poetes par vous croient

a

la poesie,

Comme les bois froles d'oiseaux croient

a

l'ete.

Aussi soyez leur reiue et que, dans leur memoire, Votre trone

a

jamais s'erige; que leur m'ain Effeuille du bonbeur, pour vous, sur le chemin, Et tresse

a

votre front les roses de la gloire.

Que leurs chants bien rythmes ecarteut les Douleurs;

Que la Paix et l'Amour soient seuls votre cortege, Et que le soleil blond vous rie et vous protege Comme un porte-etendard promenant vos couleurs.

JEAN RAMEAU.

(9)

AAN H. M. KONINGIN WILHELMINA.

0 blonde Majesteit, die met uw teedre handen

Kunt heerschen schepterloos, verwinnen zonder zwaard, U w groole goedheid zalft U Koningin der aard ; Vorstin van twintig jaar; Gij, kroon der Nederlanden I Ei'm rijk slechts lladt Gij, gansch Europa juicht U toe;

AI waar een hart klopt wil het U geheel behooren;

Wie diep verslagen is, in 'slevens leed verloren, Voelt zich U w onderdaan en kust U w zachte roe.

Geen Koning, Gij, Vorstin I deedt manlijk kloeke daden;

Naar rampspoed hebt Gij slechts Uw handen uitgebreid;

Gelijk een rozenstruik vol bloemen steun bereidt Aan den vermolmden eik, met dorrend loo£ beladen.

Gij wekt weer nieuw geloof op 't oude wereldrond.

Waar de Englen klagend zijn verjaagd door wilde dieren, Gaat overal de plant van 't go.dlijk Recht weer tieren,

Waar zonder U wen lach elk hart slechts twijfel vond.

Heb dank I U w glimlach heeft der Droefheid troost gegeven ; Gij hebt gestreeld den leeuw, door wol venmuil belaagd;

Gij hebt, o blanke Zwaan I den nachtuil opgejaagd;

lets groots hebt Gij gewrocht in 't klein en nietig leven.

Uw daad geeft iedren man, o Vrouw, weer zelfrespect;

Door U mag hij het hoofd bezield weer opwaarts heffen ; Door U gaat poezie der dichtren hart weer treffen,

Als zomerdroom voor 't bosch, door vooglenwiek gewekt.

W ees ook bun Koningin ; in bun berinneringen Sta immer opgericht Uw troon; o, 't zij bun zoet,

Waarheen Ge U wendt, geluk te strooien voor U w voet, Uw hoofd te omkransen, ja, altoos Uw roem te zingen.

Dat bun welluidendst lied, Vorstin ! U w tranen droog' ; Dat Vrede en Liefde alleen U volgen op U w wegen;

De zon U toelach', goudblond schittrend, U ten zegen, Uw kleuren meevoer', zegevierend naar omhoog.

(10)

Au President Krilger.

Salut, noble vieillard, qu'une guerre inhumaine Fa.ite au mepris des Lois et de la L i.berte, Forya d' abandonner cette terre Africaine, Ou ton peuple resiste encore avec fierte.

Honneur

a

toi 1 ... Vers nous, c'est un Dieu qui t'amene;

Paris t'offre, en ce jour, son hospitalite;

Ta gloire a retenti sur ces bords de la Seine, Te precedant, te conquerant Droit de Cite.

Tu passes panni nous, fier et vaillant exemple De l'Heroi:sme Antique adore dans le Temple;

Tu fus, tu restes grand .... Tu n'es pas abattu.

Dignement, saintement, tu gravis ton Oalvaire, Soulevant sur tes pas le transport populaire ; Et le monde indigne proclam.e ta Vertu 1 ...

EnouARD No:Er,.

Aan President Kruger.

Wees, grijsaard! ons gegroet, wien 't wreed onmenschlijk [woeden Des oorlogs, u verklaard ten spijt van 't heiligst Recht, Genoopt heeft van dat land geroerd u weg te spoeden, Waar 't vrijheidlievend volk nog pal staat in 't gevecht.

U eeren wij! uw goed gesternte doet u landen

Op Frankrijks bodem, die u troost biedt in uw smart;

De trotsche Seinestad draagt u op beide handen, Uw roem gaat u vooruit; gij vraagt en wint elks hart.

En nu bezoekt gij ons, voortreffelijk exempel

Van d' ouden beldenmoed, vereerd in 's barten tempel;

Gij waart, ook blijft gij groot .... V erslagen zijt gij niet.

Hoe waardig, beiliglijk schrijdt gij ten kruisberg henen;

Al waar gij komt wekt gij 's volks juicben en zijn weenen;

Uw deugd ontroert te meer bij 't onrecbt dat geschiedt.

(11)

A la reine Wilhelmine.

L'avenir benira le nom de Wilhelmine, La reine qui devant l'infortune s'incline;

Et les rudes pccheurs de la Meuse et du Rhin Feront un digne accueil au grave pelerin.

Il sait que la Hollande est le pays des braves Dont les robustes cmurs sont vierges des entraves;

Et que leurs bons ai:eux, les hews d'autrefois, Lorsque Tromp et Ruijter donnaient du porte-voix, Sur les flots irrites disaien t

a

1 'Angleterre :

"Il est temps pour tes fils de regngner la terre I"

Les peoples beniront la reine d13 vingt ans

Qui sourit au vieillard comme un jeune printemps.

ANDRE LEMOY 'E.

Aan Koningin Wilhelmina.

Ja, Wilhelmina's naam zal 't nageslacht verhoogen, Zij is de Koningin die tranen af wou drogen.

Van 't visschersvolk der zee, langs Maas en Rhijn en Waal, Brengt elk zijn warmsten groet den pelgrim uit rrransvaal;

llij weet oud-Holland is het goede la11d der vromen, Uit wier robuste borst geen streken kunnen komen ; En dat bun voorgeslacht, die stoere, wakkre helden, Toen Tt·omp, de Ruijter satun dor zee hun wetten stelden, Op 'L kokenrl, bruisend nat verkond'den Engeland :

"U w scheepsvolk moest maar suel zich bergen aan den kan t."

Elk volk U zeegnen znl, Vnrstin van twintig jaar, U w glimlach Kruger Lroost, als of 'L een sprookje waar'.

(12)

A KRUGER, debarquant

a

Marseille.

Done la France n'est pas le but de ton voyage, Done, ce n'est pas

a

nous que tu penses en mer, Indomptable vieillard,

o

stoique Kruger,

Sacre par le malheur, par l'exil et par l'age.

Jadis

a

tout proscrit,

a

tout persecute,

La France ouvrait ses bras comme une tendre mere.

Pour nous, ses fils dechus, quelle tristesse amere Qu'elle ne t'offre pas son hospitalite I

Tu vas la traverser, mais l'ignoble police Ecartera le peuple accouru sur tes pas.

Passe vite, Kruger I Tu ne comprendrais pas Que des tyrans du jour il n'est pas le complice.

Passe vite! A cette henre, ainsi qu'un vil troupeau, Il obeit

a

l'ordre infamant, d'etre lache,

On brise son essor vers toute noble tache, Et la honte palit les couleurs du drapeau.

Passe I La pauvre France est toute endolorie Du poison qui la ronge et qu'on lui verse encor.

Passe! Tu pourrais voir se dresser le V eau d'or Ou jadis s'elevait l'autel de la Patrie.

Passe, mais ne sois pas injuste dans ton deuil.

Devant toi, grand vaincu, sous le joug qu'il secoue, Tout FraL<;ais rougira. Que ce sang sur sa joue Te rappelle le sang de Villebois-Mareuill

Sache bien que nos cceurs ne sont pas si debiles, Qu'ils ont fremi devant le combat inegal

Ou ces heros, les fiers paysans du Transvaal, De tous leurs defiles ont fait des Thermopyles.

Et, quand tu passeras parmi nous, redis-toi

Que pour nous tous ta cause est auguste et sacree.

Si l'Europe fut lache et s'est deshonoree,

N'accuse que les chefs; les peuples sont pour ·toi.

Et le peuple fran9ais surtout I Non cette clique, Ce parlement pourri, ces ministres tremblants, Qui, pour ton infortune et pour tes cheveux blancs, N'ont pas d'asile en leur soi·disant republique I Mais le peuple, moi, tous !. .. Ab I notre bon renom D'autrefois, qu'en ont fait nos maitres? Quel supplice !. ..

Tu passes, grand vieillard, en demandant justice, Et l'Histoire ecrira que la France a dit: non.

FRAN9ors CoPP:EE.

(13)

Aan KRUGER, landend te Marseille.

Dus Frankrijks heilge grond is 't doel niet van uw tocht, Aan ons denkt gij dus niet op 't wijde vlak der 'zee, 0 Kruger, grijsaard, held, stoer pal staand onder 't wee, Door ballingschap gewijd, door 't leed niet overmocht.

Eertijds, - was men gevlucht, verbannen, opgejaagd, 't Was Frankrijk, dat elkeen in moederarmen sloot;

Dat het oudvader Kruger geen gastvrijbeid bood,

Voor Frankrijks zonen, welk een scband' nu, godgeklaagd I Vlieg nu door 't dim·bre land, politiemacht houdt wacht, Weerhoudend ieder, die deelnemend naar u ziet;

Stoom, Kruger, ijlings door; begrijpen zoudt gij 't niet,

Hoe 't volk, hoe Frankrijks volk, die tyrannie veracht.

IJl voort I "W ees laf" is nu het wachtwoord iedren dag;

Een kudde schapen zijn wij, geestdrift is niet meer;

Wil men iets nobels ; weet, men knot u, lamt uw veer, En schande, Frankrijk, bleekt de kleuren van uw vlag.

Oom Paul, houd biN' niet stil ; in Frankrijks leden brandt Het gif, 't smartwekkend gif, dat men ons biedt voor zalf;

Ga ijlings door, gij moest eens zien het gouden kalf, Waar eertijds zich verhief 't altaar van 't Vaderland.

Ga ijlings door; klinkt u in 't oor rouws klokgelui, Wees jegens ons rechtvaardig; o, der wangen rood, Waar elk aan 't juk schudt, dat hij van zich stoot, Herinner u het bloed van Villebois-Mareuil.

Weet wel, ons hart is niet zoo krachtloos, zoo gedwee;

Hoe bebben wij getrild bij 't ongelijke staal, Waar deze helden, fiere Boeren van Transvaal, Van iedren bergpas maakten bun Thermopylae.

Vergeet toch nimmer op uw reize door ons land, Voor iede1· onzer is uw zaak het hoogste weerd;

Was gansch Europa laf en heeft bet zich onteerd, Beschuldig slechts de chefs, elk volk is op uw hand.

En 't Fransche volk vooral ! Neen, niet die poovre kliek, 't Ontaarde parlement, 't minisirendom vervaard,

Dat voor uw ouderdom, uw ram1'spoed zoo eerwaard, Geen schuilplaats aanwijst in bun quasi republiek.

Maar 't volk, ik, alien 1. .. In wat afgrond voert gij been Onz' eertijds goeden naam, tyrannen! Kwelling groot I Eerwaarde grijsaard, gij gaat vragend recht in nood En het geschiedblad meldt, dat Frank1 ijks woord was : neen I

(14)

A L 'EMPEREUR ALLEMAND.

Alors, quand ce vieillard que seul defend son age, Venait vers vous tout confiant,

Qu'il avait accompli ce perilleux voyage, Qu'il apparaissaH en croyant;

Quand, ayant traverse les deserts de l'Afrique, Et franchi les mers aux fiots bleus, Il etait accueilli par la clameur publique,

Semblable

a

l'envoye des cieux;

Quand il se presentait, simple, comme un apotre, Defenseur d'un peuple opprime,

La Bible en sa main droite et vous montrant de l'autre Son fianc par le fer abime;

Quand il vous croyait grand, quand il vous ·croyait juste, Aussi juste, aussi grand que lui ;

Quand il se rappelait votre parole auguste, Pour revendiquer votre appui;

Quand, contre l'oppresseur, votre peuple lui-meme Prenait parti pour le vaincu,

Qui porte comme vous, au front, un diademe, La couronne d'un chef elu ;

Quand il accomplissait un saint pelerinage Au milieu des cris triomphants,

Implorant, lui, vaincu, votre haut patronage Pour des femmes, pour des enfants.

0 honte I Vous n'avez dans votre ame, aussi seche Que le sable au desert bnllant,

Trouve pas autre chose ... une froide depeche Pour dire

a

ce vieillard : Va-t'en.

Ah I Sire, prenez gm·de; il en est temps encore.

Voulez-vous braver l'Univers?

Pour la cause de Dieu, cet homme vous implore;

Il veut que vous brisiez ses fers.

Craignez que le comToux du Ciel, bientOt peut·etre, Vengeant les peuples sur les rois,

Si vous ne l'ecoutiez, ne vo::~s fasse connaHre Que seuls les peuple.s ont des droits;

Qu'ils ne les ont remis en votre main supreme, Confiants dans votre 'qui

le,

Que pour que vous soyez, au nom de Dieu lui·meme, L'arbitre de l'Humanite.

(15)

AAN DEN DUITSCHEN KEIZER.

0, toen die oude man, beschermd slechts door zijn jaren, In vol vertrouwen tot U kwam,

Aan 't einde van die reis, door talloos veel bezwaren, Die hij geloovig op zich nam ;

Toen hij dwars door woestijn en zee en 's vijands strikken Euroop verscheen als Godsgezant;

'foen aller jubelkreet den gr~isaard kwam verkwikken, Als hij belandde op Frankrijks strand;

Toen hij naar voren trad met d'eenvoud eens profeten, Als een apostel van zijn volk,

Den bijbel tot zijn troost, z\in o0gen oat bekreten, Der armen, der verdrukten tolk;

'foen hij in U geloofde, U groot dacht en rechtvaardig, Door 't zelfde rechtsgevoel bezield,

Daar hij 't gevleugeld woord, zoo vorstlijk, edelaardig, Steeds dankbaar in herinriog hield ;

Toen 't Duitsche volk, U w volk, voor hem die hulp kwam Partij trok tegen de overmacht ; [ vragen, Voor hem, die ook als Gij een diadeem mag dragen,

Verkoren door een vrij geslacht ;

Toen hij dien pelgrimstocht, die heilge taak vervulde, 't Volk juichend aan zijn leus gehecht,

Toen hij voor vrouw en kind bescherming vroeg en hulde V oor waarheid en voor scheidsgerecht ; -

- Toen vond, o schande I U w hart, ineengeschrompeld, droger Dan 't zand der dorre woestenij,

Voor d'ouden man geen troost, geen enkle boodschap hooger Dan 't koele woord: ga weg van Mij. -

Bedenk U, Majesteit I 0, wil nog ommekeeren ; 't Is Godes zaak, waarv0or hij smeekt ;

Wilt Gij het gansch heelal, den hoogen God braveeren : Hij wil, dat Gij zijn keetnen breekt.

Vrees 's Hemels heilgen toorn; weet, spoedig kan 't gebeuren, Dat God het recht der volkren wreekt,

Als Gij niet aanstonds hoort, te laat zoudt Gij 't betreuren, Als 't uur slaat, dat Gods oordeel spreekt.

Want weet, daarom alleeu wil 't volk zich aan U hechten, Vertrouwend niet op ijdlen schijn,

Opdat Ge in Godes naam zijn rechtszaak uit zoudt rechten, Scheidsrechter van de menschheid zijo.

(16)

Willkommen Ohm Paul.

Willkommen Ohm Paul, im deuischen L'lnd, Unsre Herzen rufen: Herein I

Unser Blut, Ohm Paul, is mit Deinem verwandt, Ist stolz drauf, es zu sein.

Und wiire das Blut nicht unser Blut, Das Dir in den Adern fl.ieszt, Ohm Paul, wir zogen dennoch den Hut

U nd sag ten Dir "Sei gegriiszt I"

Wer so kiimpft, wie Du kiirnpfst fiir das Menschheitsrecht, Der ist allen Menscheu verwaudt;

Wer so spricht, wie Du sprichst: "LiebertodtalsKnechtl"

Den versteht man in jedem Land.

Darum ehren wir Dich, im Biirgerkleid, Wie man miichtige Konige ehrt;

Dein graues Haupt und Dein Herz voll Leid Sind uns heilig, teuer und werth.

Und Dein Gott, Ohm Paul, ist auch unser Gott, Wie Du glaubst, so glauben wir auch : Den Triumph des Menschen zerbricht der Spoit,

Sein Leiden zerbHist ein Hauch.

Und wie Deutschland einst urn die Freiheit stritt, Ohm Paul, wir denken daran ;

Drum, wenn Du betest, wir beten mit :

"Herr Gott, erhore den Mann I"

ERNST VON W ILDEN13RUCIL

(17)

Wees welkom Oom Kruger.

Wees welkom, Oom Kruger I in 't Dietsche land, Elks hart roept : Oom Paul, treed binnen I Want ons bloed, Oom Paul! is aan 't uwe verwant,

Trotsch zijn wij uw vriendschap te winneu.

En ware ook ons bloed niet hetzelfde bloed Dat ook door uwe aderen vloeit,

Toch brachten we, Oom Paul! de hand aan den hoed En riepen: ,Kom hier I" onvermoeid.

Wie zoo strijdt als Gij strijdt voor 's menschen recht, Hij is all en menschen verwan t,

Wie zoo spreekt als Gij spreekt: ,liever dood dun knecht !"

Dien begrijpt men in ieder land.

Daarom eeren wij u in uw burgerkleed, Gelijk men de Machtigsten eert,

Want uw grijsheid, Oom Kl'llger, uw hart vol leed, Zijn ons heilig, op 't hoogst gewaardeerd.

Want uw God, Oom Paul, is ook onze God, Wij gelooven zoo innig als gij,

Dat met 's menschen victorie d' Almachtige spot En zijn lijden welhaast gaat voorbij.

Zooals Duitschland eens voor de Vrijheid streed, 't Vergeten, geen Duilscher die 't kan, U w bede tot God is ook onze kreet,

,0 God, verhoor dezen man!"

(18)

Guillaume et Wilhelmine.

Le Kaiser, etalant sa pourpre Souveraine,

A dit au Vieux: , Va-t-en I Que viens-tu faire ici ?"

Le Vieux s'en est alle vers la petite Reine : ,Je suis las, belle enfant, et j'ai peine et souci.

Pour cbasser l'etranger, l'etranger blond qui reve D'attacber l'univers aux mats de ses vaisseaux, Nous avons fait en vain escorter par le glaive

Les drapeaux envoles com::ne de grands oiseaux.

L'borrible guerre n'a rien epargne, pas meme Les enfants sourlants et purs de nos pecbes;

L'homme expire en burlant sur la moLson qu'il seme, Et no us voici pm·eils aux bles qu'on a faucbes I"

Le vent pleurait, les cccurs battaient commfl des ailes, Pendant que le bon Vieux parlait, terrible et doux;

Et lors la Reine dit en joignant ses mains freles:

, Assieds-toi, fume, bois, grand-pere et benis-nous!"

0LOVIS HUGUES.

lmperator en Koningin.

De Keizer, lwog, voornaam, gewoon dat men hem diene, Hee£t Kruger aangezegd: ,Ga been, 'k ontvang u niet I"

De grijze is toen gegaan naar 't land van Wilhelmine:

, Ik ben moe, Koningin, en 'k beb zorg en verdriet.

Om 't volk te keer te gaan, 't vreemd volk dat overrnoedig Wil bochten 't gansch beelal aan 't mastwerk van zijn vloot, Heoft Afrika vergeefs z~jn zonen kloek in 't bloedig

Gevecht gezonden; ach, bet worstelt tot den dood.

Het vreeslijk oorlogswoen heeft niets gespaard, zelfs sterven De onnoozle kindren, wier zoet lachen is gedaan;

De mannen komen om bij de oogsten die verderven ; Ach I zie ons nu gelijk aan 't versch gemaaide graan I"

Hoe built de wind ; hoe bonsde elks hart; hoe angstig [scbouwend Ho01·de elk het droef verbaal des a.cbtbren grijsaards; zij, Recbt vorstlijk sprak zij toen, haar fijne handen vouwend:

,Grootvader zet u, rook, eet, drink en zegen mij I"

(19)

Des vers ? ... Non, certes! Des vers pour saluer le grand vaincu qui passe Et vient s'asseoir une heure

a

notre foyer mort?

on, certes I car j'aurais comme un secret remords D'associer la Muse

a

cette action basse:

Tendre ses bras, offrir son cmur et son baiser A celui qu'on laissa lachement ecraser I

FRAN<JOIS FABlE.

Verzen ? .. Neen.

Wat verzen om dien grooten banneling te groeten Die hier een wijle rust aan onzen kouden haard ? Dat nooit I Geen Poezie, geen Muze mag gepaard Aan deze lage daad, waar 'k eindloos voor zou boeten : Zijn zang, zijn ziel, zijn kus te bieden, anders niet Aan hem, dien hulpeloos men laf verplettren liet.

Des vers ?... certainement.

Fragment.

Je reserve mon culte A toi que l'on insulte, Qui sans astuces te bats, Qui, debout sur les tombes Et seul, le front altier, En paladin succombes, Bravant le monde en tier I

Verzen ? ... Ja.

U, Kruger . . . . Die zonder listen strijdt, V oor u al mijn waardeering, Mijn verzen, mijn vereering, U zij mijn zang gewijd;

Die uit uw land verdreven, Door 't onrecht zwaar gewond, Als Paladijn wilt sneven, Braveerend 't wereldrond.

M. S.

(20)

Den Hut ab vor Ohm Kri.iger.

Zertreten dein Volk, die Heimath ein Grab - Du schiittelst den Staub von den Fiissen;

Und weist die Staatskunst, die kluge, Dich ab, Das Volk will, Ohm Kriiger, Dich griissen.

Die im Grimm wir geknirscht, die mit Dir geklagt, Im Herzen brennende 8chwiire,

Die mit Dir und den Deinen gejaucbzt und geklagt., J etzt weisen wir Dich von der Thiire.

Nein, du Bauer, du Held mit dem Lowenhaupt, Dir jauchzt unser Herz doch willkommen,

Der an Recht und an Treue und Wahrheit noch glaubt, In der Welt, die in Selbstsucht verkommen.

Unter Scbranzen ein Mann, unter Feigen een Held, Und die Heimath Dein einziges Trachten I

Wenn Einer verklagen darf Menschheit und Welt, Du darfst es, Du darfst sie veracbten.

Doch wir glauben mit Dir an ein ewiges Recht, Ob geschlagen, uns bleibst Du der Sieger I

Und es lebt noch ein Gott, der getreu und gerecht - Den Rut ab, Mijnheeren, vor Kriiger.

JuLrus LoHMEYER.

TOAST.

Werd Transvaal ook vernederd, de Vrijstaat een graf, 't Kan, Oom Kruger I uw zielskracht niet buigen ; Wijst de zelfzucbt der huichlende staatkunde u af,

Ons hart blijft zijn liefde u betuigen.

Zou het volk dat met u heeft geworsteld, gestreen, Dat niet ophield zijn meegevoel te uiten,

Dat met de uwen, Oom Paul! beeft gejuicbt en gebetln, Nu smaadlijk de deur voor u sluiten?

Neen, Paul Kruger I gij, held met den moed van een leeuw, Elkeen hlijft zijn liefde aan u wijden,

Gij toch buigt niet de knie voor den afgod der eeuw, Maar voor Recht en voor rrrou w blijft gij strijden.

Onder zwnkken een man, onder blooden een held, Wijdt gij steeds aan uw land al nw krachten,

Wie ook 't slechte van menscbheid en wereld vermeld', Gij moogt het, gij moogt ze veracbten.

Maar wij hopen met u op de zege van 't Recht ;

u

w roe m kan geen neerlaag verneeren ;

Er ~eft nog een God die gedenkt aan zijn knecht;

Den hoed af voor Kruger, Meneeren.

(21)

Salut

a

toi, Kruger ! Salu t

a

toi, Kruger 1 ... La douleur qui L'exile Est sainte, auguste chef d'un peuple de heros.

Les tiens ont vaillamment lutte, vingt contre mille, Et par lo nombre seul triomphent leurs bourreaux.

Mais le sang des martyrs ne sera pas sterile, Des moissons leveront hors des rouges terreaux, De fiers epis humains pleins de seve virile,

Qui jailliront sans cesse, indomptes, des tombeaux.

Le Transvaal, ce pays aux plaines sans prestige, Est entre d'un seul coup dans la gloire,

o

prodige I

Et Marathon lui tend la main dans la beaute.

1\ ruger, sous le rayon d'une splendeur epique, Pour plemer sur ton peuple et sur sa liberte, Viens t'asseoir au foyer de notre Republique.

DANIEL LESUEUR.

Aan Paul Kruger.

Paul Kruger, wees gogroet I 't Leed dat u noopt te scheiden Van 't Vaderland, is heilig I ons zijt gij de held

Van 't klein maar dapper volk, dat gij ten strijd gingt leiden, rren ongelijken strijd, een tegen tien in 't veld.

Der martelaren bloed zal niet onvruchtbaar wezen ; Op de akkers rood gedrenkt, zal 't koren welig staan ; Ontembaar, telkenmaal als uit het graf verrezen,

Zal 't volk, -- kloek, manlijk zaad,-- als balmen opwaarts gaan.

Transvaals eentonig veld, haar onbekende dreven, Gaan, wonderbaar! op eens op aller tongen zweven, En Marathon reikt haa.r als evenknie de hand ; Gehuldigd als een held uit overoude tijden, Opdat gij rusten kunt door droefbeid overmand, Schuif Kruger aan den ham·d; wij zullen met u lijden.

(22)

SchUttelreime an KrUger.

Du sabst ein jubelnd Volk skb jiingst jn Menge pressen, Der lauten Keblen Kraft in FestgepTange messen;

Umsonst! Marianne wird nur Worte, Worte spenden Und sicb beweglicb bald zu anderm Sporte wenden;

Denu, wie die Taube scbeu sich vor dem Sperber duckt, Duckt sich der Kontinent, wenn John Bull derber spuckt.

JUGEND.

ENGLISH CLEMENCY.

I bear a voice of murderous wrath :

"We have not burned enough, or slain;

Too little havoc marks our path ; Wherefore so gentle, so humane ?

"From countless roof-trees be there rolled The smoke of expiatory fires l

More incense yet a hundredfold The unsated God of War requires."

Blind from the first, blind to the end, Blind to all signs that ask men's gaze In vain by lips of foe or friend

The world cries shame upon your ways.

Fulfil your mission ; spoil and burn ; Fling forth the helpless - babes as well;

And let the children's children learn To hate you with the bate of bell.

From whatsoever taint remains Of lingering justice in our heart, Purge us : erase the poor last stains

Of pity : such your noble part.

So shall the god of war not lack

His tribute; and the long-foiled Light Be for the hundredth time thrust back

Into the night, into the night.

WILLIAM W ATSON.

(23)

NAAMRIJMPJE.

pq

ondt gij een jublend volk zich onlangs zien verdringen,

~ ondkraaiend, onvermoeid en luidkeels hooren zingen;

c:j it is 't: Ach, Frankrijk zal 't bij woorden, woorden laten,

Cj) een oogenblik daarna tapt het uit andre vaten ; t?d n zoo als 't duifje schuw voor sperwers snavel vlucht,

~ uimt heel het V asteland als J ohu Bull even kucht.

ENGELSCHE GOEDERTIERENHEID.

Ik hoor een stem van woede en moord : ,Nog niet genoeg verbrand, verdaan;

V erniel elks erf in ieder oord ;

Waarom zoo zacht toch, zoo humaan?

Van iedre dakspar d warle rook Van 't schulduitdelgend offervuur, Daar 't onverzaadbaar oorlogsspook

Meer wierook opeischt, ieder uur.

Van d' aanvang tot aan 't einde blind, Blind blijft gij, doof voor teekenspraak;

V ergeefs door mond van vreemde of vrind Schreeuwt elk voor wat gij doet om wraak.

Vervul uw zending; mo01·d en brand;

Jaag vrouw en zuigling; terg en kwel;

Leer 't Boerennakroost Engeland 're haten met den haat der hel.

En bleef er hier of daar nog wat Van 't oude rechtsgevoel ons waard, Wisch uit die vlek, die laatste spat

Van meelij: volg uw noblen aard.

Zoo zal geen schatting U ontgaan 0 oorlogsgod ; maar 't Licht, veracht, Wordt weggeslingerd weer door waan

In duistren nacht, in duistren nacht.

(24)

Ons Wilhelmlntje.

Voll Mitleid mit dem tapf'ren Greis, Ehrst Du Sein Haar, in Sorgen weisz,

Ons Wilhelmintje I

Ganz Deutschland schaut auf Dich voll Neid ; .Kein Fleck auf Deinem Konigskleid",

Ons Wilhelmintje I Gott segne Deinen edlen Sinn, Du holde, junge Konigin

Ons Wilholmintje.

AnALBERT BoYSEN.

Ons Wilhelmientje.

V ol me~lij met den Bestevaar, Eert Gij 't door zorg vergrijsde haar,

Ons Wilhelmientje I

Heel Duitschland komt U hulde bi~n : .Geen vlek is op Uw kleed te zien",

Ons Wilhelmientje I

God zeeg'ne Uw edel, zacht gemoed, Gij Koningin, zoo jong, zoo goed,

Ons Wilhelmientje.

(25)

Opdracht.

Naamv~rsjes.

Ter inleiding.

INHOUD:

To Her Majesty Queen Wilhelmina.

A Sa Majeste la Reine Wilhelmine.

Aan H. M. Koningin Wilhelmlna.

Au President Kruger. - Aan President Kruger.

A la reine Wilhelmiue. - Aan Koningin Wilhelmina.

A Kruger, debarquant

a

Marseille.

Aan Kruger, landend te Marseille.

A l'Empereur Allemand.

Aan den Duitschen Keizer.

Willkommen Ohm Paul.

W ees welkom Oom Kruger.

Guillaume et Wilhelmine. - Imperator en Koningin.

Des vers ? ... Non, certes!-Verz~n ? ... Neen I -Des vers ? ...

certainement. - Verzen ? ... ja.

Den Hut ab vor Ohm Kruger. - Toast.

Salut

a

toi, Kruger I - Aan Paul Kruger.

Schiittelreime an Kruger. - English clemency.

Naamrijmpje. - Engelsche goedertierenheid.

Ons Wilhelmintje. - Ons Wilhelmientje.

(26)
(27)

Referensi

Dokumen terkait

878 gaf tot· eene door de twee laatstgenoemden en den sedert overledene Singotroeno tegen beklaagde ingediende klacht, omdat beklaagde, of schoon grondenaan vreemden verhu- reride,aan

Dan zag zij Dat was een geduchte tegen~ dezelfde zijn als degene, die zorgdheid' voor de zieke, had althans waar haar kind kwam valIer voor Bertrand!. Ret was door die hem met haar

Wij mochten naar gevoelvolle woorden luiste- ren van Mevrouw Scheffer, die in haar herinnering aan onze Leiders nog veel verder terug kan gaan clan de vijf jaren dat ze hier geweest

dio zich hebben aangemeJd en aangenomell zijn, opgeleid in de Jongensweczen-inrichting.Daarna YUn hUll 12de tot hUD 1611e jaar outvangen zij hun opyoeding aan lie daan-oor· ingerichte

Daar was toe nag maar 25 757 Atrikaners.36 Aan die einde van die negentiende eeu, toe die Tweede Vryheidsoorlog gewoed het, het die Afrikaners aangegroei tot 'n getalsterkte van ruim

Die oorspronklike idee was om slegs 1 OOOvroue op te lei vir die taakom mans op aile gebiede van die Lugmag te vervang.32 Aan die einde van die oorlog het die getal vroue wat hulleself

Indien hij alleen maar de eerste toepast, wordt zijn lezer ingesloten in de mentale ruimte van gepresen- teerde autochtonen; het gebrek aan experience-near concept leidt echter tot een

Die Chairefoon-Inisiatief is ’n vereniging wat aan die einde van 2016 op die been gebring is deur nagraadse filosofiestudente met die doel om die kultivering van filosofie in die