• Tidak ada hasil yang ditemukan

Een digitaal boek uit het publieke domein

N/A
N/A
Ego Arianto

Academic year: 2024

Membagikan "Een digitaal boek uit het publieke domein"

Copied!
404
0
0

Teks penuh

(1)

This is a reproduction of a library book that was digitized by Google as part of an ongoing effort to preserve the information in books and make it universally accessible.

https://books.google.com

(2)

Dit is een digitale kopie van een boek dat al generaties lang op bibliotheekplanken heeft gestaan, maar nu zorgvuldig is gescand door Google. Dat doen we omdat we alle boeken ter wereld online beschikbaar willen maken.

Dit boek is zo oud dat het auteursrecht erop is verlopen, zodat het boek nu deel uitmaakt van het publieke domein. Een boek dat tot het publieke domein behoort, is een boek dat nooit onder het auteursrecht is gevallen, of waarvan de wettelijke auteursrechttermijn is verlopen. Het kan per land verschillen of een boek tot het publieke domein behoort. Boeken in het publieke domein zijn een stem uit het verleden. Ze vormen een bron van geschiedenis, cultuur en kennis die anders moeilijk te verkrijgen zou zijn.

Aantekeningen, opmerkingen en andere kanttekeningen die in het origineel stonden, worden weergegeven in dit bestand, als herinnering aan de lange reis die het boek heeft gemaakt van uitgever naar bibliotheek, en uiteindelijk naar u.

Richtlijnen voor gebruik

Google werkt samen met bibliotheken om materiaal uit het publieke domein te digitaliseren, zodat het voor iedereen beschikbaar wordt. Boeken uit het publieke domein behoren toe aan het publiek; wij bewaren ze alleen. Dit is echter een kostbaar proces. Om deze dienst te kunnen blijven leveren, hebben we maatregelen genomen om misbruik door commerciële partijen te voorkomen, zoals het plaatsen van technische beperkingen op automatisch zoeken.

Verder vragen we u het volgende:

+ Gebruik de bestanden alleen voor niet-commerciële doeleinden We hebben Zoeken naar boeken met Google ontworpen voor gebruik door individuen. We vragen u deze bestanden alleen te gebruiken voor persoonlijke en niet-commerciële doeleinden.

+ Voer geen geautomatiseerde zoekopdrachten uit Stuur geen geautomatiseerde zoekopdrachten naar het systeem van Google. Als u onderzoek doet naar computervertalingen, optische tekenherkenning of andere wetenschapsgebieden waarbij u toegang nodig heeft tot grote hoeveelhe- den tekst, kunt u contact met ons opnemen. We raden u aan hiervoor materiaal uit het publieke domein te gebruiken, en kunnen u misschien hiermee van dienst zijn.

+ Laat de eigendomsverklaring staan Het “watermerk” van Google dat u onder aan elk bestand ziet, dient om mensen informatie over het project te geven, en ze te helpen extra materiaal te vinden met Zoeken naar boeken met Google. Verwijder dit watermerk niet.

+ Houd u aan de wet Wat u ook doet, houd er rekening mee dat u er zelf verantwoordelijk voor bent dat alles wat u doet legaal is. U kunt er niet van uitgaan dat wanneer een werk beschikbaar lijkt te zijn voor het publieke domein in de Verenigde Staten, het ook publiek domein is voor gebruikers in andere landen. Of er nog auteursrecht op een boek rust, verschilt per land. We kunnen u niet vertellen wat u in uw geval met een bepaald boek mag doen. Neem niet zomaar aan dat u een boek overal ter wereld op allerlei manieren kunt gebruiken, wanneer het eenmaal in Zoeken naar boeken met Google staat. De wettelijke aansprakelijkheid voor auteursrechten is behoorlijk streng.

Informatie over Zoeken naar boeken met Google

Het doel van Google is om alle informatie wereldwijd toegankelijk en bruikbaar te maken. Zoeken naar boeken met Google helpt lezers boeken uit allerlei landen te ontdekken, en helpt auteurs en uitgevers om een nieuw leespubliek te bereiken. U kunt de volledige tekst van dit boek doorzoeken op het web viahttp://books.google.com

1

(3)
(4)

0267 8875

(5)
(6)
(7)
(8)
(9)

TIJDSCHRIFT

VOOR

NEDERLANDSCH INDIË.

21ste Jaargang .

AFL. 7-12 .

TWEEDE DEEL .

UITGEGEVEN DOOR

DR. W. R. VAN HOËVELL .

ZALT- BOMMEL , JOH . NOMAN EN ZOON .

1859.

Boninklike Bibliotheek

to'sHage.

(10)
(11)

Zevende Aflevering .

Bladz.

1 . :: 31 . : : 46 . : : : 51 . Aanteekeningen vanden generaal PENNING NIEUWLAND over zijnleven . Het Gouvernement en de suiker - produktie van Java . :

Japara en Glappen . (Fragment van een brief) . : : : Maandelijksch overzigt der Indische letterkunde :

Mijne reize naar Nederlandsch Indië , militaire loopbaan op Java en Bali , en mijn terugtogt naar het vaderland ; door A. A. BREN- DRONCK , met plaat . TeDordrecht bij H. LAGERWEIJ 1859. Prijs 75 cents .

Varia. 1 ) De krijgsbedrijven onder ' t bestuur van de heer PA- 2 ) Het radikaalstelsel en de gunstelingen onder den heer HUD . -

ROCHUSSEN . schouwd .

---

3) De Chinezen als geldschieters der Javanen be- 4) De onlusten in Palembang en deval van Djati . 5 ) De komst in Nederland van Dr. VAN DEN BROEK uit Japan .

---

7) De telegraafkabel van

8 ) De uitslag van het examen te Delft . 54 . 6 ) De dood van den heer J. C. BAUD .

Batavia naar Singapoera.

Achtste Aflevering.

De bereiding van de Indigo :: :

De expeditie tegen Boni en de rampen van Bandjermasin . : 65 . 76 .

(12)

Bladz . Het oordeel van het koninklijk instituut voor de Taal- , Land- en Vol-

kenkunde van Nederlandsch Indië , over de wetenschappelijke in- stellingen aldaar .

Maandelijksch overzigt der Indische letterkunde :

De Bijbel ' , de Koran en de Veda's . Tafereel van Britsch- Indië en van den opstand des Indischen legers aldaar , door D. C. STEIJN PARVÉ , met eene voorrede van professor P. J. VETH. Met portretten en een schetskaart van Britsch -Indië . Haarlem J. J. WEEVERINGHI, 1858 .

1 ) De Javaan KADIO WERIO KROMO te Brussel . moeijelijkheden den suiker - kontraktanten aangedaan .

Varia . -

-

2 ) Nieuwe 3) De uit- voering , die men aan de wet tot herstel van het muntwezen geeft . Uittreksel uit een brief.

nistrative regeling.

gebouwd . -

- -

-- 4) Een proefje van zonderlinge admi- 5 ) Een nieuw stoomschip te Soerabaja 6 ) Vermakelijke luchtsprongen aan de Delftsche akademie ! Halsbrekens werk ! - 7) Eene kuriositeit

Negende Aflevering.

. 101 . 109 .

· • : 119 .

Bijdragen tot de kennis van de residentie Soerabaja . (Vervolg van blz. 128 ) . De Distrikten van de afdeeling Soerabaja .

-

- De Delta . I. Beneden -delta noord - oostkust . II. Middendeel der Delta . - III. Zuiderdeel der Delta . Zamentrekking en rekapitulatie . De zoogenaamde partikuliere landen . Distrikten . Speciale be- schouwing . Djenggolo I. (Gedangan .) Djenggolo II. ( Si- doekari . ) Djenggolo III . ( Krian . ) - Djenggolo IV. (Taman . ) - Djabakotta . (Djetis . N. O. Delta . ) Distrikt Kotta . Westelijke Ommelanden. (Sememi ) . Rawapoeloe I. ( Porrong, ) Rawa- Westelijk deel der Delta van Soera- Zuidelijke Kalkdistrikten . Goenong-

Zamentrekking. 129 . poeloe II. (Boelang . )

baja. -

--- De Kalkstreken .

-

――

gendeng I. ( Soerabaja . ) — Kabooh . - Lingkir . Artikel 36 van het Indisch regeringsreglement . : Eene waarschuwing uit Indië aan Nederland Maandelijksch overzigt der Indische letterkunde

·

Statistiek van den handel en de scheepvaart op Java en Madura sedert 1825 , uit officiële bronnen bijeenverzameld , door G. F. BRUYN KOPS . Deel I. (Invoer) . Deel II . ( Uitvoer) . Batavia , LANGE en Co. 1858.

165 . 173 . 179 .

(13)

Bladz . Varia . 1 ) Een zonderling verbod . -

2 ) De Bonische aangelegenhe- den . -- 3 ) Zorg voor partikuliere belangen , ten nadeele van ' t pu- bliek belang . -

4 ) Heeft Dr. w. BOSCII nu zijne stukken reeds ? - -

6) Moeijelijkheden 7) Een brief

184 . 5 ) Het aanwerven van troepen voor Indie .

en verwarring , in plaats van een gymnasium . van den heer J. PIJNAPPel gz .

Tiende Aflevering.

Stoomvaart naar Indië . 193 .

De algemeene opinie in Nederland over den tegenwoordigen Gouver-

neur -Generaal van Nederlandsch Indië . 200 .

De begrooting van Indië en de Grondwet Marine . :

216 . 220.

226 . 231 . Spoorwegen op Java . •

Maandelijksch overzigt der Indische letterkunde .

I. Indië gelijk het geworden is , en Nederland gelijk het dreigt te worden , door J. D. VAN HERWERDEN , oud - resident op Java . 's Gravenhage 1859.

- II . De handelingen van sir JAMES BROOKE OP Borneo , getoetst aan de oficiële Engelsche bescheiden en de bestaande traktaten ; door D. C. STEIJN PARVÉ . Haarlem , J. J. WEEVERINGH , 1859 . Varia . 1 ) Het vertrouwen van den Koning op de vaderlandsliefde

van het in Indië gevestigde deel van het Nederlandsche volk . 2 ) Worden er persoonlijke toelagen aan leden van de regterlijke magt gegeven ? 3) Met de akademie te Delft kan ' t niet langer zoo blijven . 4 )De kenner der harten " n de Eerste Kamer . 5) De proklamatie aan ' t Nederlandsche volk van de heeren SMIS-

6 ) De oorzaken vande onrust in Indië volgens den --

"

SAERT C. s .

Minister van Koloniën . -- in de residentie Cheribon .

---

7) Een onderzoeknaar den vrijen arbeid - 8) De Maleische invloed op Borneo . 247 .

Elfde Aflevering .

De toestand der havens op Java , in 1858 Schets van den handel van Sumbawa .

Marine II. : : · : :

· : ·

: 257 . : 268 . : 284 .

(14)

Bladz . De olifanten op Sumatra .

Uit de korrespondentie van Schalkie ( Vervolg .) Maandelijksch overzigt der Indische letterkunde

I. Het verslag der Staatskommissie , benoemd bij Koninklijk besluit van 10 Julij 1856 , over de gevolgen der doorgraving van de landengte van Suez . ' s Gravenhage , bij VAN WEELDEN en MIN- GELEN 1859 .

II. De vrije arbeid te Soerabaja getoetst aan de waarheid , door P. VREEDE BIK , laatstelijk resident van Soerabaja . ' s Gravenhage 1859 . Varia. 1 ) De goede oude tijd der oud - gasten -regering door oud- gasten- residenten terug verlangd . - 2 ) Een brief aan de redaktie - 3 ) De

· 291 . 295 . : 298 .

uit Padang , totteregtwijzing eener onjuiste mededeeling.

besluiten van den heer ROCHUSSEN in ' t belang van het leger :: 315 . Twaalfde Aflevering .

Indië zoo als het geweest is en men het weer zou willen hebben . Door Dr. w. BOSCH .

321 . De vrije arbeid bij de suikerkultuur in de residentie Cheribon : 352.

Vier opmerkingen , tot bevordering der produktie op Java . Maandelijks overzigt der Indische letterkunde .

· • 361 .

Algemeen Verslag van den staat vanhet schoolwezenin Neder- landsch Indië. Afgesloten onder ultimo 1857. Drukkerij w . BRUINING , Batavia 1859 .

Varia . 1 ) De opstand van Bandjermasin en het Reglement op de dienst der brandspuiten aldaar. - 2 ) De aanstaande leden van de kommissie voor het afnemen van examens te Delft .

standigheid van den Gouverneur - Generaal volgens den heer THOR- - 3) De zelf-

367 .

BECKE . - 4) Ultra -publiciteit van Javasche Courant.

brief aan den Redakteur . : · ·

- 5 ) Een 381 .

(15)

NIEUWLAND over zijn leven .

Nala het overlijden van den generaal J. PENNING NIEUWLAND , vond men onder zijne papieren eenen bundel , waarop eigenhandig door hem geschre- ven was : " Geheim tot aan mijn dood , en dan te zenden aan den heer Dr. w. R. VAN HOËVELL . " Ik wist , dat hij aanteekeningen over zijn leven had geschreven , en ik kende zijn verlangen omtrent hetgeen er na zijn overlijden mede zou geschieden . Ik had op mij genomen , aan dat verlan- gen te zullen voldoen en van dien pligt kwijt ik mij thans , door het ge- schrift grootendeels in mijn Tijdschrift op te nemen.

De generaal PENNING NIEUWLAND was een man van veel kennis en niet alledaagsche talenten , die gedurende eenen langen tijd grooten invloed heeft uitgeoefend op het leger in Nederlandsch Indië . In die periode werd hij , gelijk dat gewoonlijk gaat , door velen , die zijne hulp , zijne bescherming , zijne goede gezindheid noodig hadden , of die zijne ongenade vreesden , ge- vleid en bewierookt . Hij maakte zich vrienden , maar ook geduchte vijan- den. Hij trachtte voor het leger te doen wat in zijn vermogen was ; stond de belangen van dat leger voor overal waar hem de gelegenheid werd aan- geboden ; wees op de onverschilligheid , de verwaarloozing , de karigheid , die in zijnen tijd vooral de oorzaak waren van zoo veel verkeerdheden en gebreken ; deed het wel eens op scherpen en bitteren toon , had zelfs de vermetelheid van in 1834 , in een in Nederland uitgegeven geschrift , zijn oordeel te publiceren , en ondervond later het lot , dat zoo velen in Indië te beurt valt , die niet met den grooten hoop mededoen , maar den moed heb- ben , om voor hunne meening uit te komen . Hij viel in ongenade ; hij werd achteruit gezet voor gunstelingen zonder verdiensten , maar die zich als stille , gehoorzame , onderworpen dienaars gedroegen ; hij werd tot eene wer- keloosheid gedoemd , die zijn krachtige geest niet kon verdragen ; hij schreef in die dagen de aanteekeningen over zijn leven , die zoo straks zullen volgen ; hij werd krank , kwijnde weg en stierf weldra van hartzeer en verdriet.

Is het te verwonderen , dat zijne aanteekeningen " van dien zielstoestand hier en daar de sporen dragen ? Ik breng ze onveranderd onder de oogen mijner lezers , maar met weglating van enkele uitdrukkingen en sommige gedeelten , die òf van dezen zielstoestand al te zeer getuigen òf te uitslui- tend betrekking hebben op zijn partikulier leven . Alleen voor zoo ver hij een man was , die tot de maatschappij en den staat , vooral tot Indië ,

21ste JAARG.

"1

1

(16)

in betrekking stond , verdient hij ook nog na zijnen dood de aandacht ; en dan zijn zijne aanteekeningen niet zonder leering en nut. In ' t alge- meen ben ik met zoogenaamde biographiën niet zeer ingenomen , vooral van menschen , over wie men eigenlijk niet meer kan schrijven , dan in de fabel van GELLERT :

Er lebte , nam ein Weib und starb.

Maar met deze aanteekeningen maak ik eene uitzondering. Ze zullen door de vrienden van den generaal PENNING NIEUWLAND zeer zeker met ge- noegen worden gelezen ; ze leveren hier en daar eene bijdrage tot de ge- schiedenis van zijnen tijd ; en ze geven op nieuw menig voorbeeld van de intrigues , die soms vooral in Indië , tot schade van ' t publiek belang , den staat van uitstekende dienaren berooven .

Ik ben geboren te Schiedam , den 30sten Januarij 1795 , en stam1 af van eene oude patrice familie . Mijn vader , genaamd PETRUS MARINUS NIEUW- LAND , was de zoon van den notaris en brander ISAAC PENNING JUNIOR , die gehuwd is geweest met eene dochter van den beroemden predikant te ' s Gravenhage P. NIEUWLAND , onder wiens beeldtenis ik mij herinner , dat een vierregelig vers geschreven staat , waarvan de twee laatsten dus luiden :

Dat de Ongodistbij ' t zien van NIEUWLAND'S beeld verstom ! Deez Christen DEMOSTEEN is de eer van ' t priesterdom .

----

Mijn vader heeft , uit eerbied voor diens nagedachtenis , den naam van NIEUWLAND aangenomen . Mijne moeder heette JOHANNA WILLEMINA VAN AELST , dochter van den luitenant- kolonel VAN AELST , een echte Oranjeman , die met prins WILLEM V is uitgeweken geweest , eene dwaasheid ! Men volge de lotgevallen van zijn land en kleve niet aan de bijzondere belan- gen van eenen onttroonden vorst . De vorsten begeeren , dat men leve en sterve voor den troon , dien zij zelve op den dag des gevaars ontvlugten , zich lafhartig werpende in de armen van den vreemde .

Mijn vader was een volbloed patriot , zeer overhellende naar de politieke en religieuse stellingen der vorige eeuw . Toen hij 18 jaren oud was huwde hij , en ik was de eerste vrucht van die echtverbindtenis . Is het waar , dat de geaardheid des vaders en de gemoedsgesteldheid der moeder invloed hebben op de karakter - formatie van het kind , dan verklaart het zich , dat ik , als het ware van den dag af dat ik begon te denken , vrijheidsgezind ben geweest . Die vrijheidszin wordt echter getemperd door gehechtheid aan orde en wet . Ik wil tempels helpen stichten voor de WASHINGTONS van alle volken en alle eeuwen , doch ben afkeerig van daden van verzet tegen de overheid , als die niet gewettigd worden door de leus : dat het

>> heil des volks het hoogste regt is ."

"

Zeer ongevoelig ben ik gekomen tot de ontwikkeling mijner politieke denkwijze , en dat leidt mij , om ook nog mijne meening over eenige andere punten te belijden . Ik beschouw geërfde titels als onzin , omdat men niet

(17)

met die titels ook de verdiensten erft . Het is alsof MOZES ( gesteld dat hij de schrijver zij van hetgeen men zijne boeken noemt ) der wereld een wenk heeft willen geven ter waarschuwing tegen het regt van eerstgeboorte , door in KAÏN reeds een deugniet voor te stellen . Indien ADAM Koning geweest ware , zou zijn ijverzuchtige zoon , die broedermoorder , bestemd zijn ge weest om kroon en scepter te erven . Zoons , met geërfde titels , zijn veeltijds van de deugden hunner vaderen ontaard , ongerekend dat de regtstreeksche Voortplanting niet zelden wordt afgebroken .

Dit brengt echter niet mede , dat men in haat ontstoken mag zijn tegen edellieden , alleen omdat zij edellieden zijn . Zij zijn het door het toeval van geboorte , en sommigen hunner denken over den adel in wijzen en vrijen zin en zijn goede burgers . Ik beschouw voorts den adel als een niet be- nijdenswaardig erfdeel , dat men zijne kinderen nalaat , want eens komt de tijd , dat hij wordt weggeschrapt uit de grondwetten der volken , en het is niet zeker , dat dit op kalme wijze zonder #marseillaise" en een gruwzaam

" ca - ira" geschieden zal . Het gezond verstand leidt tot de afschaffing van bevoorregte standen en alzoo tot de gelijkheid der burgers . Hoe de anti- liberale reaktie ook een poos moge regeren over de uitspattingen van 1848 , toch wortelt het demokratische element in de gemoederen der volkeren , en het zal zich ten troon verheffen , omdat het logisch is en waar .

Naar mijne overtuiging bestaat er slechts ééne ware godsdienst , die der rede en des harten , de natuurlijke waarvan de openbaring te lezen is in het groote boek der schepping .

Ik was steeds een ijverig vrijmetselaar . Al vroeg geroepen , om in den broederkring voor te zitten , heb ik getracht de orde te leeren kennen . Mijne meening over haar heb ik voor een geruimen tijd beschreven en dat geschrift gedeponeerd in het archief van het L ... K... de Noordstar te Alkmaar. Bij deze gelegenheid zeg ik nogmaals dank aan de loges / de Vriendschap" te Soerabaja en de Ster in het oosten" te Batavia , wier Regerend Meester ik geweest ben , voor het halssieraad van de eerste en de zilveren vaas van de laatste . Ik hoop , dat zij steeds arbeiden in den waren geest der orde , tot verbreiding van licht en waarheid , en ter be- vordering van wereldburgerschap , zich wachtende voor den invloed van kerk of staat , van partijschap of modefilosophie.

"

Liefde envriendschap hebben in mijne oogen slechts in zoo verre waarde, als zij blijken bestand te zijn tegen den invloed des tijds en der lotver- wisselingen . De ervaring helaas ! leidt tot mysanthropie ! Ik geloof aan trouw en eer ; ik geloof aan het verpande woord , omdat ik het geloof aan brave menschen niet heb afgelegd . Ik wanhoop niet aan de triumf der deugd ; waarom toch zou de ondeugd zegevieren ? Neen , neen , voortgestre- den mannen des lichts en der vrijheid , der verdraagzaamheid , der menschen- liefde en der waarheid ! voortgestreden , al mogt het zijn gelijk SOCRATES met den giftbeker in de hand en JOHANNES voor den troon van HERODES .

1

(18)

Mijn vader verloor , omstreeks 23 jaren oud , praktijk en stokerij , en trok als schutter uit Schiedam naar Noord - Holland , ter bestrijding van den in 1799 daar gelanden vijand . Al spoedig werd hij gunstig opgemerkt, zoodat de maarschalk BRUNE hem verhief tot schutter- kapitein en bij zijnen staf plaatste. Na den veldtogt keerden de schutterijen ( en alzoo ook mijn vader) naar hare haardsteden terug. Maar nu was het woelige militaire leven mijn vader , op zijnen nog jeugdigen leeftijd , zoo verkieslijk gewor- den , dat hij in den militairen stand wenschte te blijven . Daar hij echter geene militaire opleiding had genoten en gehuwd was , scheen hij minder geschikt , om plaats te nemen in de gelederen . Hij werd daarom benoemd tot kwartiermeester bij het korps mariniers , en is in militaire administra- tieve betrekking gebleven tot aan zijnen dood . Hij stierf in het begin van het jaar 1815 te ' s Gravenhage , waar mijne goede moeder vijf jaren vroe- ger overleden was . Ik verloor hem , toen ik een vaderlijken raadgever en wegwijzer zoo hoog noodig had . Het gemis daaraan heeft op mijn verder leven eenen rampzaligen invloed gehad .

Ik heb veel broeders en zusters gehad ; zij zijn allen op vroegen leeftijd gestorven. Ik gedenk hen in broederlijke liefde . Mijn vader heeft veel gedaan aan mijne eerste ontwikkeling , veel in vergelijk van zijne midde- len , niet genoeg voor eene wetenschappelijke vorming. Op mijn zevende jaar werd ik , als officierskind , naar het toen bestaande gebruik , ingeschre- ven als kadet , en op mijn dertiende jaar verliet ik het ouderlijke huis , op aanschrijving van het marine - departement , aan welks hoofd destijds zich een mijner aanverwanten bevond , de kommissaris direkteur J. PENNING , wiens zoon thans nog lid van de regtbank te Amsterdam is . Ik vertrok op dien leeftijd , geheel aan mij zelven overgelaten , van Helvoetsluis over land naar Boulogne aan zee , om mij bij mijn korps ( de mariniers ) te vervoegen , dat tot de Hollandsche hulp - flotille behoorde , bestemd voor de landing in En- geland , welke echter , zooals bekend is , niet heeft plaats gehad . Hier denk ik aan mijne geliefde moeder. Wat moet mijn weggaan ugekost hebben , goede moeder ! Gij hadt uw oudste kind zoo lief ! Ik omhels u nog dankbaar voor uwe liefderijke zorgen . Nog zie ik mijn vader staan aan den kant der haven te Helvoet , toen ik in een klein zeilvaartuig af- voer , om naar Vlissingen te stevenen . Later , toen ik op mijne beurt van mijn zoon ISAäc , die de wereld intrad en zich als 2de luitenant naar Java, het land zijner geboorte , begaf , bevende te Rotterdam afscheid nam , ik gevoeld , wat in de ziel mijns vaders is omgegaan in het treffend oogen- blik van scheiden ; ik , een kind dat ouderlijke zorg nog zoo noodig had ! Ook u , mijn vader , zij nog mijn dank voor de liefde , die gij mij hebt toegedragen !

...

heb

Ik moet hier niet nalaten te vermelden , dat ik te Boulogne mijn intrek nam bij den kapitein K die als oudste het kommando voerde . Hij was met mijn vader bevriend en bekleedde over mij de plaats van zeeva- der" , zooals men dat noemt . Ik was destijds kinderlijk godsdienstig ; mijne moeder had mij daartoe opgeleid ; welnu deze K .... was een ver-

I I

(19)

foeijelijke vloeker en godslasteraar , dat mij verbazing en schrik aanjoeg , alhoewel ik mij overigens niet over hem had te beklagen . Ter veront- schuldiging, dat mijn vader mij aan dezen mensch heeft aanbevolen , kan het aanwezen strekken van K ...'s brave echtgenoot en lieve dochter , die mij dan ook zeer goed behandeld hebben . Het voorbeeld van K .... heeft op mijn jeugdig gemoed geen kwaden indruk gemaakt ; integendeel , ik heb uit het afschuwelijke daarvan leering getrokken.

In 1806 , met de Hollandsche flottille in het vaderland teruggekomen , werd , bij de suppressie van het korps mariniers , den kadets vrijgelaten om als élèves of vlaggejonkers bij de marine over te gaan , mits vooraf het bepaalde examen afleggende . Ik heb dat examen ondergaan bij den exa- minator van ' s Konings zecofficieren FLORIJN . Toen ik zijne woning zoude uitgaan , schelde hij , opdat de bediende mij zoude uitlaten ; dat was een goed teeken ; dezen gaf ik eene goede fooi ; want ik had vooraf instruktie ontvangen wegens het bestaande gebruik . Bijaldien de heer FLORIJN mij zelf hadde uitgeleid , zou dat een teeken geweest zijn , dat ik was gedropen . Mijne familie was regt gelukkig toen ik te huis kwam , met een gulden minder in mijn zak . Wanneer ik het hoekhuis van den bezuidenhoutschen en zwarten weg te ' s Gravenhage voorbijga , wend ikmijn hoofd nog altijd naar de uitsteek- of koepel - kamer , alwaar ik , geheel alleen geëxamineerde , tegenover den examinator gezeten was . Ik was toen nog geen volle 15 jaren oud , doch ik kan in opregtheid betuigen dat ik mij volkomen gerust gevoelde . Ik was zeker van mijn zaak . Hoe verheugden zich vooral mijne ouders , toeneene aanschrijving van den Minister van Marine , van 9 Bloei- maand 1809 no . 13 1ste divisie 1ste bureau , de mededeeling inhield , dat ik bij het examen "1bijzonder had uitgemunt. "

Bij beschikking van den Minister van 11 Hooimaand 1809 no . 20 1ste divisie 1ste bureau , werd ik als " vlaggejonker" , thans adelborst der 1ste klasse , bij de Koninklijke Hollandsche marine aangesteld . Alhoewel de ouderdom van 16 jaren daartoe werd vereischt , heb ik dien rang op mijn 15de jaar verkregen .

Ten gevolge der inlijving van Holland in Frankrijk , werd mij den 14den December 1810 , als aspirant der 1ste klasse , eene plaats in de Fransche Keizerlijke marine aangewezen . Gedurende al den tijd , dien ik bij de marine gediend heb , ben ik op het kommandement- of admiraal - schip ge- plaatst geweest . Ik diende aan boord van het schip le Prince , toen NA- POLEON het eskader van Texel bezocht . Aan mij was de kommissie opge- dragen , om de persoonlijke vlag van den Keizer van den wal af te halen , en die met eene snelroeijende sloep van schip tot schip over te brengen , opdat zij zoude geheschen worden bij het aan boord komen van den Keizer . Deze vlag had ik bij eenen adjudant , die aanden Helder , ik meen bij do- miné DE KONING ( ? ) , gelogeerd was , ontvangen en aan boord van het admi- raalschip gebragt , alwaar zij werd aangeslagen om geheschen te worden . Doch de Keizer had doen weten , uit courtoisie voor den admiraal DE WIN- TER , dien hij groote genegenheid toedroeg , dat diens vlag moest blijven

(20)

waaijen ; zoodat de kommissie , die mij uit bijzondere welwillendheid was opgedragen , kwam te vervallen . Dat wasjammer voor mij , want zulk eene dienstverrigting zou niet zonder goede gevolgen gebleven zijn .

"!

Acht officieren zouden met getrokken degens valreepsgasten zijn . Er ontbrak een enseigne de vaisseau " (luitenant der 2de klasse) . Als oud- ste in rang der aspirants * ) , vervulde ik de plaats van den afwezi- gen luitenant . Dit is niet zeer belangrijk voor den lezer , doch ik herin- ner mij deze omstandigheden niet , zonder zeker welbehagen ; zij voeren mij terug in den tijd mijner jongelingsjaren , toen nog alles illusie voor mij was!

wenk Boven den valreep was een triumfvaan :: " à NAPOLEON le grand !" De Keizer , door den admiraal onder aan den trap ontvangen , trad over onder gebruikelijke eerbewijzen , keizerlijk salut , paraderen in het wand , en het geroep van Vive l'Empereur !" De muzijkanten op de kampagne speel-

den : " Oû peut on être mieux !" doch deze muzijk zweeg op een van NAPOLEON zelven , die misschien dacht , en teregt , dat hij niet was in den kring zijner familie ." Mogelijk ook , dat hij weinig gezind was , om muzijk te hooren , die van vleijerij getuigde. Misschien wel was beide het geval . Hij was in kwaden luim , ontevreden dat er twee lienieschepen on- bemand en onttakeld in het Nieuwe - diep lagen , waarover de Minister DÉ- CRÈS zijne verbolgenheid had ondervonden . Men zeide ook , dat er on- gunstige dépêches uit Spanje waren aangekomen .

De Keizer was niet spraakzaam. De officieren van het admiraalschip werden hem door den admiraal rangsgewijze voorgesteld . Hij sprak met niet een hunner . Maar toen hij vroeg naar les quatres enseignes de vaisseau ".

en de admiraal hem antwoordde : il n'y en a que trois , Sire , " hernam hij : Ou sont donc les aspirants de première classe , " alsof hij zeggen wilde , dan zal ik er een benoemen . De aspirants traden voor , en de Keizer rigtte het woord aan mij . Waarom aan mij ? Denkelijk omdat ik nog zoo jong was , nog geen 17 jaren , en bovendien nog jeugdiger van voorkomen . De Keizer vroeg mij mijn naam , mijn diensttijd , mijn ouderdom , en keek mij toen een oogenblik sterk aan , zeggende : trop jeune , trop jeune ! " en ging heen . Dit was de tweede teleurstelling ! eerst de vervallen vlag- kommissie en nu mijne jeugd !

De onderscheiding , dat de Keizer mij had aangesproken , bragt nogthans te weeg , dat de Minister van Marine DÉCRÈS bij mij kwam en mij nog eenige vragen deed , als :

- -

"1

service.

---

l'Empereur ' t ' a parlé ; qui est ton père ? Voyons vite !

" C'est un ancien officier , monseigneur !

" Ou as tu été ?

Tu as dis à l'empereur , que tu as deux ans de

" A la flotille de Boulogne , monseigneur !

*) Ik herinner mij hunne namen : VERVEER , DUBICART , V. D. VELDEN , HEUSZ , VOSS , KOOPMAN en DE VEER .

(21)

--- "Ah , tu as été là ? Ook de Keizer had mij "

C'est bien , je prendrai soin de toi !"

getutoijeerd ", hetgeen ik later vernam , dat een blijk van genegenheid was . Maar deze ontmoeting heeft mij niets opgele- verd , en de Keizer en de Minister waren mij vergeten , bij het verlaten van het schip . Ik was te onervaren , anders zou ik de ontmoeting hebben kunnen exploiteren . Het eskader is toen onder zeil gegaan , om te manoeu- veren , maar windstiltewas daaraan nadeelig, en men las al spoedig in den Moniteur : l'Escadre de Texel ne manoeuvre rien moins que habile."

r

"

DÉCRÈS WAS DE WINTER vijandig , zeide men . DE WINTER was de lieve- ling van NAPOLEON . Aan tafel naast hem gezeten , speelde de Keizer met het lelletje van zijn oor . Hij heeft niet lang daarna meer geleefd . Men fluisterde kort na zijn dood , dat hij aan vergif gestorven was . Menigmaal heb ik den admiraal gezien , dat hij aan maagpijn sterk leed , en kort daarna is hij naar Parijs geroepen , om er te sterven en in het panthéon begraven te worden . Toen in Holland zijn dood vernomen werd , was er eene al- gemeene verslagenheid op het eskader , als ofde Hollandsche marine nu eerst den laatsten snik gegeven had . VERHUELL is hem opgevolgd , in vele opzigten een uitstekend man . Hij heeft zich een goed tacticus getoond , manoeuvrerende zóó in het groot , in de engte van de reede van Texel , dat het velen verbaasde en gelijk niemand vóór hem had gedaan . Hij was een goed staatsman en aan den Keizer trouw gehecht. Zijn uiterlijk was schilderachtig mooi en zijn gelaat vriendelijk . Kalm en bedaard , tot zelfs in de laatste bange dagen van NAPOLEON . VERHUELL is miskend gewor- den , anders zou WILLEM I hem tot Minister van marine hebben benoemd . In Holland afgewezen , is hij in Frankrijk gebleven , en daar pair " ge- worden ; doch gedurende de honderd dagen" heeft hij niet gediend . VER- van karakter . Het was eene verstandige daad van den Keizer , om aan het oud - Hollandsche eskader weder een Hollander tot bevelhebber te geven ; met een Franschman zou men de wieken hebben laten hangen.

HUELL was een man

In 1811 waren eenige oorlogsfregatten voor Java bestemd . Zij zouden uit onderscheidene havens van het keizerrijk uitloopen , ook van Texel . Ik werd , den 5 December 1811 , overgeplaatst op een daarvan " l'Aurore " ; kolonel CANTZELAAR. De overplaatsing was eene onderscheiding , vermits spoedige bevordering daarmede in verband stond . Maar de tijding kwam , kort voor het uitzeilen , dat Java door de Engelschen genomen was , zoo- dat het vertrek niet plaats greep , en ik naar het admiraalschip terug keerde . Dat was de derde teleurstelling in mijne loopbaan !

In 1813 was ik van het admiraalschip gedetacheerd , kommanderende eene kanonneerboot , waarmede ik in het Eijerlandsche gat lag. Er heeft toen iets met mij plaats gehad , dat melding verdient , omdat het tot waarschuwend voorbeeld kan strekken .

"

Mijn station droeg den naam van brandwacht" , doch een vijand werd er nooit gezien . Daar ontving ik een brief , dat mijn vader , die zich te Groningen bevond , zeer gevaarlijk ziek lag en mij voor zijn dood nog eens

(22)

wenschte te ontmoeten . Ik vroeg verlof aan den stations - kommandant , die aanvankelijk bezwaar maakte , om reden van onbevoegdheid , doch in aanmerking nemende dat niemand naar ons omkeek , stil en rustig liggende in eene kreek , zoo gaf hij toe , onder beding dat ik onverwijld zoude terug keeren . Mijn verlof was drie dagen ; een mondeling verlof.

Gereed om Groningen weder te verlaten , komt de kommissaris van de marine , wiens naam mij ontgaan is , een vriend van mijn vader , mij zeg- gen , dat hij bevelen had gekregen van den admiraal VERHUELL , om mij met gensd'armes naar het eskader terug te brengen , vermits ik mij zonder verlof had verwijderd . Ik verklaarde hem de zaak , en hij liet mij vertrek- ken , rapporterende dat ik reeds naar het Eijerland was teruggekeerd . Binnen de bepaalde drie dagen was ik daar terug . Mijne scheiding van mijn zieken vader was dubbel zielroerend ; dat is te begrijpen . Hij is echter toen weder hersteld en eerst twee jaren later , aan dezelfde kwaal (borstlijden ) , bezweken .

Aan het strand van Eijerland gekomen , praaide ik mijne boot , doch hoe verbaasd stond ik te kijken , toen ik de equipage veranderd en een ander kommandant aan boord vond . De zaak was deze : de kanonneerbooten van het Eijerlandsche gat hadden equipages , die van de groote schepen gedeta- cheerd waren en op onbepaalde tijden werden afgelost . Nu heeft het toe- val gewild , dat onverhoeds , juist toen ik afwezig was , die aflossing plaats had . Mijne afwezigheid kwam daardoor te blijken , waarvan natuurlijk aan den admiraal was gerapporteerd . Maar het zou niet zoo euvel opgenomen zijn geworden , indien de stations - kommandant de omstandigheid naar waar- heid had medegedeeld , met de reden , waarom ik afwezig was , en dat hij mij een onderhandsch verlof had toegestaan . Maar zijne bevoegdheid te buiten gegaan zijnde , ontkende hij dat verlof gegeven te hebben , zoodat het den schijn had , alsof ik mij in stilte had verwijderd .

-

't Was met de dienst geen gekscheren, in dien Franschen tijd ! Men geloofde mij wel en den stations - kommandant niet , maar naar de militaire regelen, bij gemis van bewijs , gold het woord van den meerdere . ' t Kwamop niets minder aan , dan dat ik voor een scheeps- of krijgsraad gesteld zou wor- den ,

en dan was fusilleren mijn lot geweest . Achttien jaren oud ! De ontkenning van den stations - kommandant was , vooral onder zulk een uit- zigt , een dubbel slechte daad . Voorspraak mijner jeugd en de overtuiging van den admiraal , dat ik inderdaad verlof had gehad , en voornamelijk de reden , waarom ik afwezig was geweest , dat alles te zamen genomen had ten gevolge , dat ik , na een hut - arrest van eene maand , bij den admiraal werd geroepen , van wien ik eene les ontving , met den goeden raad , om in ' t vervolg voorzigtiger te zijn . En daarmede was ik ontslagen . Toen was het natuurlijk Oranje boven ! ", ik wil zeggen : Vive l'Empereur !"

Toen de revolutie in November 1813 in Holland uitbrak ; bevond ik mij achtervolgelijk onder de Fransche vlag in de forten Merlang en la Folle aan den Helder , en ben ik daar gebleven , tot dat ik in ' t laatst van Decem- ber , met mondelingsche toestemming van den overste FRANC , chef van den

"

(23)

staf van den admiraal , naar Amsterdam vertrok . De reis had plaats in eene kaag. Wij waren verscheiden aspiranten aan boord ; onder dezen herinner ik mij den tegenwoordigen admiraal TENGBERGEN . Het lag in de bedoeling van den admiraal VERHUELL , om de Hollanders te verwijderen , en met de Franschen alleen hier te blijven , in afwachting eener staatkundige eindbe- slissing . De Hollandsche officieren , die tot mijnen staf behoorden, en daar- onder waren er verdienstelijken , onder anderen J. C. RIJK , maakten hierop eene uitzondering. De laatste heeft men destijds buitengewoon onderschei- den. VERHUELL heeft zich met moed , beleid en trouw , overeenkomstig zijnen eed , gedragen , en zich te gelijk nuttig gemaakt voor Nederland , door de vloot , die in het Nieuwe Diep gemeerd lag , en waarop geene be- manning was (want de Hollandsche matrozen waren alle vertrokken , de Franschen lagen in het fort ) , voor Nederland te bewaren . Zijne maat- regelen waren zóó genomen en proeven met bomworpen uit het fort hadden die verzekerd , dat , in geval de Engelschen de passage hadden geforceerd , om het weerloos eskader te bemagtigen , de vloot verbrand zoude zijn , niet zonder groot gevaar voor den vijand zelven .

--

en

Mijne reis , gezamenlijk met nog andere Hollandsche aspiranten van de Hollandsche marine, had , zoo als reeds gezegd is , plaats in een kaag over de Zuiderzee . Nooit vergeet ik den indruk , dien het zien van de vaartuigen op het IJ en de gebouwen van Amsterdam , waarop de Hollandsche vlag wapperde , op mijn jeugdig gemoed verwekte . Het bloed joeg mij ver- sneld door de aderen ; mijne oogen staarden, als in verbijstering van zinnen , blijmoedig in het rond ; sprakeloos keken wij elkander aan .

"!

Het was drie jaren geleden , dat ik mij tegenwoordig bevond op het admiraalschip , op het IJ gelegen , toen de Hollandsche vlag werd neder- gehaald en de Fransche geheschen . De admiraal DE WINTER , aan wien de uitvoering dezer treurige taak was opgedragen , wilde spreken tot het scheepsvolk , dat in het wand stond , maar de woorden stikten in zijne keel , en met een bedroefd gelaat brak hij af , zeggende : Jongens , kom , het is niet anders , leve de Keizer ! " Dat was wel de natuurlijke en tevens meest doeltreffende welsprekendheid van het oogenblik en beslissend tevens ; want " janmaat ", daardoor ook bewogen , riep nu , als bij werktuigelijke naroeping , driewerf hoera ! " De vlaggen verwisselden , het salut viel en een extra oorlam aan de klok maakte aan deze gewigtige gebeurtenis een einde . O die klok op dat oogenblik ! Het was de doodsklok bij de begrafenis der Hollandsche vlag. Jammer , dat het salut niet uit minuutschoten bestond .

"

Thans was het anders ! Nu ik mij weder onder de Hollandsche vlag geplaatst zag , gevoelde ik mij als bij verrassing Hollander . Mijne jeugd had medegebragt , dat ik mij al spoedig als Franschman had beschouwd , în de gedachte van Franschman te zullen blijven en sterven . Op mijn standpunt zag ik niet diep in politieke aangelegenheden , waartoe trouwens alle middelen , zelfs partikuliere brieven , zorgvuldig werden onthouden . De overgang was treffend !

Aan wal stappende had de Fransche kokarde mijn hoed reeds verlaten ,

(24)

maar ik had nog geen andere , ook geen oranje lint , en mijn rok , vol adelaarsknoopen , trok de aandacht van het straatgemeen , dat mij bedreigde . Eerst toen ik kon beduiden , dat ik zoo pas van den Helder kwam liet men mij gaan , doch niet dan na ik mij een stuk oranje lint op de borst had laten spelden .

Zonder geld , zonder kleeren , zonder kennissen te Amsterdam , haastte ik mij te meer , om in Hollandsche dienst opgenomen te worden . Tot dat einde begaf ik mij op weg naar ' s lands werf te Amsterdam , om mij aan te melden bij den admiraal VERDOOREN , die met het marinewezen belast was , en plaatsing te verzoeken , doch op straat ontmoette ik den overste KUCH- LER , die het bataillon artillerie kommandeerde , dat te Amsterdam werd opgerigt , en die mij van het Texels - eskader kende . Die hoofdofficier be- woog mij , om bij de artillerie te komen dienen , opmerkende , dat er nog geene marine bestond en ik een onbeduidend non -aktiviteits traktement zoude erlangen . Ik nam de aanbieding aan , en ontving eene voorloopige aanstelling tot 2den luitenant der artillerie van den generaal KRAIJENHOF , gouverneur van Amsterdam , op den 28sten December 1813 , later bekrach- tigd bij besluit van den souvereinen vorst op den 22sten Januarij 1814 no . 13. Ik werd ingedeeld bij het 4de bataillon , gekommandeerd door den ge- noemden luitenant -kolonel KÜCHLER , garnizoen houdende te Amsterdam.

o Toeval ! Had ik een andere straat gekozen , of was ik wat vroeger of later uitgegaan , ik zou den overste KÜCHLER niet ontmoet hebben en bij de marine gebleven zijn . Ik weet niet , of ik mij over deze veranderde lotsbestemming al of niet moet beklagen . Op mijne loopbaan heeft zij , bij slot van rekening , geen voordeeligen invloed gehad .

Ik moet hier eenoogenblik stil staan bij de zamenstelling van het batail- lon artillerie , waarin ik nu had plaats genomen . ' t Was een produkt der revolutie ? Ik zal niet spreken van de onderofficieren en kanonniers . Deze waren grootendeels van de schepen van het Texels - eskader afkomstig , fat- soenlijke en bekwame mannen , in vergelijking van een aantal officieren . Er waren onder dezen die zoo plotseling officier waren geworden , zoons van kleedermakers en diergelijken , die niet eens wisten hoe men de patroon in 't stuk moest steken . Mijn kapitein G .... genaamd , had in lang verloo- pen tijd gediend , ik weet niet in welken ondergeschikten rang ; sedert had hij een herberg gehad ; hij was een man van zeer geringen stempel . Maar ' t ergste van allen was de dronkenschap , waar aan velen zich overgaven . Grappig maar treurig tevens was het te zien , als er raad van administra- tie zou gehouden worden . Het bataillon lag in de houten kazerne , aan de Utrechtsche poort , die later is afgebroken ; daar vergaderde ook de raad ; welnu , de eene kruik met jenever voor en de andere na , werd de deur binnengedragen , en als de raad eindigde tuimelden de heeren , de een na den ander , de deur uit.

al

't Duurde gelukkig niet lang , dat ik mij onder die troep bevond , want spoedig werd ik bestemd , om deel te nemen aan de belegering van Naarden , welke vesting de Franschen , wachtende op bevelen , gelijk vele

(25)

andere plaatsen , nog hardnekkig verdedigden . Mijn standplaats was Muiden . Die plaats , en zoo ook Muiderberg , waren getuige van de heldhaftige verdedi- ging en zware verwonding van den 2den luitenant der artillerie MILET VAN COEHOORN tegen de Franschen , die een uitval gedaan hadden , welken offi- cier ik heb vervangen . Des nachts naderden wij , onder de bevelen van den kapitein der artillerie DE STURLER , met eenen houwitser , onder ge- bruikelijke voorzorgen , in stilte de vesting en wierpen er granaten in Maar , naar het mij voorkomt , was dit onder de bestaande politieke om- standigheden , vermits de val van NAPOLEON nabij was , zoodat de over- gave van zelve volgen moest , zonder eenig nut en tot nadeel der ingezete- nen . 't Geschiedde alleen met het onbeduidende oogmerk , om het garnizoen te verontrusten , en werd oogenblikkelijk uit het geschut , ' t welk boven de poort stond en den weg enfileerde , beantwoord. Overigens heb ik wat mij betreft omtrent dit beleg niets meldenswaardigs op te teekenen . De kapi- tein der artillerie DE STURLER behield de leiding van zulke nachtelijke on- dernemingen aan zich , en dat was verstandig , want zijne luitenants waren jong en onervaren in de artillerie - dienst .

Daar bevond zich ook , als luitenant der artillerie , de later berucht ge- worden KESSELS , de man van den walvisch , die in Frankrijk en in België zooveel opgang gemaakt heeft , een waaghals van de eerste soort . Beiden vergezelden wij onzen kapitein op zijne , altoos gevaarlijke , expeditiën . Eens gebeurde het , dat KESSELS mij voorsloeg , om gezamenlijk , elk met eeninfanterie -geweer gewapend , als uiterste post , den weg te verkennen , en kon het zijn tot aan de brug der vesting door te gaan , met oogmerk , om den val der granaten waar te nemen . Ik nam het aan , en de kapi- tein gaf zijne toestemming. Het was stik donker en fel koud . Wij slopen. als dieven vooruit en kwamen inderdaad tot aan het opgehaalde gedeelte van de brug , dat ons van de Fransche schildwacht scheidde , die aan den binnenkant stond te trappelen van de koude. Indien een onzer gehoest of geniesd had , waren wij verraden geweest . Toen nu de kapitein granaten begon te werpen , waarvan wij de daling goed konden waarnemen , en die allen in de vesting vielen , schoten de Franschen van boven de poort , in den blinde , langs den weg ricocheterende . Zoolang wij op de brug ston- den , of digt onder de vesting waren , gingen de kogels ver over onze hoofden . Maar toen wij , wetende hoeveel worpen er gedaan zouden wor- den , nadat die volbragt waren moesten terugkeeren , en toen wij nu de kanonskogels langs en boven ons hoorden vliegen , of in onze nabijheid aan- slaan , was onze positie op den smallen weg niet te benijden . Wij kozen de partij , om aan eenen kant van den weg te gaan , zoodat wij de rij boomen in den rug hadden , en bereikten aldus , in versnelden pas , geluk- kig de veiligheid , met het voornemen , om ons niet weder zoo te wagen , zonder volstrekte noodzakelijkheid . Nog al opmerkelijk was het , dat dien zelfden nacht een kanonkogel tusschen den kapitein en een bombardier aan- sloeg , zoodat , indien wij bij de houwitsers waren gebleven , een onzer daar- door had kunnen zijn getroffen.

(26)

' t Is hier de plaats , om aan den kapitein DE STURLER hulde te brengen voor zijnen dienstijver , bedaardheid en de goede wijze , waarop hij zijne officieren , inzonderheid mij jongsten , pas van de marine afkomstig en met de artillerie - velddienst nog onbekend , behandelde . Hij was , naar het mij thans toeschijnt ( vroeger kon ik hem niet beoordeelen ) , een goed en ver- standig man . Hij heeft zijne loopbaan in Nederlandsch Indië , maar bij de militaire administratie , vervolgd , en , daarna gepensioneerd , eenen hoogen ouderdom , in ' t ongestoord genot van gezondheid , bereikt . Nog niet lang geleden is hij overleden . Mijne getuigenis zal aan zijne zoons , als zij die vernemen , niet ongevallig zijn , vertrouw ik.

Ik teeken ook nog aan , dat het alléén voor Naarden is geweest , dat ik mij in de nabijheid van vijandelijke kogels heb bevonden. Mijne bestem- ming is later niet geweest voor het tooneel des oorlogs , gelijk men zien zal . Toen het leger vervolgens van zijne smetten langzaam aan begon gezui- verd te worden , toen er orde in de administratie van het rijk werd gebragt , en het 4de bataillon eene reorganisatie onderging , werd ik overgeplaatst bij het 3de bataillon van linie , onder de bevelen van den luitenant - kolonel J. V. B. , zekerlijk wel de vinnigste oranje - klant , hater der Franschen , en meest ultra orthodox protestant , dien men zich kan voorstellen . Sedert de gebeurtenissen van 1795 was hij geëmigreerd geweest , zoodat hij de dienst was ontwend. Als type van de vorige eeuw , strekte hij met zijn staartje en gepoederd hoofd , gezeten op zijn bruintje , dat voor het front aan den toom door zijn ordonnance geleid werd , aan het garnizoen ten spot . Ja ! zulke antiquiteiten der militaire wereld , en vele anderen , niet minder ku- rieus , zag men destijds , kort na de revolutie van 1813 ! Daar hij buiten- gewoon vroom en kerksgezind was , waren degenen , die daarin van hem verschilden , hem een doorn in ' t oog. " Hij eischte , dat de officieren , die hunne geloofsbelijdenis nog niet hadden gedaan , daartoe zouden over- gaan . Hij sprak daarover zelf met een predikant ; en met ons drieën meld-- den wij ons aan bij den wel eerwaarden .... en woonden weldra regelma- tig de katechesatie bij , omdat de overste het verlangde ! De klucht begon al bij het aanbellen , werd voortgezet met de bediende in den gang , die ons had opengedaan , en zoo traden wij ' t studeervertrek binnen , met een schijnheilige tronie . Ongelukkigerwijs was onze goede dominé ook een zoogenaamd regtzinnige , die ons dingen wilde doen slikken , die men thans geen jongen van tien jaren meer binnen krijgt. Maar onze tegenbedenkin- gen , waarvan hij er geen een wist op te lossen , gaven al spoedig aan- leiding , dat hij den moed verloor en onze inwijding in zijne mysteriën. moest opgeven. Onze overste zag met weemoed op het drietal gepredesti- neerde verworpelingen" neder , en zoo nam die komedie een einde.

Ik bleef echter niet lang meer bij dat bataillon . Bij besluit van den souvereinen vorst van 1 Maart 1815 , werd ik tot 1sten luitenant bevorderd en bij het 2de bataillon artillerie van linie , onder bevel van den luitenant- kolonel H. geplaatst , aan wien , na zijne terugkomst uit Frankrijk , een ander kommandement werd opgedragen , terwijl het 2de bataillon onder de

(27)

bevelen werd gesteld van den majoor DE LAZARAS , die tot luitenant - kolonel was bevorderd .

Deze jeugdige en ijverige bataillons - chef , een waar gentleman , bragt zijn korps tot een graad van volkomenheid , dat het ieders bewondering trok . De vijf jaren , welke ik bij dat bataillon in groote vestingen , als ' s Her- togenbosch , de Grave en Mons , heb gediend , zijn mij leerzaam geweest en van invloed op mijne wijze van dienen in de rangen en betrekkingen , welke ik heb doorloopen.

Plotseling ontstond voor mij aanleiding , om in Oost - Indische dienst over te gaan. Ik werd daartoe aangezocht door den reeds genoemden kolonel H. , die met den rang van generaal - majoor mede tot de Oost - Indische dienst benoemd was . Fraaije toezeggingen , uitzigt op spoedige bevordering en fa- milie-omstandigheden deden mij daartoe besluiten . Onder deze laatsten be- hoorde , dat H. mijne zuster , nog tijdens het leven van haar vader , die zijne toestemming gegeven had , ten huwelijk had gevraagd , en zij met mij naar Java zou gaan of derwaarts zou volgen . Maar hij verbrak deze over- eenkomst voor een huwelijk met de rijke weduwe K. , die hij , in vroeger jaren , tijdens het leven van haar echtgenoot reeds gekend had . Hij brak zijn woord , maar hij heeft zijn straf gevonden , want hij is in zijne wo- ning , kort nadat zijne echtgenoot gestorven was , door vergif om het leven gebragt . Mijne zuster trad echter , toen zij zich bij mij te Soerabaja be- vond , in het huwelijk met den baron DE SALIS , resident te dier plaatse die vele jaren later , als lid van den raad van Indië , te Batavia is over- leden , nadat zijne echtgenoote hem te ' s Gravenhage in 't graf was voor- gegaan . Zij had in DE SALIS een echtgenoot getroffen , die een waar edel- man , een voortreffelijk mensch en een goed man voor haar geweest is , en die als ambtenaar in de algemeene achting zeer hoog stond aangetee- kend . Wij hebben tot aan zijn laatste uur in broederlijk vertrouwen ge- leefd en ik ben bij zijn sterven tegenwoordig geweest . Hij had mij in zijn testament begrepen onder het getal zijner " vier broeders" . De executeuren hebben echter vermeend , dat een zwager geen broeder was , zoodat de testa- teur zich in het getal zijner broeders had vergist , en op dien grond hebben zij mij uitgesloten . Ik heb geene regten doen gelden , gesteld dat ik die had . In 1819 verliet ik het 2de bataillon , na een hartelijk afscheid van mijn chef , den overste DE LAZARAS , en van al mijne kameraden , waarvan mij de dankbare herinnering steeds is bijgebleven . Terwijl ik dit schrijf zijn er nog velen in leven en sommigen zelfs in aktieve dienst .

In dat jaar 1819 scheepte ik mij in ter reede van Texel , aan boord van het koopvaardijschip Ida Aleida , gezagvoerder SIPKES . Ik had onder mijn geleide een detachement supletie - troeppen , sterk 50 man , dat ik aan boord vond. Een oproer aan boord onder deze troepen , bestaande grootendeels uit Fransche deserteurs , was eene gewigtige gebeurtenis in mijn leven.

Men vindt dat vrij naauwkeurig beschreven in het Tijdschrift voor Neder- landsch Indië XVII jaargang ( 1855 ) I , 325 enz . , alwaar echter mijn naam niet is vermeld . De lezer wordt naar dat Tijdschrift verwezen .

(28)

Ik kwam den 30 Januarij 1820 ( mijn geboortedag ) te Batavia aan . Al spoedig werd ik kapitein en verkreeg ik eene kompagnie veld - artillerie . Twee jaren daarna , werd ik benoemd tot kapitein - konstrukteur in ' s lands konstruktie - winkel te Soerabaja , welke voordeelige sedentaire plaatsing mij was aangeboden door de kommissie van superintendentie . Van dat etablis- sement heb ik later ook de direktie gehad .

In 1828 werd ik bevorderd [tot majoor bij het 6de bataillon artillerie en tot onder - direkteur in de 3de groote militaire afdeeling , waaraan verbon- den was de betrekking van direkteur der kogelgieterij . Ik verliet den kon- struktie- winkel , dewijl de Kommissaris - Generaal DU BUS , in bezuinigings woede , dat etablissement reorganiserende , had vastgesteld , dat de direkteur zou zijn een civiel ambtenaar , of een militair met den rang van kapitein .

Bij deze onderdirektie vond ik alles geordend . Zij was niet lang geleden beheerd geweest door een uitstekend hoofd - officier , de , zich te vroeg aan de dienst onttrokken hebbende en sedert lang gepensioneerde , kolonel os- TEN. Bij veel bekwaamheid en grooten dienstijver had hij een edelen in- borst . Jammer , dat het korps artillerie hem niet langer heeft behouden . Zijn hart trok naar het vaderland , en afstand doende van hetgeen hem waarschijnlijk in de militaire loopbaan zou zijn ten deel gevallen , verliet hij Indië , medenemende de vriendschapvan velen en de achting van allen , en vestigde hij zich in Nederland , waar hij sedert in stille afzondering leeft . Het zou hier de plaats zijn , den inhoud in te lasschen van een aantal eervolle getuigschriften en partikuliere brieven , voornamelijk van den ge- neraal DE KOCK ; maar ik wil liever dengene , die mijne biographie zal uitgeven , daarnaar verwijzen .

De Gouverneur- Generaal VAN DEN BOSCH benoemde mij tot luitenant- kolonel den 18 Junij 1832 , en gaf mij te gelijk een verlof naar Neder- land , mij belastende met het overbrengen van zeer geheime en gewigtige depèches , naar luid van zijn geheim besluit en instruktie van 21 Junij 1832 La A en zijn geheime kabinets - missive van 28 Augustus 1832 no. 1495.

Ik vertrok met mijn gezin naar het vaderland . Bij het aandoen van het Engelsche kanaal vernamen wij , door de goedheid van den gezaghebber van een Engelsch schip , die naar ons had afgehouden , dat de Hollandsche havens door de Engelschen geblokkeerd waren , en dat Antwerpen door de Franschen belegerd werd . In eenen scheepsraad werd besloten het kanaal door te zeilen , doch niet naar Texel , maar naar Hamburg . Er was ge- brek aan levensmiddelen aan boord , anders zou men , buiten om , naar Noorwegen gestevend zijn ! Een dikke mist , bij zwaren zuid - westen wind , onttrok ons schip aan het oog der kruisers ; doch in de Noordzee klaarde de lucht plotseling op , en bevonden wij ons in de nabijheid van een bij- gedraaid Engelsch eskader . Een kotter naderde ons , en wij geloofden ge- nomen te zullen worden . Ik maakte mijne depèches gereed , om die , aan lood gebonden , in het uiterste geval in zee te werpen . Maar de kotter zeilde ons digt voorbij , en de Drie gebroeders , ons schip , dat zich onken-

(29)

baar had gemaakt , ook door de Hollandsche vlag het onderste boven te hijsschen , ontsnapte aan het gevaar van opgebragt te worden .

In den nacht daarop vernamen wij , door een gepraaide Engelsche stoomboot , dat de Eems niet geblokkeerd was , en nu besloot de kapitein , om derwaarts den steven te wenden . Wij kwamen , in ' t laatst van Decem- ber 1832 , te Delfzijl aan . Deze geheele reis was eene fataliteit . Met een talrijk gezin aan boord te zijn , bekrompen gelogeerd te wezen ; voeg daarbij zeer slechte en ongenoegzame voeding , veel stormen , een bar saisoen , ge- vaar van door den vijand genomen of naar een vreemde haven gevoerd te worden , zonder ander geld dan een wissel op Holland van ƒ 6000 , al wat ik bezat voeg dat alles bijeen en zeg mij , of gij ' t een genoegelijke reis zoudt gevonden hebben . Gelukkig toch nog dat het schip behouden in eene Hollandsche haven aankwam !

---

Alles in ' t vaderland was gewapend ; ook ik bood mijne dienst aan , ter audientie van den direkteur -generaal van oorlog DE EERENS . Daarvan werd echter geen gebruik gemaakt , dewijl er geen gebrek was aan hoofdofficieren van het wapen der artillerie.

Ik heb toen eerst eenigen tijd in Groningen gewoond , maar ik had weldra van ' t lieve maar dure vaderland genoeg en keerde naar Java terug, drie mijner zoons voor hunne opvoeding te Utrecht achterlatende . Behalve die drie , heb ik nog twee zoons gehad ; de een stierf kort na de geboorte , de andere twee jaren , oud . Diep betreurde lievelingen ! ..

Mij werden bovendien vier dochters geschonken .

Ik was gehuwd met ANNA MARGARETHA FREDRIKA RENDORFF .

Te Batavia in 1834 teruggekomen , werd mij het kommando van het personeel der artillerie opgedragen , en kort daarna werden de funktiën van chef van den algemeenen staf daarbij gevoegd . De eigenhandige brief van den generaal - majoor DE STUERS , kommandant van het Indische leger van 8 Junij 1834 no . 24a /b , wordt hier overgeschreven , dewijl daarinhet be- wijs gelegen is , dat ik niet om die betrekking gevraagd heb , maar dat ik , in vleijende bewoordingen , verzocht ben geworden , die op mij te ne- men , met behoud van het kommandement der artillerie . Zie hier den brief:

De majoor RUSETTE zal een verlof voor ziekte bekomen van eenige maanden , waardoor ik genoodzaakt ben in voorziening te treden .

Ik wenschte U de waarneming van chef van den staf op te dragen , in ' t vertronwen dat daardoor geene verandering zal ontstaan bij het personeel der artillerie , hetwelk U als actief chef zal blijven beschouwen . Zoo Gij dien last op U meent te kunnen nemen ( met de daarop staande toelagen) , wees dan zoo goed , en begeef U bij majoorRUSETTE , om hem hiervan ken- nis te geven , en neem onmiddelijk de zaken op U. Maak van dien dag af de noodige minu- ten , om hiervan onderrigt en kennisgave te doen aan hen die het aangaat .

Tot aanstaanden Vrijdag ben ik te Ttjandjor , Zaturdag ben ik te Ttjtarup , en Maandag of Dingsdag te Batavia.

De majoor RUSETTE zal door dit middel in staat zijn , om U die renseignementen nog te geven , terwijl hij hier is , die , bij later aanname , door zijn vertrek moeijelijker zouden worden .

(30)

Alzoo werd ik kommandant van het personeel der artillerie en waarne- mend chef van den generalen staf tevens . In 1835 werd ik van laatst- genoemde betrekking ontheven , ter zake van eene brochure , welke aan den minister J. VAN DEN BOSCH ongevallig was ; zij had tot opschrift : Vrijmoedige beschouwing van de landmagt in Neerlands Indië.

Alvorens de generaal DE STUERS zijn kommandement nederlei , deed hij een voordragt aan den Gouverneur - Generaal a. i . J. C. BAUD , om mij als chef van den generalen staf te bevestigen , zeggende , dat hetgeen goeds aan mij gedaan werd , door hem beschouwd zoude worden , als aan hem zel- vente zijn geschied . De brochure heeft dat verijdeld .

In 1836 werd ik echter in de funktiën van chef van den generalen staf hersteld , en later bevestigd met den rang van kolonel .

Intusschen was ik op mijn verzoek van het kommandement der artil- lerie ontheven geworden , want de waarneming dier beide funktiën was niet vol te houden .

In 1835 was het kommandement van het leger op den generaal - majoor COCHIUS overgegaan . Deze vertrok in 1837 naar Sumatra als gouverne- ments -kommissaris , en aan mij werd , gedurende diens afwezigheid , het beheer van het militaire departement bij een speciaal besluit opgedragen . Voor de waarneming dezer buitengewone dienst ben ik tot Ridder der orde van den Nederlandschen Leeuw benoemd geworden .

In dien tijd was de luitenant- generaal DE EERENS Gouverneur - Generaa van Nederlandsch Indië . Deze landvoogd heeft mij in bescherming geno- men , en mij gunstig onderscheiden , toen het ministerie VAN DEN BOSCH mij door den luitenant - kolonel DE STUERS wilde doen verplaatsen , blijkens het volgend extrakt van een partikulier schrijven , van den heer DE EERENS van 10 Augustus 1836 , no . 10 aan den Minister VAN DEN BOSCH , van den volgenden inhoud :

Ik heb in der tijd ontvangen Uwer Excellentie aanbeveling , van wege den Koning ten behoeve van den luitenant - kolonel DE STUERS , en wel voornamelijk om hem , bij vakature , tot chef van den staf in aanmerking te brengen . Dezehoofd - officier is onlangs alhier aangekomen . Ik heb echter aan Zijne Majesteits intentiën omtrent zijne plaatsing als chef van den staf niet kunnen voldoen , wijl ik vertrouw , dat deze niet anders dan op billijkheid gegrond moet zijn , en ik het als een groot onregt zoude beschouwen , zoo ik den bekwamen luitenant - kolonel PENNING NIEUW- LAND , de funktiën van chef van den staf waarnemende , daaruit , ten voordeele van den heer DE STUERS verwijderde. Want hoezeerook maar # waarnemend❞ voor het oogenblik , is hij echter tot die funktie op last van Uwe Excellentie geroepen. Hij zoude ook reeds verscheidene maanden tot kolonel en chef van den staf definitief benoemd zijn , zoo ik dit niet uitgesteld had , tot de beslissing , welke ik van Uwe Exc . wachtop mijne voorstellen tot réorganisatie van den alge- meenen staf.

Ik zal echter trachten den luitenant - kolonel DE STUERS zoodanig te plaatsen , als voor hem aangenaam en voor de dienst nuttig kan zijn . Ik heb gemeend Uwe Eexc. hiervan te moeten onderrigten .

De luitenant - generaal COCHIUS heeft mij , blijkens zijne voordragt gedag- teekend Ambarawa den 21 Julij 1846 L' I , op vereerende gronden , tot generaal - majoor voorgedragen , nadat de jongere kolonel MICHIELS , ter zake

(31)

van krijgsbedrijven , tot generaal - majoor bevorderd was geworden . Dit is zonder gevolg gebleven , niettegenstaande de Minister J. C. BAUD kort te voren , den 8 Julij 1845 L C. no . 4/423 , geschreven had , dat de koning (WILLEM II) hulde deed aan de goede diensten , welke ik bewees en waar- omtrent bij herhaling door den kommandant van het Indische leger de gunstigste getuigenissen waren gegeven . De kolonel DE STUERS bevond zich toen in Nederland . Is hier een invloed ten zijnen voordeele werk- zaam geweest ? Dit is zeker , dat , hoe meer ik verhoogd werd , het hem des te moeijelijker viel , mij in te halen.

Eene sedentaire afmattende bureau - dienst , in het klimaat van Batavia , belette mij , langer als chef van den generalen staf te blijven dienen , zoo- dat ik mij in 1848 weder, tot herstel van gezondheid , in Nederland bevond . Dit jaar 1848 was een jaar van volksberoerten ! Een Europesche oorlog scheen te voorzien , en in onze Oost - Indische bezittingen bevond men zich onvoorbereid . Vestingen in wording ! geen geschut ! geen buskruid ! geen projektielen ! geen affuitage ! geen geweren ! geen voorraad van iets hoege- naamd ! geen geld ! en een organiek te klein en daarenboven zeer inkompleet en slecht georganiseerd leger ! De Minister J. C. BAUD had om der wille van het batig slot" aan het krijgswezen in Oost - Indie onthouden wat het noodig had , en bij herhalingwas aangevraagd . Raadpleeg onder anderen de militaire voordragt van 22 April 1842 , waarvan een extrakt hieronder volgt , en welke zonder gevolg is gebleven , een stuk dat op specialen last van den generaal COCHIUS , kommandant van het leger , aangespoord door den direk- teur der genie VAN DER WIJCK , aldus, in sterke bewoordingen , door mij is gesteld , wel wetende dat het moeite zou kosten , van den Minister te ver- krijgen wat noodig was . Toch heeft het niets gebaat ! Het luidt aldus :

"

Naarmate de vestingwerken , welke op Java gesticht worden , de voltooijing naderen , isde aandacht meer bepaald geworden op het benoodigde armement en approvisionement dier vestin- gen . Dien ten gevolge heb ik den 2den December 1840 eene kommissie benoemd , welke in last had , dienaangaande bepalingen te ontwerpen en te dienen van rapport . Zij heeft hare taak voleindigd den 11 den Maart 1. Haar verslag wordt hiernevens aangeboden . Ik vereenig mij daarmede , behoudens eenige bedenkingen en opmerkingen , welke in Nederland kunnen strekken ter spekulatie bij het behandelen en overwegen van dit belangrijk onderwerp , hetwelk , zoo als ligtelijk kan worden bevroed , niet minder in zich besluit dan de kwestie van het volstrekt heilzame in het belang des vaderlands , of van het volstrekt doellooze ja verkwistende en ge- vaarvolle van de daarstelling dier vestingwerken .

" Heilzaam voorwaar ! En wie zou het betwijfelen of ontkennen , na het licht , dat over het hoog belang van Nederlandsch Indië ontstoken en door wrijving van gedachten verspreid is , mits de vestingen naar eisch bezet en bewapend worden ; want dan alleen kunnen zij het bezit van Java aan het moederland waarborgen . Opofferingen mogen daartoe niet te groot geacht worden , immers het zijn of niet zijn van Nederland's volksbestaan is daaraan op het naauwst verbonden . In ' s lands vergaderzaal is de getuigenis daarvan meermalen afgelegd , wanneer de vertegenwoordigers des volks hunne aandacht op de belangen en het behoud van Nederlandsch Indië gevestigd hadden . Over hetgeen in den tegenwoordigen tijd tot bereiking van dat va- derlandslievend doel zal zijn gedaan , zal de nakomelingschap in het gerigt treden . Zij zal dank- bare hulde bieden aan hare vaderen voor het behoud en de bevestiging van Nederlandsch on- schatbare kolonie , zoo als wij het doen aan de grondleggers van Nederland's onafhankelijkheid . Doch anders zal het zijn , wanneer de vestingen aan zich zelven zijn overgeleverd naakt en

21ste JAARG . 2

(32)

-

bloot ! Eens toch , het zij vroeg of spade , zal de dag aanbreken , op welken onze naburen naar de wederverovering van het land , waarop zij een begeerig oog gevestigd houden , trachten zullen , en waartoe de prikkel zich verheft in rede vanzijnen toenemenden rijkdom . Moge dit alzoo worden ingezien in Nederland , en het stelsel van spaarzaamheid niet bij uitnemendheid blijven drukken op de middelen van verdediging en op de verdedigers van deze gewesten ; en moge al hetgeen , in het belang van een verstandig zamen te stellen leger en tot aanprijzing van het ont- werp van defensie is gezegd en herhaald eindelijk bekroond en deze uitboezeming , weldra gevolgd worden door eene doeltreffende legerorganisatie in het gebiedend belang van het vaderland."

In dezen verwaarloosden toestand der verdediging van Nederlandsch Indië in 1848 , in weerwil van de millioenen die zij reeds gekost had , werd door Koning WILLEM II eene militaire kommissie benoemd , waarvan ik lid ben geweest. Zij had in last , om voorstellen te doen omtrent de bevelen , die aan den Gouverneur - Generaal gegeven en de maatregelen , die hier te lande genomen zouden worden , voor de verdediging van Neder- landsch Indië. Ik ben niet in gebreke gebleven , den weerloozen toestand van Nederlandsch Indie in de vergaderingen dier kommissie op te merken.

't Was even voor dien tijd , dat Koning WILLEM II mij benoemde tot kommandeur der orde van de Eikenkroon . In de aanschrijving daarover van den ministerJ. C. BAUD stond geschreven : #dat die benoeming moest beschouwd worden als een blijk van ' s Konings tevredenheid over mijne goede diensten in het Indisch leger bewezen . "

1

Om in de behoefte aan geschut te voorzien , werd ik in kommissie ge- zonden naar Zweden . Deze zending heeft mij veel voldoening gegeven . Vooreerst werd het geschut , dat te Batavia aankwam , door de artillerie zoo keurig bevonden , dat zij zich de mogelijkheid der vervaardiging van zoo schoon ijzeren geschut niet had kunnen voorstellen . Ten tweede ver- wonderde men zich niet minder over de tafels van contrôle en de ge- strengheid daarbij vastgesteld ; ' t scheen onbegrijpelijk , hoe de fabrikanten zich daaraan hadden willen onderwerpen . En de derde reden was de zeer matige prijs , waarvoor het aan Nederland geleverd werd . Van deze be- vinding is uit Indië officieel berigt aan het ministerie gegeven . De lui- tenant der artillerie RHEUTER , die mij in deze kommissie was toege- voegd , en van wien ik goede diensten gehad heb , is daarbij in vereerende opmerking gebragt . Ik heb er niets verder van vernomen.

Maar ik had nog andere redenen van tevredenheid . Mijn aanwezen in Zweden is gekenmerkt geworden door bijzondere onderscheiding van de zijde der koninklijke familie aldaar . In de eerste plaats was mijne kom- missie van materiëel belang voor de geschutgieterijen in Zweden , die ik allen werk verschafte . ' t Was zoo lang geleden , dat voor Holland ge- schut in Zweden was vervaardigd ! Men verheugde zich , dat het Neder- landsche Gouvernement weder de voorkeur aan de Zweedsche fabrieken gaf. ' t Wasop mijn advies , dat dit plaats vond , en daarvoor betoonde men mij bijzondere tevredenheid . De eigenaren dier fabrieken zijn edel- lieden en bekleeden eereposten aan het hof. Ik blijf mij die heeren met veel genoegen herinneren , voornamelijk den baron VAN WARENDORFF , wiens vriendschappelijken omgang ik veel verpligt ben .

aan

(33)

Eene tweede omstandigheid was deze. De koninklijke familie in Zwe- den wenschte zeer , dat de kroonprins in ' t huwelijk trad . Van vele zij- den nam men bij mij informatiën naar prinses LOUISE . Ik bleef niet in gebreke van hoogst gunstig over haar te spreken , onder bijvoeging , dat het huis van prins FREDERIK in de hoogste achting stond bij het Neder- landsche volk . En daarbij wierp ik zoo in ' t voorbijgaan, als ware het eene minder beduidende zaak , den rijkdom van prins FREDERIK in de schaal , wel wetende , dat de Zweedsche vorstelijke familie niet rijk is .

Ik moet echter de opmerking maken , dat het voornamelijk de hofdames waren , die mij met deze aangelegenheid druk bezig hielden , en dat nie- mand der koninklijke familie daarover een enkel woord gesproken heeft.

Vermoedelijk hebben de hofdames haar voordeel gedaan met hetgeen zij van mij vernamen.

Voor mijn vertrek uit Zweden ( de eerste maal met het voornemen om terug te komen) , sprak Koning OSCAR mij bij het afscheid meer bepaald over de politiek van den dag. Men wist nog niet , wat uit de Frankfor- ter vergadering zou voortvloeijen , en men verwachtte een algemeenen , een Europeschen oorlog . Koning OSCAR droeg mij het navolgende op :

--- " Colonel , dites à votre souverain , que j'aime la paix , mais que je ne crains pas la guerre , et que , si la guerre éclate , je suis bien décidé à bruler tout le littoral de l'Allemagne".

Mij van deze opdragt kwijtende , zeide mij Koning WILLEM II :

" De Koning van Zweden zal nu wel eene nota van Rusland ont- vangen hebben , welke daarin eene belangrijke wijziging te weeg brengt" . Bij deze gelegenheid bedankte ik den Koning WILLEM II voor de rid- derorde van kommandeur der Eikenkroon , onder bijvoeging dat ik daar- aan te meer hechtte , omdat in de ministeriëele aanschrijving stond , dat ik de benoeming moest beschouwen als een bijzonder blijk van ' s Konings tevredenheid over mijne diensten in het Indische leger bewezen ; zoodat ik nu meende te mogen hopen , dat de organisatie van dat leger niet langer een slagboom voor mijne loopbaan zou zijn , opmerkende , dat ik twaalf jaar kolonel was geweest . De Koning antwoordde :

- " Dat is lang ! Twaalf jaren ! Spreek daarover met RIJCK * ) , dan zal ik u tot generaal - majoor benoemen ."

En wat volgde hierop ? Eene aanstelling tot generaal - majoor titulair ! Zou de Koning dat bedoeld hebben ? Intusschen schreef de Minister RIJCK mij : U met deze eervolle benoeming geluk wenschende , voeg ik er tevens de betuiging bij , dat het mij , voor hetgeen ik daartoe heb mogen bijdragen , eene aangename voldoening zal zijn , wanneer deze hooge gunst zal strekken , omuwen ijver en talenten nog lang te blijven aanwen- den ten voordeele van 's Konings leger in Oost - Indië , aan ' t welk reeds zoo vele aangename herinneringen voor u verbonden zijn .

Toen ik, na eene korte afwezigheid , te Stokholm terug was in ' t belang mijner zending , tevens overbrengende de groeten van Koning WILLEM II

*) De vice- admiraal J. C. RIJCK , toen Minister van Marine en Koloniën . 2*

Referensi

Dokumen terkait

In ’n ander onlangse werk, Bible and cinema: An introduction, identifiseer Renhartz vier onderwerpe in die Wirkungsgeschichte resepsiegeskiedenis wat oor die verhouding tussen die

~ laatau puut lDet gemaktucbt of drukle VftU oldt!re,diebi.t.. nIlar df'h QU8DtaD r,l bhllcn kJ~t

MUNSON, di Palmenlua 57 Ada sedik.lt, djam VRIJ... China Mail Steamshitt Co;

Neben der Frage nach einem “historischen Recht“ auf das Alte Testament sieht Gerhards auch in der entsubstantialisierten Christologie im Gefolge Schleiermachers einen Grund für

89-193 examine how first-degree incest is portrayed in non-narrative Chapter 3 and narrative Chapter 4 texts of the Hebrew Bible... Chapter 2 is a truly interdisciplinary chapter which

Om net ’n spul vloekwoorde in ’n speurder se dialoog te druk gaan dit nie op magiese wyse geloofwaardig maak nie, net soos wat ’n klomp slang nie skielik ’n tienerkarakter soos ’n regte

Na my wete is hierdie bepaalde boek ook van die weinig vakwetenskaplike publikasies wat ’n hedendaagse astrofisiese wêreldbeeld direk met die Reformatoriese liturgie koppel, en dit

O ok in hierdie twee deeltjies word telkens geprobeer om die Outestamentiese geskrif te verstaan as die getuienis van die ene openbaring van God, die V ad er van onse H eer Jesus