• Tidak ada hasil yang ditemukan

Gedigitaliseerde boeken uit het publieke domein

N/A
N/A
enjolras

Academic year: 2025

Membagikan " Gedigitaliseerde boeken uit het publieke domein"

Copied!
417
0
0

Teks penuh

(1)

Over dit boek

Dit is een digitale kopie van een boek dat al generaties lang op bibliotheekplanken heeft gestaan, maar nu zorgvuldig is gescand door Google. Dat doen we omdat we alle boeken ter wereld online beschikbaar willen maken.

Dit boek is zo oud dat het auteursrecht erop is verlopen, zodat het boek nu deel uitmaakt van het publieke domein. Een boek dat tot het publieke domein behoort, is een boek dat nooit onder het auteursrecht is gevallen, of waarvan de wettelijke auteursrechttermijn is verlopen. Het kan per land verschillen of een boek tot het publieke domein behoort. Boeken in het publieke domein zijn een stem uit het verleden. Ze vormen een bron van geschiedenis, cultuur en kennis die anders moeilijk te verkrijgen zou zijn.

Aantekeningen, opmerkingen en andere kanttekeningen die in het origineel stonden, worden weergegeven in dit bestand, als herinnering aan de lange reis die het boek heeft gemaakt van uitgever naar bibliotheek, en uiteindelijk naar u.

Richtlijnen voor gebruik

Google werkt samen met bibliotheken om materiaal uit het publieke domein te digitaliseren, zodat het voor iedereen beschikbaar wordt. Boeken uit het publieke domein behoren toe aan het publiek; wij bewaren ze alleen. Dit is echter een kostbaar proces. Om deze dienst te kunnen blijven leveren, hebben we maatregelen genomen om misbruik door commerciële partijen te voorkomen, zoals het plaatsen van technische beperkingen op automatisch zoeken.

Verder vragen we u het volgende:

+ Gebruik de bestanden alleen voor niet-commerciële doeleinden We hebben Zoeken naar boeken met Google ontworpen voor gebruik door individuen. We vragen u deze bestanden alleen te gebruiken voor persoonlijke en niet-commerciële doeleinden.

+ Voer geen geautomatiseerde zoekopdrachten uit Stuur geen geautomatiseerde zoekopdrachten naar het systeem van Google. Als u onderzoek doet naar computervertalingen, optische tekenherkenning of andere wetenschapsgebieden waarbij u toegang nodig heeft tot grote hoeveelhe- den tekst, kunt u contact met ons opnemen. We raden u aan hiervoor materiaal uit het publieke domein te gebruiken, en kunnen u misschien hiermee van dienst zijn.

+ Laat de eigendomsverklaring staan Het “watermerk” van Google dat u onder aan elk bestand ziet, dient om mensen informatie over het project te geven, en ze te helpen extra materiaal te vinden met Zoeken naar boeken met Google. Verwijder dit watermerk niet.

+ Houd u aan de wet Wat u ook doet, houd er rekening mee dat u er zelf verantwoordelijk voor bent dat alles wat u doet legaal is. U kunt er niet van uitgaan dat wanneer een werk beschikbaar lijkt te zijn voor het publieke domein in de Verenigde Staten, het ook publiek domein is voor gebruikers in andere landen. Of er nog auteursrecht op een boek rust, verschilt per land. We kunnen u niet vertellen wat u in uw geval met een bepaald boek mag doen. Neem niet zomaar aan dat u een boek overal ter wereld op allerlei manieren kunt gebruiken, wanneer het eenmaal in Zoeken naar boeken met Google staat. De wettelijke aansprakelijkheid voor auteursrechten is behoorlijk streng.

Informatie over Zoeken naar boeken met Google

Het doel van Google is om alle informatie wereldwijd toegankelijk en bruikbaar te maken. Zoeken naar boeken met Google helpt lezers boeken uit allerlei landen te ontdekken, en helpt auteurs en uitgevers om een nieuw leespubliek te bereiken. U kunt de volledige tekst van dit boek doorzoeken op het web via http://books.google.com

1

(2)
(3)

KONINKLIJKE BIBLIOTHEEK 0045 8056

(4)
(5)
(6)

IINANGKABAUSCH- MALEISCH-NEDERLANDSCH

WOORDENBOEK .

(7)
(8)

700 10 6.1 1577

37 978

L2 1961

MINANGKABAUSCH - MALEISCH - NEDERLANDSCH 59

WOORDENBOEK

MIN

BEWERKT DOOR

J. L. VAN DER TOORN .

UITGEGEVEN DOOR HET KONINKLIJK INSTITUUT VOOR DE TAAL- , LAND- EN VOLKENKUNDE VAN NEDERLANDSCH -INDIË TE ' S- GRAVENHAGE .

K O N I N K L I

JKE B

L I

O T

H E

E K

' S GRAVENHAGE

MARTINUS NIJHOFF

1891 .

(9)

BOEKDRUKKERIJ VAN E. J. BRILL , TE LEIDEN .

(10)

VOORWOORD.

Waar er reeds zulke goede Maleisch- Nederlandsche woordenboeken bestaan , zal het verschijnen van dit werk volgens het oordeel van velen , vooral van hen , die het denkbeeld zijn toegedaan , dat men zich in het land der Minangkabauers ook wel met het gewone Maleisch behelpen kan , als overbodig beschouwd worden . Kennismaking met den inhoud ervan zal echter , ik twijfel er niet aan , tot de overtuiging brengen , dat het Minangkabausch , hoevele punten van overeenkomst het ook met het Riausch hebben moge , toch nog heel wat anders is dan dit laatste en eene afzonderlijke studie ervan wel der moeite waard , zoo niet noodzakelijk genoemd kan worden , vooral voor hen , wier bestemming het is onder die bevolking een deel huns levens door te brengen.

Wie o . a. in de Padangsche Bovenlanden korter of langer tijd heeft vertoefd , zal met mij , die er ruim vijftien jaren werkzaam was , de leer , die het Minangkabausch als een patois van het Riausch beschouwt , een weinig geloofwaardig sprookje noemen , door gemakzucht of ten gevolge van gebrek aan ernstig onderzoekde wereld ingezonden , en met mij zal hij het onverklaarbaar vinden , hoe eentaal , die het eigendom is van eene tal- rijke bevolking en gesproken wordt in een der voornaamste gedeelten van onze Oost - Indische bezittingen , waarin niet weinig belangrijke geschriften van allerlei aard zijn opgesteld en die nog altijd dienst doet , wanneer de Minangkabauer zijne gedachten op papier uit- drukt , in vergelijking van sommige andere archipeltalen , tot op heden zoo stiefmoe- derlijk behandeld is geworden .

De samenstelling van dit woordenboek is dan ook eene poging , om van dienst te zijn aan hen , die in zich de overtuiging hebben , dat de vruchten van den arbeidonder een vreemd volk alleen dan bevredigend kunnen zijn , wanneer mendat volk heeft leeren kennen ; doch dat men tot die kennis niet komt , vóórdat men de taal van dat volk be- grijpt en zich zelven zoo goed mogelijk daarin weet uit te drukken .

Alleen nu met de kennis van het gewone Maleisch toegerust , komt men bij de Minangkabauers , voor wie dat taaleigen in menig opzicht geheel vreemd is , niet terecht zonder de hulp van anderen in te roepen . Dezen zijn dan doorgaans of lieden van elders , die van het Maleisch heel weinig , van het Minangkabausch gewoonlijk nog minder ver- staan ; of wel Minangkabauers , die op de lagere scholen het eerstgenoemde dialect aan- leerden , doch dit in hunne eigene omgeving zelden of nooit meer gebruikten en het alzoo voor een groot deel weer vergaten.

Het weinigje Maleisch , hier voorradig , onder Europeeschen en anderen vreemden invloed nog vervormd tot een geheel eigenaardig taalmoes -- de Maleier is in deze om-

(11)

VI VOORWOORD.

-

standigheid meer dienaar dan terechtwijzer , vooral als hij begrijpt , dat hij zijnen meester daarmede gelieft moet dan aangewend worden , waar het noodig is inlichtingen te vragen en te geven omtrent de belangrijkste zaken van de inlandsche huishouding , te oordeelen en te beslissen in de moeielijkste aangelegenheden .

Ziedaar in hoeverre men van een » zich behelpen " spreken mag.

In een voorwoord langer bij dit punt stil te staan , komt mij overtollig voor , te meer omdat men mijne meening over de belangrijkheid van de kennis der Minangka- bausche taal , eene meening , die gegrond is op ondervinding , reeds vindt uitgedrukt in enkele nummers van de Indische Gids ¹ ) .

Vergund zij het mij echter hier nog aan te halen , wat de heer VAN HASSELT zegt in het bekende werk Midden - Soematra , Volksbeschrijving en Taal , 2de deel blz . 1 en v.v.

» Voor de Nederlandsche ambtenaren , die met het bestuur over dat volk belast zijn of zullen worden , is de kennis dier taal van het hoogste belang ; niet alleen de kennis van een goed aantal woorden , om daarmede Hollandsch gedachte zinnen te vertalen , maar een grondig begrijpen van de wijze , waarop het » Manangkabosche " volk zijne gedachten uitdrukt , om zóó tot die gedachten zelve te kunnen doordringen en het volk te leeren kennen. Want alleen dan is het mogelijk een goed bestuurder te zijn , wanneer men het volk begrijpt en verstaat in zijn denken en behoeften . Dan mag men met zekerheid ver- wachten , dat er vertrouwen op de bestuurders leeft in de harten der bewoners , vertrouwen , dat langzamerhand kan en zal overgaan in die liefde en achting , die de on- misbare voorwaarden zijn voor een duurzaam gezag , dat leidt tot vooruitgang en ontwik- keling van de bestuurden ."

- een

Voor sommigen vooral spijt het mij , dat een samenloop van omstandigheden de uitgave van dit werk heeft vertraagd en wel voor hen , die tot onderwijzers van het Minangkabausche volk werden gevormd aan de kweekschool te Fort- de - Kock in een tijd , toen de kennis van het Nederlandsch m. i. te recht een der hoofdvereischten was van het programma , voor het eindexamen aan die inrichting en voor eengroot gedeelte gebezigd werd als voermiddel bij de verschillende vakken van onderwijs .

-

Die onderwijzers toch , hadden , na het verlaten der school , over het algemeen weinig of geen gelegenheid het Nederlandsch te onderhouden , veel minder zich daaraan verder toe te wijden ; een woordenboek had hen , voor zoo ver ik mij herinner reeds een honderdtal - hoogstwaarschijnlijk van nut kunnen wezen .

-

Men zal zeggen , dat die onderwijzers Riausch- Maleische woordenboeken hadden kunnen raadplegen , doch men bedenke , het aanmerkelijke verschil tusschen beide dialecten nog daar gelaten , dat zij dan toch niet te doen hadden met hunne moedertaal , den tongval , waarin zij al de hunnen zich hooren uiten en die , volgens mijne overtuiging , dan ook reeds lang de plaats had moeten innemen , zoo langen tijd op de scholen ge- schonken aan eene vreemdelinge het zoogenaamde klassieke Maleisch alleen omdat eene verouderde en op weinig goede gronden berustende opinie de eigen taal eener be- volking , van niet minder dan een half millioen zielen , ongeschikt verklaarde , om bij de opvoeding en ontwikkeling van die bevolking dienst te doen .

- -

1 ) Men zie o . a. Ind . Gids Maart en Augustus 1881 ; id . November 1882 .

(12)

VOORWOORD . VII

Wat nu meer het woordenboek zelf betreft , bij de bewerking ervan rees de vraag bij mij op welke woorden zouden opgenomen worden : alleen Minangkabausche of ook in het Riausch- Maleisch voorkomende.

Nagaande toch wat in de meest bekende lexicons is aangegeven en wat in hoofd- zaak de Minangkabausche spreektaal leert , bestaan er woorden , die :

a . in beide dialecten dezelfde beteekenis hebben ;

b. wel in het Riausch , maar niet in het Minangkabausch gebruikt worden ; c. omgekeerd , wel in het tweede , maar niet in het eerste dialect voorkomen ; d . in beide dialecten bestaan , doch met uitgebreider beteekenis in één ervan ; e . in beteekenis geheel verschillen .

Zooals van zelf spreekt , bleven de onder b genoemde buiten beschouwing ; die onder a echter , moesten m. i . wel opgenomen worden , daar de gebruiker anders allicht tot de gedachte zou komen , dat zij in het Minangkabausch niet gangbaar zijn .

Wat aangaat de onder d bedoelde , is de beteekenis in het Riausch uitgebreider , dan vindt men alleen de met het Minangkabausche overeenkomende aangegeven ; in het tegenovergestelde geval is naast die , welke alleen aan het laatste dialect eigen is , ook de met het eerste overeenkomstige opgeteekend .

Voor zoover mogelijk is er aangeduid , wanneer een woord meer in de schrijf- dan in de spreektaal en evenzoo , wanneer het slechts plaatselijk gebruikt wordt . In het laatste geval vindt men bij de woorden een

Woorden aan het Arabisch , Perzisch en andere vreemde talen ontleend , zijn door- gaans alleen dan aangegeven , wanneer de spreektaal er zich van bedient of als zij met eene gewijzigde beteekenis voorkomen .

Voor de uitspraak en het gebruik der woorden heb ik mij gehouden aan die van Kòtŏ Gadang , een kampoeng in de onmiddellijke nabijheid van Fort- de - Kock gelegen en welker bevolking overal in de Padangsche Boven- en Benedenlanden wordt aangetroffen . De regels voor de uitspraak volgens dit zoogenaamde Agamsche onderdialect zijn vrij algemeen de volgende .

a. de verschillende voorvoegsels worden met een a klank uitgesproken , met weglating van der bij die , welke er op eindigen : ma , ba , pa , mam , man , pang , enz .

Opmerking. Wanneer een woord met een klinker begint , hoort men dikwijls naast bedoelde uitspraak , die met r ; baramoeăh en baamoeăh ; baroentoeăs en baoentoeds ; taandja en tarandja . Zoo ook wordt vooral in padato's (toe- spraken) achter de voorvoegsels op r nog eene a ingeschoven : parahantian , baradiri , baralakoe. Bij het uitspreken van eene h aan het begin van woor- den handelt men vrij willekeurig.

b. waar in het Riausch de a klank op het einde van een woord wordt uitgesproken , hoort men in het Minangkabausch eene langscherpe o , die ik aanduid door ŏ; koedo, radjð . Opmerking . Woorden van vreemden oorsprong zijn gewoonlijk hiervan uitge- zonderd , b.v. medja , djasa . Menigvuldiger dan kano hoort men kanai ge- bruiken ; naast rasă wordt rasai gehoord , echter met verschil van beteekenis . Deze klank wordt ook gehoord , waar het Riausch de eindlettergreep wa heeft ; njao , bad , rač.

(13)

VIII VOORWOOrd.

C. wanneer in het Riausch eene è voorkomt , spreekt men in het Minangkabausch eene a uit . Opmerking. In gesloten lettergrepen is deze a klank kort of onvolkomen , in opene wordt zij nu eens meer , dan weder minder gerekt uitgesproken . Zoo zweemt zij meer naar eene aa in dalang , batoe , gapoeds , doch is minder helder in kaki , sakis , pakai . Spreektoon en nadruk oefenen op het meer of minder heldere van dezen a klank natuurlijk invloed uit.

d. de uitgang at klinkt als ès ; it als is ; ab , ap en ot worden als de uitgesproken . Het teeken vertegenwoordigt de in de keel teruggedrongen sluit k. darès , langis , hadds (naast hadab) , tangkòs bŏgòs.

-

Opmerking. In vreemde woorden wordt ib eveneens als is uitgesproken ; adjais, katis , gais , karis . Uitzonderingen op dezen regel vindt men o . a. weder in : sipat (sifat) ; barat (westen) ; abat in den zin van rijkssieraden ; tampat wan- neer daaraan het begrip van heilig verbonden is ; djawab , babab , tjakap en maoetjap (in geschriften).

e. de uitgangen oep en oet klinken als oeis : hidoeis , roempoeis.

f. de uitgangen oek en ik worden uitgesproken als oeds en ies , waarbij à en ĕ een doffe of toonlooze overgangsletter aanduidt ; doedoeds , lapies.

g . in woorden , die op ak , ok of ek eindigen , hoort men dezen uitgang als de of ès uitspreken , terwijl in meerlettergrepige woorden de sluit k op het einde van een voorgaande lettergreep niet hoorbaar is ; banjas , bòtòs , kètès , parésă , paso , sésð . h. bij woorden , die op oeng , ing , och en ih uitgaan , hoort men vóór den sluitmede-

klinker nog eene toonlooze overgangsletter , die achter de oe door à en achter de i door è teruggegeven is ; oentoeăng , andjieng , sapoeloedh , siriěh .

Opmerking . Men houde in het oog , dat door bedoelde overgangsletters geen nieuwe lettergreep ontstaat .

i . bij woorden op al en ar , oel en oer , il en ir wordt de l of r niet gehoord ; achter de oe en i hoort men nog eene toonlooze letter , aangegeven door à en ě; maha , danga , pikoed , atoed , badiě , kintjiě.

Opmerking. Woorden , zooals ajer of ajar , bajar en lajar worden uitgesproken alsof zij op ir eindigen , dus als aïě , baïě , laïě. Zoo ook hoort men manoesie , doenie enz. gebruiken voor manoesia en doenia , terwijl men daarentegen meermalen geschreven vindt voor satia , ر نو با voor benoea .

j . de uitgangen as , oes , is klinken als èh , oeih en ih ; amèh , tikoeih , koedih .

k. woorden, die op oem of im eindigen , hoort men met oen of in uitspreken ; minoen , moesin . Bij eene vergelijking van het Minangkabausch met het Riausch vindt men tusschen beide dialecten

(14)

VOORWOORD . IX

klank verwisseling in : ikoedekor ; oerang orang ; koetiko katika ; tjintŏ tjonto ; soebarang = saberang , enz .

Men zegt boedéman voor boediman en in sommige beteekenissen bodi voor boedi . verwisseling van medeklinkers in : bansŏ bangsa ; sonsong songsong ; lansoeǎng langsoeng ; nangko = nan ka (ika) ; banjiěh — benih ; kanjieng kening;

baranji (ook barani) = berani ; nantjis ( naast nanti) = nanti ; tilakŏ = tjelaka ; tin- dawan = tjindawan ; sabat (naast sabab ) = sabab ; paloeb (in de schrijftaal) = patoet;

manjih = manis ; koenjieng koening ; banjieng = baning ; (welke drie laatste ook met n uitgesproken worden) ; kali gali ; enz . en bij vreemde woorden in : saka - dzakar ; sikiě = dzikir ; idjin = idzin ; sakat of djakat = zakat ; djina = zina ; djoea- dah zawada ; enz.

van klinkers en medeklinkers in : goeléwang kalewang ; binantoe menantoe ; moentiko mastika ; dabiěh = dzabab (debab ) ; masagis , moesagis , masadjis , moesadjis

= masdjid ; mingkin = makin ; moengkŏ = maka ; enz.

Het Minangkabausch vertoont voorvoeging in : haloeloedng loeloedng ; ha- loetoeăng loetoeăng ( loetoeis) ; titoe = itoe ; biroengoeis = roengoet ; enz.

en afwerping aan het begin , in : rangoerang ; oemah roemah ; oeèh = poeas;

toe = itoe ; aloen = belom ; pies = oepik ; kan = boekan ; inan = sinan ; kèh = bekas ; enz.

en aan het einde in: bara berapa; ma = mana ; manga = mangapa; dima — dimāna; enz.

Voorbeelden van inschuiving van klinkers treft men aan in : masaki en misiki = maski ; takasiě = takçir ; takadiě — takdir ; tatakalð (naast takalo) = tat- kala ; pitanah = fitnah ; koerisi en karoesi = koersi ; karadjo (naast kadjõ) = kerdja;

sirogð en saroegŏ = sorga ; saparati = saperti ; parakarð (naast pakarŏ) = perkara ; haratŏ harta ; misikin (naast mikin) = miskin ; makasoeis en moekasoeis en masoeis maksoed ; parahiasan perhiasan ; paramintŏan permintaan ; karabau (naast kabau)

= kerbau ; baralakoe ( naast balakoe) = berlakoe ; enz.

Opmerking. Het inschuiven van de a op bedoelde wijze , treft men het meest aan in de geschreven taal en in padato's.

Inschuiving van den medeklinker ng treft men menigvuldig aan voor de k : mangkoeto makoeto ; moengko maka ; manangkalo manakala ; mingkin (naast mangkin en mikin ) = makin.

-

--

Verdeeling van de lettergreep vertoonen djihin djin ; Roehoem = Roem.

Uitstooting van de s vindt men in : doeto doesta ; déta destar ; mikin (naast misikin) = misikin ; van er in : poeto poetera ; pati pateri ; poeti = poeteri ; soeto soetera ; manti = manteri ; van de g in : paï = pergi ; lai — lagi ; pangiě (naast panggiě) = panggil ; van de k in : djasa djaksa ; sasi — saksi; enz . Voorbeelden van toevoeging zijn : sénan of sanan = sana ; ramin = rami ; baoen baoe ; gigih , pipih , lidih , titih , zooals men ook hoort zeggen voor gigi , pipi , lidi en titi , en welke woorden met de sluitletter geschreven worden .

-

De achtervoegsels brengen in de uitspraak van het grondwoord over het algemeen

(15)

X VOORWOORD .

geene verandering te weeg : mamintõkan , kasampi- an , mandjapoeiskan , malièskan , ka- panèhan, kahabihan , kapoetoeihan , maatoeǎkan , kadoedoedsan , mamarésõi , karoesoeăhan , enz . Bij de woorden , die op ar, oer, ir , al, oel of il eindigen , wordt de r of l ge- woonlijk vóór het aanhechtsel an weergehoord , terwijl de overgangsletters blijven , doch korter uitgesproken worden : kadangaran , katinggalan , ansoedran , kabatoeălan , pikiĕran , panggiělan , enz .

Ten opzichte van dit Agamsche onderdialect komen er plaatselijk enkele afwij- kingen voor . Zoo vindt men o . a. in de laras Ampès Angkès de Riausche uitspraak terug van woorden , die op oeng of ing eindigen en zegt men daar dus b.v. oentoeng, koetjing, enz. Terwijl men in genoemde streek den uitgang oet zooals te Kòtŏ Gadang uitspreekt , hoort men in het Kamangsche de t ervan weglaten en dus b.v. roempoes , djapoes , enz . zeggen. Evenzoo wijkt men in Kamang af omtrent de woorden op oes , die daar met och uitgesproken worden , b.v. tikoeh , djiroeh , enz .

Waar men op Kòtŏ Gadang eene ŏ hoort , wordt in de omstreken van Fort- de- Kock , Kapau , Ampès Angkès , Kamang , enz . dikwijls een oe -klank vernomen , b.v. bon- soeboensoe ; djŏdoe djoedoe ; sodi soedi ; bodi boedi ; enz . In laatstgenoemde streken spreekt men dikwijls eene heldere i uit , waar de Kòtŏ Gadangsche uitspraak è luidt , b.v. bindi — bendi ; tindjoe tèndjoe ; enz.

De letter p in het woord poelo wordt daar als b uitgesproken , terwijl men op Fort- de - Kock ook go voor ko , an voor kan , doe voor toe , sing voor samiĕng , piti voor péti hoort zeggen ; b.v. basa gò boeld — basa ko poelŏ ; katŏan — katõkan ; a doe — a toe . In het Soloksche en plaatselijk in de 50 Koto's heeft men de gewoonte am als an en omgekeerd an als am uit te spreken en zegt men daar dus makam voor makan ; djalam voor djalan ; malan voor malam ; dalan voor dalam; ajan hitan voor hajam hitam enz . 't Zal zeker wel niet gezegd behoeven te worden , dat de Minangkabauer zeer inconsequent is in zijne spelling , zoodat men nu eens geschreven vindt volgens de regels van het Riausch- Maleisch , dan weder geheel volgens de uitspraak.

Algemeen treft men in gesloten lettergrepen de en aan en vindt men dik- wijls ook nog de overgangsletter voorgesteld door . Zoo schrijft de Minangkabauer b.v.

☺jës , (roempoet) ; ¿gës (¿lës ) (kampoeng) ; ( 5) (koetjing) en leest roem- poeis , kampoeăng , koetjiĕng .

Op dezelfde wijze handelt hij met de andere uitgangen .

In dit woordenboek is de oe - klank door ' , de i door , de korte e door , de korte o door voorgesteld.

Wanneer het woord in het Riausch niet schijnt te bestaan , of als men omtrent den uitgang in het onzekere verkeerde , is er met Arabische karakters geschreven vol- gens de uitspraak en vonden de woorden ook naar deze hunne plaats ; en zoo zal men b.v. dus aantreffen : abès ; latoeis ; gésèh ; enz.

Waar het onzeker was of men met dr of al , oer of oel te doen had , is de schrijf- wijze met gekozen en het woord van een † voorzien .

ر

ي

Aan het einde der woorden is steeds de en geschreven en wijl m. i . de ai- van den i en de au- van den oe - klank dienen onderscheiden te worden , zoo heb ik , in navolging van den Minangkabauer , de ai en au aangeduid door en .

(16)

VOORWOORD . XI Ter aanvulling van dit werk , had de heer VAN HASSELT de welwillendheid en daarvoor zeg ik hem bij dezen nogmaals welgemeend mijnen dank- mij eene vrij groote hoeveelheid woorden af te staan , door hem , zoo ik meen , verzameld , tijdens hij lid uitmaakte van de Soematra - expeditie .

Die , welke ik daarvan zelf nog niet had opgenomen , komen in dit woordenboek voor , geteekend met (v. H. ).

Bij het verzamelen en verklaren van de woorden heb ik vooral veel hulp onder- vonden van RADJA MEDAN , inlandschen onderwijzer aan de kweekschool te Fort - de - Kock en van NAWAWI , hulponderwijzer , in het bezit van eene Europeesche acte , aan die in- richting. Door zijne kennis van het Nederlandsch was het vooral deze laatste , die me- nige moeielijkheid hielp oplossen .

Mijn hartelijken dank aan beiden !

Verder zij aan belangstellenden medegedeeld , dat ik , in verband met dit woor- denboek , thans bezig ben aan eene Minangkabausch - Maleische grammatica en deze binnen een niet al te lang tijdsverloop , hetzij bij gedeelten , hetzij in haar geheel in het licht zal verschijnen .

Ten slotte roep ik de welwillendheid in bij de beoordeeling van mijn werk , van welks onvolledigheid en gebreken ik zelf maar al te goed overtuigd ben. Indien men toch bedenke , dat verreweg het grootste gedeelte ervan moest opgeteekend worden uit den mond des volks , dan zal men ook begrijpen met welke eigenaardige moeielijkheden ik meermalen te doen had en hoe dwalen licht mogelijk kon zijn .

Mocht deze eerste proeve tot aansporing dienen voor anderen , om iets beters te leveren , mijne jarenlange arbeid zoude ruim beloond zijn.

Scheveningen , 27 Augustus 1891 . J. L. VAN DER TOORN.

(17)
(18)

I A.

-

-

-

- a naast apo iets , wat , a nan hetgeen ; barang a iets, onverschillig wat ; iko a ? wat is dit ? a di toean ? wat belieft U ? a to of a to hanjo alleen , slechts , doch ; nan toean katokan tjako soenggoeăh , a tŏ (a to hanjð) nan taraso di hambŏ enz . watgedaar straks zeidet, is waar , alleen (slechts - doch) mijn gevoelen is enz .; - hari a ? welken dag ? kaá tot wat , waartoe ; kad kain nan toen ? kabadjoe. Waartoe of waarvoor dient dat doek ? Om er een badjoe van te maken . panga met ka vragende naar den agens, ka panga kain toe di toean ? tot wat dient U dat doek ? kapananggoeds tot schepnet ; kapanga oerang toe di toean ? waarvoor ge- bruikt U die persoon ? als wat is die per- soon bij U ? kapanoemboeăs padi om rijst te stampen ; manga iets te doen hebben , ver- richten ; manga toean wat doet U, wat hebt U te doen ? kamanga mamboeès toe ? waar voor maakt ge dat ? kabaralès om feest te vieren .

- --

moeten gaan ; mamboeang aboeŭs tjama (zie badas).

aboen bakje met driehoekige bordjes voor manisan , koekjes en dergelijke.

aboe aboe-aboe aschgrauw.

abò I maabòs slaan, klappen geven ; kòs maabds anas djo tangan als ge een kind slaat , doe het dan met de handen ; II on- wel , koortsig ; III op inlandsche wijze kussen . aboean * het gedeelte padi, dat be- stemd is om verkocht te worden ; - aandeel , dat iemand van de padi toekomt.

ordelijk.

abèh duidelijk , klaar , opgehelderd , Gabès -abè** een soort vogelver- schrikkers , bestaande uit lijnen , waaraan rin- kelende voorwerpen of iets dergelijks ,

ata de eetwaren , die voor den boozen geest worden neergezet, op de plaats, waar hij door zijn ontmoeting iemand ziek gemaakt heeft ; anggang laloe ata djatoeăh dikwijls gevolgd door anas radjò ditimpănă een der maboeih maaboeih koken in water , zoogenaamde tando béti uit de Minangkab . b.v. aardappelen .

abang oproeping tot het gebed . aboea hoofdhaar ; tamakan di aboeds beetgenomen zijn, een koopje gesnapt heb- ben ; bas ajam tamakan di aboeds evenals een kip, die bij ongeluk haren heeft gege- ten ; fig. van teringachtige personen , naar het reutelend geluid , dat zij bij de adem- haling maken ; - bas mahélõ aboeăs dalam ta- poeing , aboeds djan poetoeih tapoeăng djan taséras evenals dat men haren uit meel trekt, zonder dat het haar breken of het meel ver- strooid raken mag ; fig . zeer omzichtig te werk

oendang- oendang en gebezigd van personen , die onder zware verdenking zijn , iets ge- stolen te hebben , toen zij iemand een bezoek hadden gebracht , omdat onmiddellijk na hun vertrek het verlies ontdekt en er niemand anders dan zij geweest is .

atoeǎ maatoed rangschikken , ordenen , beredderen, een draad in ' t oog van een naald steken , aan een haak of draad rijgen , een gat boren in den neus van een rund ; maatoeă lapies matten vlechten ; maatoeă matŏ oerang iemand beet nemen , met ziende oogen be- driegen ; diatoed oerang hidoeing als een

1

(19)

2 س رن جق

dom , onzelfstandig wezen behandeld worden ; | worden ; basisieh atah djŏ barèh de aanzien- baatoed gerangschikt , geordend , beredderd ; lijken behooren bij de aanzienlijken en de atoedran rangschikking , ordening, beredde- minderen bij de minderen .

ring ; mampaatoed- atoeǎkan oerang op listige of bedriegelijke wijze verscheidene personen tegen elkander opzetten .

Um atèh het bovenste , boveneinde , op , over ; diatèh goenoeŭng op den berg ; diatèh angin in den wind ; maatèh naar boven gaan , zich boven anderen verheffen, den baas spe- len ; kaatèh naar boven , naar boven gaan .

atang* flink, ferm , vurig.

atoeăng doedoeăs maatoeăng leeg zit- ten ; taatoeăng- atoeăng bij woorden als doe- doeăs, badjalan , enz . eenzaam, aan zich zelf overgelaten.

atau of, hetzij ; sia nan manampoedh kŏ salah , atau panghoeloe atau oerang banjas wie hier overheen loopt, begaat een overtre- ding , hetzij hij een panghoeloe , dan wel een gewoon man is .

atai nauwkeurig , oplettend ; maatai nauwkeurig, met aandacht iets verrichten b.v.

door de voorwerpen één voor één de han- deling te laten ondergaan ; atai banai mam- bilang pitih mimis nas tarang wees nauw- keurig in het tellen van die dubbeltjes , om goed te weten hoeveel er zijn .

adja maadja leeren , onderrichten , ver- manen ; karèh awano maadja hij is streng bij het geven van onderwijs ; maadja anas anas kinderen leeren ; maadjakan iets leeren aan b.v. maadjakan élémoe kèh oerang aan iemand wetenschappen leeren ; ba (r)adja lee- rende zijn , leeren b.v. hambŏ ba ( r) adja man- joerès ik leer schrijven ; anas nan diadja het kind dat geleerd wordt ; élémoe nan dipala- djari de wetenschappen , die onderwezen wor- den ; indas taadja anas toe dat kind is niet te leeren ; adjalah hambŏ tabang of adja- ato dak, bedekking ; maatòs van een

dak voorzien , geregeld op en naast elkan- der leggen ; bas a kian koemari samieng ta- latas makanan , indas diatòs waarom zijn de spijzen zoo ordeloos overal neergezet ? roe- mah gadang badindiěng papan atès idjoeăs paraboeăng oepiěh of ook wel alleen atès idjoeds paraboeing oepich een groot huis met houten omwanding , gedekt met idjoek en een nok van oepih ; fig . van fraaie voorwerpen , die ontsierd worden , omdat men er oude of

versletene bij gebruikt ; de uitdrukking komt | rilah hambo tabang leer mij vliegen ; maa- overeen met een vlag op een modderschuit.

atie tante, oudje , aanspraakwoord tegen oudere mannen of vrouwen .

atam maatam lager maken , afnemen van hooge gedeelten inzonderheid van den grond ; inzinken ; maatamkan laten zakken , naar omlaag drukken ; kòs tinggi tanah ko atam malah , als deze grond ( te) hoog is , neem hem dan af.

atah padikorrels in de gebolsterde rijst achtergebleven ; fig. iemand van geringen stand onder een menigte aanzienlijken ; indas tahoe di atah takoenjah niet weten , wat ge- kauwde atah is ; fig. zeer dom zijn ; djandjian atah indas tjaroedh wat bestemd is om atah te worden , kan geen tjaroch wor- den ; fig. wat slecht moet zijn , kan niet goed -

djari onderwijs geven aan , b. v. maadjari oerang babagai - bagai élémoe aan iemand ver- schillende wetenschappen onderwijzen ; adja- ran les van den onderwijzer , waarvoor ook pangadja ; - paladjaran les van den leerling ; indas baadja onbeschoft , onbeschaafd.

¿ adjoeăng I naam van een vaartuig ; II adjunct.

adjèng * een versiersel van pandan- bladeren en gekleurde stukjes katoen , met franje en kralen .

adja maadjaskan voordoen , den gang van iets aanwijzen , duidelijk maken hoe iets zijn of geschieden moet ; adjaskanlah paroemahan bara gadangno wijs eens aan hoe groot de plaats moet zijn voor het huis , dat gebouwd moet worden .

(20)

ق اج ت اد 3

adjoeǎ maadjoed onderzoeken , uit- visschen, zich op de hoogte stellen ; oekan aïě samiĕng nan diadjoeds , lakoe oerang di adjoeǎs poelò niet alleen het water, maar ook ' s menschen gedrag wordt gepeild .

Jadja vastgestelde tijd voor iemands leven ; het stervensuur .

plaats) .

van ringen , oorbellen enz .;

in zijn bewegingen . اج

ع

-

log , vadzig atjang atjang -atjang alès ceremo- niemeester , feestcommissaris ; atjang- atjang nagari de vertrouweling onder de inwo- ners .

atjoeăng de beenen in voorwaart- adjan drukken , persen ( op zekere sche richting naar boven brengen ; op die wijze schoppen ; atjoeăngkanlah ragŏ toe nas hambo samboeis schop dien bal naar de hoogte, opdat ik hem kunne opvangen .

atjò dikwijls , waarvoor ook atjds kali; spoedig, snel , gauw, atjds- atjòs lah badja lan hari kahoedjan loop wat gauw, het zal gaan regenen ; atjòs awasně kamari hij komt telkens hier ; hij komt spoedig hier.

atjie * oudere zuster, jongere zus- adjoen plan , voornemen , opgevat

idée , maadjoen het plan opvatten om iets te doen , van voornemen zijn , aanstalten ma- ken , de houding aannemen als men b.v. over een sloot wil springen ; maadjoenkan ont- werpen , aangeven , bekend maken welk plan men heeft ; baharoe hambo maadjoen ka pakan , hari lah hoedjan , juist zou ik naar

de markt gaan , toen het begon te regenen ; ter van de moeder ; oudje , moedertje . aloen diadjoen lah tataroeăng den aanloop

nog niet genomen hebben en reeds gestrui- keld zijn ; fig . vóór ' t begin reeds tegenspoed hebben ; moedo diadjoen tjéké dipaboeès be- reidwillig of gemakkelijk zijn in het zeggen hoe iets zijn of wat men doen moet maar karig als ' t op een uitvoeren aankomt ; fig.

wel willen genieten , maar er geen geld voor over hebben ; adjoenkanlah nan angkoe soeroeăhkan tjako nas hambo boeès wijs eens , verklaar eens , wat Uw bedoeling was bij het- geen U daar straks gelastet , opdat ik het kunne ten uitvoer brengen.

-

adji mangadji leeren , wat de Koran betreft (alleen in de soerau ) ; nagaan , onder- zoeken ; ( dikadji èlòs djŏ boeroeds het goede en kwade moet onderzocht worden ; kadji les ; a kadjině anas toe wat is de les van dat kind ? ) (zie kadji).

.adjieen soort gebak اج

ي

atjo streep , punt , plaatsbepaling , teeken , waar spelers bij zekere spelen staan moeten , zooals b.v. bij het schijfschieten ; mam- bari atjò aan den tegenpartij vóór geven .

atjoearan een vorm, gewoonlijk voor het maken van gebak ( zie het volgende) .

atjoean* naam van een vorm , om oorversierselen te maken. (v. H. ) .

atjoeah ijverig , lustig , bij de pin- ken ; indas atjoedh di lawan niet om zijn te- genpartij geven ; onverschillig zijn voor de slechte gevolgen van iets ; maatjoeăhkan zich beijveren voor iemand of iets , belangstel- len , achten ; indas diatjoeăhkan oerang niet in tel zijn ; kòs maatjoeăhkan oerang sakis, djan bahanti maoebè no als ge belang in den zieke stelt , houd dan niet op hem genees- middelen te geven ; atjoeăh banai oerang toed toe di kadjono die oude man is zeer ijverig bij zijn werk .

ado (meer in de schrijf- dan in de spreektaal) , maadõkan doen zijn , bewerk- stelligen , kaadoan wezen , bestaan , gesteld- heid van iets of iemand .

atje kleine boombloedzuiger ; ma- atjès of bas tjando atjès zich als zoodanig voordoen d. w. z . iemand aan het lijf hangen , hem overal naloopen ; bas atjès maliès oerang

vol verlangen op iets afgaan ; zooals de mui- adat (gewoonlijk le) voorvader- zen op het spek ; bas atjès kanjang in ' t mid- lijke instellingen , gewoonten , volksgebrui- den dik en naar de uiteinden dun uitloopend | ken ; mambaš adat de stonden hebben ( meer

(21)

4 را اد ق ار op hfd.pl. in gebruik) ; adat taloeds timboe-

nan kapa de adat der baaien is , dat er veel schepen liggen ; fig. van personen , wier be- trekking meebrengt , dat zij velerlei zaken te behandelen krijgen , veel personen te woord staan moeten .

arati zin, beteekenis ; mangarati be- grijpen , vatten ; aratino de beteekenis er van , dat is te zeggen .

arè I vast, strak aangehaald ; baarès arèsan een vaste afspraak met elkander heb- ben ; mangabès sakabès arès iets in eens goed

†, adoeă* veel , in groote mate ; maa- doen , in eens voor goed bepalen ; II arès * zijde , doed makan veel eten .

¿sadang adang - adang bij wijlen, som- tijds , nu en dan , (waarvoor ook plaatselijk adang piadang) ; maadang van voornemens zijn iets te beginnen , streven naar ; awas mikin nas maadang basiriěh gadang poelo ge zijt arm en wilt toch het feest basirich ga- dang beginnen , doenia diadang tjéké dipa- bocès (zie bij adjoen).

II adang oudere zuster van de moeder . adò maadòs met de voorzijde naar iets toegekeerd, tegenover iets zich bevin- den ; maadds karadjo voor den vorst ver- schijnen ; maadò kan de voorzijde naar iets keeren , maadòskan moekŏ kèh radjo het ge- laat naar den vorst keeren ; addsan voor- zijde, ruimte vóór iets ; kaadosan naar de voorzijde ; diaddsan aan de voorzijde .

adiè jongere broeder of zuster of iemand , die als zoodanig beschouwd wordt, mampaadies met het woord adies behandelen , iemand adies noemen ; als adies behandelen .

adoen adoen- toemadoen kleurenmen- geling , weerschijn van verschillende kleuren . adoe I mangadoe een klacht inbrengen ; mangadoekan aanklagen b.v. mangadoekan si anoe N.N. aanklagen ; pangadoean klacht .

II maadoe vergelijken ; doen wedijveren tegen elkander vooral in kracht, aanhitsen , laten vechten ; maadoe boeroeds djo baies het kwade met het goede vergelijken ; adoean ge- vecht, wijze van vechten, wat aangehitst of tot vechten opgewekt wordt ; (h) ajam adoean vechthaan .

83 adoeăh ai , au , hè , een woord ter aanvulling of ter verfraaiing aan het hoofd van zinnen .

arato of ato (zie harată).

richting ; arès ma aan welke zijde , in welke richting ; roepčně kabakaran arès ka- Basŏ het schijnt, dat er brand is in de richting van BasŎ . ari zaag ; maaris zagen ; paaris an zaagsel .

~ arèh maarèh op ruwen , spijtigen toon bevelen ; oerang ko maarèh samiĕng nan pan dai, tapi mangaradjõkan indas dit mensch is alleen knap in ' t bevelen , maar ' t zelf uitvoe- ren kan hij niet ; maarèhkan iets op ruwen, meesterachtigen toon gelasten , aanhitsen b.v.

van honden ; baharoe tibo awas di roemah , lah diaréhkanno manggòsòs koedo pas was ik thuis , of hij gelastte mij op vinnigen toon het paard te schuieren .

arih scherpzinnig , vernuftig ; oerang . paarih oerang tjilako , tidas paarih badan binasă een scherpzinnig mensch is een onge- lukkig mensch ; die niet scherpzinnig is , is het ook; scherpzinnigheid is niet altijd goed.

arang I zwart , roet , aanslag aan potten , lampen enz .; arang paro roetwebben aan het dak of boven de stookplaats ; kajoe arang ebbenhout ; arang di kanjiễng fig. smaad , schande ondervinden ; mambasoedh arang di kanjieng fig . de schande wegmaken , uitwis- schen ;

II mond ; arang dibawah hidoeăng een woordspeling ; hij , die de uitdrukking hoort , meent dat er zwart onder zijn neus zit en wil zich schoonvegen , terwijl de spreker den mond bedoelt ; lawèh arang een grooten mond opzetten , hard , luid sprekend ; bakaroed arang krakeelen ; karèh arang hard in den bek ; fig. niet willen toegeven , op zijn stuk blijven staan ; – maarang kermen , stenen .

¿, ariëng lucht van de urine.

ara baaras met statie , in optocht

(22)

اس

ت 5

rondgaan ; maaras in statie rondbrengen ; paaras wie in statie rondbrengt ; pa(r) ara- kan zetel , stellage, stoel , die in statie rond- gedragen wordt, triomfwagen .

II maaras (waarvoor ook maoeras en ma- raras) openmaken , uiteenhalen , de samen- stellende deelen uit elkander nemen.

aroeǎ leven , rumoer , geschreeuw ; aroeds-piroeds tumult, lawaai ; aroeds -paroeds 't zelfde .

aram I maaram op eieren zitten , broeien ; II verzakken , in elkander zakken ; loemboeăng maaram de rijstschuur zakt in

elkander.

niet voor hen wijken ( ook diindahkan om hen geven) ; men moet geen moeielijkheden zoeken , maar vertoonen zij zich er ook niet tegen opzien ; arian oplegsel , opnaaisel , van kleeren , die op den groei gemaakt zijn ; het gedeelte van een blad papier, dat nog onbe- schreven is , om later ingevuld te worden ; ook van eten , dat voor een der huisgenooten bewaard wordt of dat bestemd is voor later, b.v. nasi arian; (dit is ook de gewone dage- arié maaries hard , luid spreken , lijksche maaltijd van rijst) ; indas bakotjong ba- schreeuwen .

arian dikwijls gevolgd door lontjong sakajoe- anno, geen kotjong (krop , het bovenste vastge- bonden gedeelte van een zak) en geen arian heeft hij , al zijn hout is opgebruikt ; fig. in 't geheel niets opgespaard , alles opgemaakt heb- ben; alles gezegd hebben, wat er te zeggen was.

arai I de bladeren , en volgens som- migen , de bloesem der palmen ; II * naam van een padisoort en zoo ook arai galoendi , arai karambie en arai tjinakoe (v . H.) . aroen welriekend, geurig.

oeronŎ kleur , tint ; maoeronŏ zich met kleurschakeering, kleurenmengeling voor- doen , weerkaatsen ; baoerŏno gekleurd, met tinten .

aroe maaroe omroeren b. v. maaroe kalamai de kalamai omroeren ; maaroe man- tjahari tjintjin tastende naar een ring zoe- ken ; lah ang aroe randangkan nagari ko de negorij is door U in rep en roer gebracht ; bas diaroe paratian fig . ongedurig, ongerust.

arah I richting , koers ; arah kama ? in welke richting , welken kant uit ? maa- rahkan richting geven , aanduiden ; II maa- rah overeenkomen met, gelijken op ; moekoně maarah moeko si Anoe zijn gelaat gelijkt op dat van N.N.

aroeăh ziel, gewoonlijk van den over- ledene ; hilang aroeah het bewustzijn ver- liezen .

Šari oela tampoeăng ari naam van een slang ; ari- ari de liezen , de schaamstreek ; koelis ari de dunne opperhuid van het lichaam ; de vliezige schil bij sommige vruchten ; ma- ari-ari zoeken , tarten , uitlokken van twist, spijkers op laag water zoeken ; maari- ari si lang twist zoeken ; moesoedh djan diari-ari tasoeo djan diindaskan men moet geen vijan- den zoeken , maar als men ze ontmoet ook

aso om iets geven , zich aan iets of iemand gelegen laten liggen , zich bekreunen , bekommeren , zich voorstellen, zich verbeel- den , vooruit weten ; djan toean asŏ lai be- kreun U daarover niet meer ; djanlah ang aso banai oerang toe maak U toch niet zoo bekommerd over dat mensch ; indas dèn aso kabasnangko ik stelde me niet voor , dat het zoo zou zijn ; hambo asŏ banai datang kamari ik heb werkelijk het voornemen ge- had om hier te komen ; - II één , eenig , enkel ; doeo poeloeăh asŏ 21 , tigo poeloeăh aso 31 enz.; koerang aso doeò poeloedh 19 ; – III asŏ - aso (zie soeasă) .

aloesahò arbeid, inspanning ; maoesa- hokan dirině zich beijveren , zich inspannen (meer in de schrijftaal gebr. ) .

èto lengtemaat , iets langer dan van den elleboog tot aan den top van den mid- delvinger ; èto toelang gewoonlijk van den el- leboog tot het uiteinde van den middelvinger;

maètoi met èto's meten ; mantjahari nan sa èto sadjangka nagaan in welken graad van bloedverwantschap men tot elkander staat .

(23)

6 ت اغ غ اش

asoeǎng maasoeing aanbrengen , op- stoken, lasteren ; asoedngan opstokerij , kwaad- sprekerij ; asoeǎngan ang lah balakoe djoed uw laster was maar al te welkom .

asieng verschillend , anders ; baasieng afgezonderd ; maasičngkan diri zich afzon- deren ; asieng padang asieng bilalang of asieng loeboeds asieng ikanno elk land heeft zijn eigen instellingen ; asieng oerang lain pandapès andere menschen andere meeningen ; asieng padang asing bilalang , asieng nagari lain ganggamno andere velden andere sprinkhanen , andere landen andere gebruiken ; ook wel : nieuwe heeren nieuwe wetten .

asò rook , damp ; maasds rooken , rook verwekken , voortbrengen ; kajoe dadds maasds het dadaphout rookt ; met rook be- handelen , aan rook blootstellen doch niet van visch gebruikelijk .

asa maasas verplaatsen , verhuizen (tr. ) ; maasas kadji overgaan tot de behan- deling van iets anders ; maasas tagas van houding of zienswijze veranderen , op een andere wijze probeeren ; baasas- asas onstand- vastig ; maasaskan verplaatsen (naar) ; maasasi (veelheid van subject, werking of object uit- drukkend ) verplaatsen ; diasas lajoeă diboe- boeis mati verplaatst wordende , verwelken en uitgetrokken wordende , doodgaan ; fig . ' t is verkeerd verandering te brengen in of te breken met datgeen , wat bepaald of over-

eengekomen is.

Jasa wortel , oorzaak, oorsprong, grond, afkomst, geslacht, adel ; asa oesoed oorsprong, afkomst ; asa katŏ stam van een woord ; datgeen waarover gesproken wordt ; baasa van goeden afkomst zijn ; asa als maar , mits ; asa djan of asa djangan als maar niet ; asa amoeăh oerang toe , hambo baie saratoeih roepiah als hij maar wil , dan betaal ik honderd gulden .

-

asam de benaming voor de limau- soorten, waarvan goelai gemaakt wordt ; (van de andere soorten zegt men den naam er bij) ; asam djao tamarinde ; maasam gewoonlijk ma- asami met limau inwrijven .

asan rekenen , zich verlaten , vertrou- wen op iemand of iets ; asan - asanan gewaar- wording , als men op iets gerekend heeft en dit niet krijgt , teleurstelling ; asan tas asan tusschen hoop en twijfel verkeeren ; asan- maasankan wederkeerig op elkander reke- nen , van elkander iets verwachten b.v. van twee personen , die afspreken om samen uit te gaan en van wien de een denkt door den anderen te worden afgehaald .

alasah maasah slijpen , aanzetten , wet- ten ; maasah hati oerang iemand opstoken , warm maken ; maasah pikieran het ver- stand scherpen ; maasahkan oerang bakaradjo iemand buitengewoon veel werk laten doen , afbeulen ; asah - asahi op alle mogelijke wijzen probeeren b.v. asah - asahi awas nas pitih ik heb op alle mogelijke wijzen getracht aan geld te komen ; asahan slijpsteen ; asoeăng si asah stokebrand .

asoeah maasoeйh oppassen ; panga- soeuh kindermeid , oppasser, oppasster.

asi doorgaan , slagen , djoea bali roemah nangko indas asi de koop en verkoop van dit huis is niet doorgegaan ; indas diam- bies asi buiten rekening gelaten .

C

asi bepaald of sterk gevestigd zijn van de gedachten ; maasiskan peinzen over iets ; itoe samieng nan diasiskanno alleen daarover peinst hij .

asai een houtworm ; kajoetoe diasai de worm zit in dat hout ; asai paroeis gulzig- aard , slokop .

ang pers. vnw. 2de pers . mann . gebruikt jegens jongeren ; baang bij het spreken het woord ang gebruiken ; baang bakèh oerang toeo ang zeggen tegen oude lieden ; mampaang als personen tegen wie men ang zegt , behan- delen ; met het woord ang behandelen , b.v.

mampaang oerang toed oude menschen ang noemen .

angè warm , heet , warmte ; -na- gari Padang angès dari nagari ko Padang is warmer dan deze streek ; angès- anges koekoe lauw ; maangeskan warm maken , verwar-

(24)

اغ

ت لت اغ 7

men ; mampaangès warmer maken ; kaangè an aan de warmte blootgesteld zijn ; onder den invloed ervan zijn ; hati angès opgeruimd zijn . angi stank van of zooals van ge- brand haar ; aangebrand .

Umål angsŎ ( ook ansõ) gans , Mangoeih aangebrand . daar) .

¿ èngkèng maèngkèng druipstaartend wegloopen , janken, huilen .

ingkèn daar heen , naar ginds ; isianglah ingkèn , rintang kini laat me mor- gen maar daar heen gaan, ik heb nu bezig- heden.

angka angkas- angkas grap , scherts ; angsoeǎ (gewoonlijk ansoed , zie al- si pandjang angka - angkas een rechte grap-

penmaker.

angang maangang wegzinken ; ma- angangkan doen wegzinken , in de diepte doen verdwijnen .

angò ademhaling ; loenas angos zwak van ademhaling ; nan loenas angòs fig. voor een vrouw , die er goed uitziet ; maangòs ademhalen ; indas maangòs fig . niet rijzen of dalen van den prijs van koopwaren ; zonder zich te bedenken , oogenblikkelijk , waarvoor ook indas rago maangòs d.i. zonder zich den tijd te gunnen adem te halen .

Kangko teeken , merk ; maangkokan teekenen, merken ; maangko - angko zich voor- doen als , gelijken op .

Koengko de naam van een apensooort zonder staart en met lange armen .

angkè maangkès (weinig gebruikt) oplichten, optillen, tot een rang of waardig- heid verheffen .

Kangkoei maangkoeis overbrengen , ergens heen brengen ; maangkoeis sarang de bouwstoffen voor het nest naar de plaats hunner bestemming brengen ; paangkoeis het werktuig ter overbrenging ; angkoeis - angkoeis een soort wesp .

angki I maangkis onophoudelijk , gedurig een zekere handeling verrichten ; b.v.

diangkisno mambað barèh kapakan hij doet niets dan rijst naar de markt brengen ; ma- angkis makan gedurig eten ; ( plaatselijk hoort men ook angki) ; II* (zie bangkis) .

Koengki maoengkis oplichten door het uiteinde van een stok, spaak en dergelijke onder het voorwerp te steken .

loopen.

èngkang maèngkang wijdbeens

|

Kangkoe in de Bovenlanden vooral de naam, waarmede de oom wordt aangesproken en verder voor hoofden en andere personen van eenig aanzien ; in de Benedenlanden groot- vader .

Kongkò maongkds - ongkòs in buk- kende houding , met gekromden rug loopen .

Kangkah angkah- angkahan nog niet geheel gaar van spijzen , die gekookt of ge- braden moeten worden , zooals aardappelen , vleesch, enz . (van eieren b.v. niet gebr. ) .

angkoeah I achtig , gelijkende op , hebben van ; angkoeah sirah roodachtig ; ang- koedh aie op water gelijkende; salah angkoedh onbeschoft , onwelvoegelijk ; indas tahoe di angkoeăh dom .

II* trotsch , verwaand ; maangkoeăh een air aannemen ; maangkoeah bapasno banai anas toe dat kind gedraagt zich zeer trotsch tegenover zijn vader , (volgens I dat kind ge- lijkt sprekend op zijn vader) .

Kangki * (zie angkis); indas maangki- angki datang labo gedurig , onophoudelijk winst krijgen ; indas diangkinŏ toelangno bakaradjo hij is zeer ijverig in het werken.

Koengkai maoengkai in ' t algemeen openen , losmaken, uit elkander nemen ; ma- oengkai roemah een huis af- of openbreken , daar waar reparatie noodig is ; maoengkai lamari een kast uit elkander nemen ; maoeng- kai djandi een belofte schenden.

Kanggo baanggo - anggo met afwisse- lende kleuren , geschakeerd ; om den anderen gaan, zitten, enz .

anggoei * I oude man, grijsaard, grootvader ; II* een vischnaam.

(25)

اغ و

anggi * maanggis (zie angkis) . onggi maonggis - onggis een op en nedergaande beweging maken bij de uitoefe- ning van den coitus.

,

.oenggahgerogelte أغ

كس

anggang de neushorenvogel ; salamo anggang maharam (maaram) ; zoolang als de anggang op haar eieren zit ; fig. heel lang.

¿ anggoeăng weifelend , onzeker , niet weten waarheen of wat te doen ; anggoeăng gajo in de war zijn, van zijn stuk geraakt , niet weten hoe te moeten handelen ; (gajo is iedere uithaal bij het kirren van een balam;

de laatste dezer uithalen komt er weifelend, niet ten volle uit) .

angga maanggas beletten , wei-

dragen wilt , neem het dan ook niet op U ; als ge bang zijt voor de kwade gevolgen, waag er U dan niet aan .

anggoen beschaafd , welgemanierd , net ; beschaafdheid , welgemanierdheid , net- heid .

oenggoen hoop, stapel; ( dikwijls van vuil , dat verbrand moet worden) ; maoenggoen zich als zoodanig voordoen ; op een hoop leg- gen b.v. maoenggoen saròs, batoe , enz .; vuil , steenen, enz . op een hoop leggen of brengen ; saoenggoen pitihno fig. hij bezit veel geld .

Kanggau maanggau zich bevreesd , schuchter, bang voordoen ; schraal , spichtig zijn ; maanggaukan bevreesd , schuchter ma- ken.

geren, neen schudden ; consess. voegwoord (v. H.) . in zinnen als b.v. anggas dibarino sariboe

anggoeăh * naam van een steeknet angan voornemen , plan ; maanyan een roepiah, indas den kapai do al geeft hij me plan beramen ; bij zich zelf overleggen.

duizend gulden , dan ga ik toch niet.

anggoeǎ maanggoeds knikken als teeken van instemming , wenken met het hoofd, b.v. anggoeds lah oerang toe nas da- tang wenk dien man , om te komen ; anggoeds angyas, gèlèng amoedh, oendjoeds indas dibari- kan ja knikken en weigeren, neen schudden en willen , het toereiken en niet geven ; fig . het tegenovergestelde doen van hetgeen men voorgeeft ; maanggoeds - anggoeds voortdurend knikken met het hoofd van ouderdom, van verwondering , ook bij het ratib.

oenggoea (zie onggòs) .

onggo hoop , verzameling ; sa- onggos kasies een hoop zand of grint ; lado saonggos een hoop peper ; maonggòs ophoopen;

baonggos op een hoop, bij den hoop ; mandjoea baonggòs bij hoopjes verkoopen .

anggan onwillig , niet gesteld zijn op iets ; hati anggan onwillig van aard ; ma- anggankan onwillig maken; kòs anggan (of kòs | sagan) dilimboed pasang , oesah baroemah di tapi poelau als ge geen last van overstrooming wilt hebben, ga dan niet aan den rand van een eiland wonen ; fig. als ge de lasten niet

angin wind , tocht ; chaba angin los gerucht ; tjiris angin een parasiet , door zwan- gere vrouwen gebruikt als middel , om de be- valling te vergemakkelijken ; matŏ angin wind- streek ; baangin in den wind staan ; mampa anginkan aan den wind blootstellen ; kaanginan van den wind te lijden hebben ; onder den invloed van wind zijn ; paanginan (in ge- schriften ) een vertrek boven op het dak ; an- gin salasari (in geschriften ) gunstige wind ; saangin een weinigje ; maangin in een zeef, die geschud wordt, de padibolsters door den wind laten wegvliegen ; angin- anginan* sta- dium van de rijst n.l. als de jonge plantjes uitspruitsels krijgen ; bas mandjarieng an- gin laloe ; tarasŏ lai , dapès indas ' t is er mede zooals met het opvangen van den wind met een net, voelen doet men hem wel maar krij- gen niet ; fig. iets wel voelenof begrijpen , dat het zoo is maar het toch niet onder woor- den kunnen brengen ; ook van iemand, die denkt zijn doel te zullen bereiken , maar van wien blijkt, dat hij er nog ver af is .

-

angau maangau voorover gebogen naar iets kijken ; b.v. als men in een diepte

(26)

اغ ي

اك 9

ف

kijkt ; maangaui kadjo het werk aanzien ; niets uitvoeren waar anderen werken .

angai* ( zie sangai).

ق اف

apa = I bapa; II = apies.

apie vunzig , stinkend , onrein, goor riekend b.v. van kleeren , die nat in een mand geborgen zijn ; van de menschenlucht in een kamer ; maapieskan * belangstellen in iets , zich interesseeren voor iets .

apam (gebr. op hoofdplaatsen , niet in apo gewoonlijk tot a en po verkort ;

iets, wat ; apo nan hetgeen ; barang apo al wat, onverschillig wat ; indas apo niets ; sa- basa apo of sagadang apo zoo groot als wat ;

iko apo wat is dat ? mangapŏ van belang zijn , de kampoeng ) een soort gebak; platte koekjes . waarom ? indas mangapo er niet op aan ko-

men (' t gebruik van deze twee laatste bepaalt zich meer tot de Beneden- dan tot de Boven- landen) ; barapŏ ook verkort tot bara en po hoeveel ; barapo oerang pai ? hoeveel lieden gaan er? apo-apo al wat (zie verder a) .

api maapis insluiten , knellen tus- schen twee voorwerpen ; paapis pers , datgeen wat inknelt of insluit ; (plaatselijk de waaier- dragers aan weerszijden van het bruidspaar) ; baapis- apis dicht bij elkander, opeengedron- gen b.v. zitten ; tjintjin paapis wanneer er aan één vinger drie ringen gedragen worden , is dit de naam der twee buitenste ; apitan of apisan een onderdeel van een suikerpersmolen.

tapa smederij, de haard aldaar . apoeih verdwenen , weg , uitgeveegd , niet meer bestaande ; maapoeih weg maken , uitvegen , enz .; baapoeih weggaan , zich uit de voeten maken ; baapoeih lah ang ! maak | dat je weg komt !

apang* een deel van het weeftoestel . apoeǎng maapoeăng zich drijvende voordoen ; ophoogen van den grond ; b.v.

apoeănglah paroemahanko, randah amès toe moeah, hoog den grond , waar het huis staan moet, op, hij is zóó te laag ; apoeăng - apoeăng dobber aan netten of hengels ; batoe apoeăng puimsteen ; asa saboeis ta (r) apoeăng , asa batoe tinggalam saboet drijft en steen zinkt ; fig . be- rusting in zijn lot uitdrukkende ; het zal gaan , zooals het moet of wil ; ta (r ) apoeăng tas hanjoeis tarandam tas basah drijvende wordt het door den stroom niet meegenomen en onder water wordt het niet nat ; een raadsel waarop ' t ant- woord is : de schaduw ;van zaken : hangende blijven , blijven zooals de zaak is.

api vuur, marapi vuur voortbren- gen ; baapi met vuur zijn , vurig zijn ; goe- noeng marapi vuurspuwende berg ; tjatoeih api vuurslag ; api -api een plant ; vuurvlieg (en tegenwoordig ook) lucifers ; baapi-api (waarvoor ook baapieh- apieh) snel achter el- kander , b.v. praten, omkijken, enz .; maapi kan aansporen , aanmoedigen ; maapikan kadjo hetgeen er te doen valt , goed laten. marcheeren ; manjalõkan api fig . aanhitsen , opstoken ; salero bas tjatoeih api gulzig ; van iemand , die elk oogenblik eten kan ; van personen , die moeilijk hun lusten kunnen ver- bergen b.v. awas lah gaès , salérŏ bas tjatoeih api djoèo ge zijt al oud en wilt nog elk oogen- blik aan je lusten voldoen ; - bas api dalam sakam zooals vuur in zemelen fig . in stilte of ongemerkt toenemen, voortwoekeren ; in stilte eigenschappen bezitten , die niemand vermoedt ; bas api dalam toenggoed zooals het vuur in den tronk (heeft dezelfde beteekenis) ; - main api latoeis main aïe basah als men met vuur speelt, krijgt men blaren en als men met wa- ter speelt wordt men nat ; fig. die iets ver- keerds of onvoorzichtigs doet, moet de ge- volgen lijden ; - bas api djò asde zooals het vuur en de rook ; fig . onafscheidelijk van el- kander ; bas api djo raboeds zooals vuur met tondel ; fig . zeer gemakkelijk met elkander in aanraking komen .

Saka rank van slingerplanten ; slinger- plant ; aka tjino naam van een soort snijwerk ; aka baha naam van een zeegewas met vele en fijne vertakkingen ,

makèh ook wel kèh als verkorting van bakèh w . m. z.

! aka** -

kakas ; w. m. z.

2

(27)

10 ق ائ

akoea maakoeǎs een ziekte onder de kippen , waarbij zij voortdurend met den kop naar beneden zitten ; banjas (h) ajam diakoeăs kini veel kippen hebben tegenwoordig de ziekte akoeds ; taakoedstaakoeǎs ingedommeld ; taingedommeld ; ta akoeŭs -akoeйs knikkebollen ; indas katoean akoeǎs met zijn leegen tijd geen raad weten ; a nan diakoeŭs kamari, pai kaken wat heb je hier uit te voeren , ga heen ; akoeŭs akoeŭs * | haan van een geweer of pistool .

akie naam van een edelgesteente . akoe maakoe belijden, bekennen , er- kennen ; indas jo amoeăh maakoe salahno hij wil zijn schuld niet bekennen ; maakoe anas als kind erkennen .

akò gulzig , hebzuchtig ; maakde zich met die hoedanigheid voordoen ; maakòs labo djan talaloe banai men moet niet al te veel winst willen hebben .

agoei maagoeis naar lucht happen, zooals b.v. de visschen doen ; maagoeis- agoeis moeielijk ademhalen , kortademig zijn van te- ringachtige personen of borstlijders b.v.; lah agoeis-agoeisi mantjahari pitih met alle moeite en inspanning heeft hij getracht wat geld te krijgen.

zijn beleefd verzoekend ) ; maagas overwegen , wikken, gissen ; djan nas lakèh- lakèh samiĕng agas-agas dahoeloe haast u maar niet , overleg eerst, denk eerst na ; maagas maagiěh zorgen , dat er niets ontbreekt ; maaga- kan bij gissing , naar eigen meening bepalen ; hambo kaba- tanas agaskanlah barèh ik wil gaan koken , bepaal maar hoeveel rijst er noodig is ; agas maagas elkander ontzien , inschikkelijk tegen- over elkander zijn ; plannen tegenover elkan- der koesteren ; baagas klarigheid maken , zich voorbereiden ; taagas begeeren , wenschen ; indas taagas-agas niet te gissen , niet te zeg- gen ; agas salapèh een enkel maal ; bas diagas 't is zooals het wezen moet ; juist van pas ; aga no vermoedelijk, denkelijk.

agan maagan met opzet, met bedoe-

| lingen iets doen ; staat maken op iets of iemand ; hambo agan toe ik heb dat met opzet gedaan ; awas diagan oerang banai basa indas pai men rekent stellig op je , waarom gaat ge niet ? baagan een bedoeling , een voornemen hebben , plannen koesteren ; hambŏ datang ka- mari baagan banai ik ben hier met een stellig voornemen ; lah baagan banai awas kabadja- lan , indas poelo djadi ik dacht stellig te gaan en nu komt er weer niets van ; agan - maagan elkander met zekere bedoelingen behandelen ; elkander ontzien ; maagankan met zekere be- agèh een kleine mug.

¿ agoeǎng een groot metalen bekken , waarop geslagen wordt tot het geven van sei-

nen of bij feestelijke gelegenheden ; in figuurl.doeling of met opzet ten opzichte van iemand zin ook mond b.v. kòs indas tahoe , kan laï

agoeăng? als ge ' t niet weet , hebt ge dan geen mond ? baagoeăng (in koeah baagoeăng) van het vet, dat bij het koken boven drijft ; bas boenji agoeăng patjah zooals het geluid van een gebarsten goeng; voor een grof , heesch geluid ; bas kabau takadjoeis di agoeăng zoo- als een kerbau , die vau een goeng geschrok- ken is ; fig. verbaasd , wezenloos rondkijken ; maagoeǎngkan rondbazuinen .

of iets handelen , b.v. hambo agankan ma- nanti si Anoe di nan langang ik heb N.N. met opzet op een eenzame plaats opgewacht; bapa- agankan plannen of voornemens koesteren jegens iemand ; bapaagankan banai di baliau mahimbau awas hij had zeker iets met me voor ,, dat hij mij uitnoodigde .

agoen (in sandò agoen w. m. z .) . xagah maagah aan het lachen maken ; anas nan tahoe di agah een kind , dat reeds besef heeft , dat er tegen hem gelachen wordt.

aga zoowat , bij gissing ; barilah hambo agas doeo tigo soekès barèh gelieve mij

zoowat twee of drie maten rijst te geven ; agas agieh maagiěh geven, uitdeelen ; pa- kabawah een weinig naar beneden ; agas ka agiěh mild, vrijgevig zijn ; geschenk ; takanai kèn sakètès daarheen wat ( dergelijke zinnen | baagieh de dupe geworden bij ' t deelen ( en nu

(28)

ال

ت 11

ال غ

dat toonen door zijn houding ) ; bas oerang ta kanai baagiěh niet in zijn nopjes zijn , een on- tevreden humeur toonen ; soearang baagiěh sarikès babalah wat gemeenschappelijk is wordt verdeeld , wat in compagnonschap is , in tweeën gesplitst .

trent het opzeggen eener les ; maaličkan glad maken , cireeren ; aliè banai djalan ko deze weg is zeer glad ; aloen aliě banai adjaran kapatang di ang de les van gisteren kent ge nog niet bij uitstek ; si aliè het gladde , glibberigheid ; manjialiě zich laten glijden ; Jalat gereedschap , werktuig (meer basialie aan ' t glijden zijn ; --- tasialie uit- gebr. in de schrijftaal) . gegleden ; tasialiě kaki awas di batoe ko mijn voet is op dezen steen uitgegleden. - (Zie si) .

ale gast, genoodigde , visite ; baalès een feest geven , gasten hebben , uitnoodigen ; mampaalès kan iemand voor een feest uitnoo- digen ; alè an iemand , die dikwijls gasten krijgt ; paalèsan feest .

aloei maaloeiskan meevoeren , ver- zwelgen, b.v. samalam nangkŏ doeŏ roemah dialoeiskan aie dezen nacht zijn er twee hui- zen door het water meegevoerd ; - maaloeis makan gulzig eten ; maaloeis kadjo zich uit- sloven ; aloeis djo batoe andjieng toe (met weg- lating van bahé) steenig dien hond ; bas di aloeis oerang kapakan het stroomt menschen naar de markt ; boenji aloeis levendig.

ali I maalis afstroopen b.v. het vet van ingewanden ; II * uitspraak van alik .

malèh onderstuk, voetstuk, onderstel, onderlaag ; alèh palanŏ schabrak ; alèh tjawan schoteltje onder een kopje ; alèh kaki voet- bankje ; alèh katŏ inleidende woorden ; alèh soerès boekenstandaard (gewoonlijk, die in de soerau gebruikt wordt) ; paaleh wat tot alèh dient.

.alihwenkbrauw ال

س

alang I indas alang (waarvoor ook oekan kapalang ) niet weinig, in groote mate, b.v. indas alang lai sadjas bakoedõ kõ hij kent zich zelf niet meer, sedert hij dat paard heeft (indas alang als verkorting van indas alang gadoeǎs = niet weinig of uitermate trotsch zijn) ; alang hari gewone dag ; een dag , waarop er niets bijzonders is b.v. geen pasar gehouden wordt ; makanlah barang nan adŏ , hari alang kini eet maar wat er is , ' t is van daag een ge- wone dag ; - alang - alang ( waarvoor ook alang kapalany) ontoereikend , onvoldoende , middel- matig , der moeite niet waard ; ditoeroeni alang- alang ( van een hoogte b.v. , die niet groot genoeg of der moeite niet waard is ze af te klimmen en die men dus b.v. maar afspringt) om af te klimmen der moeite niet waard ; aloeǎ geul, groeve , vore ; maaloed be-

praten, door mooie praatjes ergens toe bren- gen ; habih pitih dès dialoed padoesi mijn geld is op , afgetroggeld door mijn vrouw ; baaloed elkander moeielijke vragen en strikvragen doen ; pandjang aloed langwijlig , zwaar op de hand ; takoeis jo basahabat djŏ awas , bas raso kadialoed samiĕng di awas hij is bang met mij bevriend te zijn, ' t is alsof hij denkt , dat ik maar mooie praatjes verkoop tegen hem ; aloeăran bapas de graad van familiebetrekking van den

zoon eener zuster, ten opzichte van de klein - oetang hambo alang - alang samiễngno kini zoons eener andere zuster ; aloedran mandé

eigen tante, aangetrouwde tante n.l. de vrouw van den broer des vaders ; ook de zusters van deze tante en de nichten van haar, n.l. de kin- deren van haar tante ; aloedran dansanas ne ven, nichten, achterneven, achternichten enz . zoowel eigen als aangetrouwd .

alie glad, glibberig ; fig . volmaakt goed , zonder haperen , van een leien dakje b.v. om-

mijn schuld heeft thans niet veel meer te be- teekenen ; - alang geschenk ; alany badjawès, tapoeds basamboeis het geschenk wordt weder- keerig aangenomen en de klap ontvangen fig . vergelden ; alangan is een geschenk, veelal vleesch ( laoeds alangan ) , dat gegeven wordt, met het doel later iets terug te krijgen ; baalang niet tegen elkander sprekende, ge- brouilleerd zijn ; II alang kiekendief ; alang

-

(29)

12

ام يع با

-

moesin een arend met witten kop (v. H. ) ; | werd afgevoerd , zou dat zeer goed zijn ; III al, III si alang* algemeene naam van de boom- reeds ; alah djadi pai ka- Padang atau aloen ? soorten , waaraan bijennesten hangen (v. H. ) ;

IV alang- alang vlieger ; -naam van een harde grassoort ( waarvoor ook alalang en ilalang) ; V alang- alang* naam van een van pandan ge- vlochten mandje (v . H. ).

aloeäng I een kist , in oude tijden ge- bruikt als bewaarplaats ; II aloeăng boenian moederstad, de plaats waar de poesako be- waardt wordt (v . H.).

alie beschroomd , langzaam, treuze- lend ; maalies treuzelen , talmen ; maaliěskan treuzelend, talmend maken ; si pangalies Jan achteraan , iemand, die schroomachtig , tal- mend te werk gaat ; - aliès banai oerang toe badjalan malam die man ziet er erg tegen op

om in den donker op weg te gaan.

.alilintadonderslag ال

إن تر

aloen I golf; II of baloen nog niet ; aloen lai nog niet ; aloen sampai er nog niet zijn .

Jaloe stamper ; sandaran aloe , waar- voor gewoonlijk sandaran parian (parian een bamboekoker) in schuine richting tegen iets staan of leunen , evenals een bamboekoker .

=

alau maalau voortdrijven, drijven, weg- jagen ; maalau djawi kakandang de koeien

naar den stal drijven .

--

Alah ! Zijt ge al naar Padang geweest of nog niet ? Ja ik ben al geweest ; alah tibŏ injò di roemah ? is hij al thuis ? – alah toe, bara banai makan ' t is zoo genoeg, hoeveel wilt ge wel eten !

-

aliěh maaliěh van plaats veranderen , overgaan tot iets anders , veranderen van thema ; b.v. soenggoeăh baaliěh , sénan djoeŏ (dat men dikwijls in M verhalen aantreft ) ofschoon men tot iets anders overgaat , be- paalt men zich toch tot of heeft het toch be- trekking op het voorgaande.

alai een boomsoort met onaangenaam riekende , eetbare peulvruchten ; de boom zelve ; oelas alainŏ boengo alai treft men dik- wijls aan als versiering aan het hoofd van een nieuwen zin of periode (zie oelas) ; taalai- alai (soms in pantoens voorkomende) slingeren , schommelen .

alédjo een soort gestreepte fijne stof (men hoort ook saledjo en vindt in de hand- schriften gewoonlijk alédjo barawatji waarin het laatste woord de uitspraak aanduidt van Barotji in Br. - Indië) .

zendpoot.

alipan naam van een venijnigen dui- Jamo vogelluis.

oemanat gewoonlijk in de beteeke- nis van raadgeving , les .

¿ oemajang I naam van een plant ; II brandend gevoel in de maag ; III weemoed , hartzeer.

ambo* oudere broeder ; oudere in aloean* voorsteven, voorschip .

Jalah I overwonnen zijn, onderdoen, 't verloren hebben ; maalahkan overwinnen , ten onderbrengen ; maalahi veroveren , over- winnen ; paalah wie gewoon is het onderspit te delven ; bas nagari alah van iemand, die jaren . niet rechtvaardig in zijn bestuur is ; alah mambali manang mamakai verliezen bij het koopen en winnen bij het gebruiken ; fig . duurkoop is goedkoop ; bakaralahan uit, afge- loopen, beslist ; indas bakaralahan het tegen- overgestelde ; II maalah het water afleiden b.v. uit een rivier , van het veld , enz.; kòs dialah aïedi banda nan toen kamari, èlds

banai als het water uit die leiding naar hier | Mal . oendang²) .

ambatjang een manggasoort ; am- batjang boeroeds koelis zegt men van iemand, die verstandig is maar zich dom houdt ; babaoe bas ambatjang , basoerich bas sipasin ruiken als de ambatjang en sporen achterlaten als de sipasin (het masker van den glazenmaker) fig.

van een zaak : er zijn bewijzen genoeg voor- handen ; ' t is duidelijk en klaar (tando djahès

(30)

ام با

لو بل ام 13

Jambalau ambalau pégoe een glan- | met de beteekenis van : men kan er 't oog niet zende schellak afkomstig van Pegoe in Ach- op houden, ' t is niet meer na te gaan ; ( ziende ter-Indië.

op de groote hoeveelheid).

ambè I maambès tegenhouden , beletten, belemmeren ; maambès kabau mala- boeah een buffel beletten jongen te werpen ; fig . iemand beletten te doen , wat hij moeielijk laten kan ; iemand beletten aan zijn vurigste verlangen te voldoen ; indas taambès - ambès (en ook wel indas taambès tabalintang) door niets verhinderd worden , ongestoord zijn gang gaan; basialau ambès wegzenden en op ' t zelfde oogenblik terugroepen ; gelasten en op ' t zelfde oogenblik weer afgelasten ; II si ambès plant, waarvan de stekelachtige vruchtjes zich aan de kleeren hechten .

amboeǎng I luchtig, groot van vorm doch daarbij niet zwaar ; (plaatselijk heet een baban kapèh saamboeăng) ; amboeăng galèh een draagmand van rotan of bamboe gemaakt ; maamboeăng opspringen, terugspringen , in de hoogte werpen ; baamboedng een spel , waarbij twee duiten naar boven geworpen worden ; hati taamboeăng- amboeăng vroolijk, opgeruimd , opgewekt ; II amboeăng - amboeăng de scherpe punt van eenig wapen ; hanespoor ; het zaad van een grassoort, dat zich in de kleeren vast- hecht ; bas tagas di amboeăng - amboeăng fig . op een gevaarlijk standpunt staan ; op zijn hoede oemboei palmiet ; maoemboeis het moeten zijn ; III amboeăng* een rol hars . hart uit den boom nemen .

amba I smakeloos , flauw ; II maamba door aan- of bijvoeging iets een grooteren of steviger vorm geven, b.v. een dijk, door er natte aarde tegenaan te plakken , of als de wortels van een boom bloot geraakt zijn , door er nieuwe aarde op te leggen ; gadang bas di amba- amba fig. voorspoedig , welig , opge- groeid.

amboea maamboed naar beneden sprin- gen ; maamboeări op iets springen b.v. uit het raam op den grond ; maamboeări tabiĕng in de diepte afspringen ; baamboeăran naar alle kan- ten in overhaasting wegloopen ; b.v. baam- boeăran lari oerang di pakan de menigte op de markt liep in overhaasting uit elkander.

|

oembang ontzagverwekkend , indruk makend ; maoembang imponeeren , ontzag op- wekken .

imbang maimbang ergens niet bij- doen ; niet in de hoeveelheid , die er is , op- nemen ; indas maimbang lawan het tegenover iedereen durven opnemen.

>

omba baar, golf; ombas basaboeing golven, die tegen elkander inkomen ; baombas golven , met golven ; ombas kètès djan diti- daskan kleine golven moeten niet behandeld worden , alsof zij erniet zijn ; fig . een vijand , die onbeduidend schijnt , moet niet gering- schat worden .

oemboea maoemboeă- trachten over te halen door mooie praatjes ; paoemboeйs be- oemboea voorspoedig van groei , we - drieger, zwendelaar ; oemboeăs - oembi bedrie-

gelijke praatjes of vleierijen . lig ; maoemboed voor den dag komen ; taoem-

boed ergens bovenuit steken ; oemboed- oemboed vogelverschrikker b.v. een hoed of ander klee- dingstuk op een stok.

amboeih maamboeih waaien , bla- zen , uit-, aanblazen ; paamboeih blaasgereed- schap .

¿m oembèh in uitdrukkingen als di oembèhno makan hij raakt hem bij het eten.

imbèh in uitdrukkingen als indas taimbèhkan oerang datang of karadjŏof pitih

ambie (zie ambiě) .

ambie maambie nemen , wegnemen ; maambie anas een kind nemen of opnemen ; maambie ibarat ( in geschr. ) tot gelijkenis of leering nemen ; maambie kahati ter harte ne- men; maambie moeko huichelen , pluimstrijken , zich anders voordoen , dan men is , om in iemands gunst te komen ; ambiě pandjang overdrijven, breed uitmeten van een zaak ; ambiě singkès kort en bondig ; niet meer dan

Referensi

Dokumen terkait

+ Gebruik de bestanden alleen voor niet-commerciële doeleinden We hebben Zoeken naar boeken met Google ontworpen voor gebruik door individuen.. We vragen u deze bestanden alleen

MIN 2 Mataram use Google Classroom to support online based learning, apart from the fact that this application service is free, Google Classroom allows teaching and learning activities

GOOGLE COLABORATORY GOOGLE COLAB Salah satu lingkungan pengembangan aplikasi terintegrasi yang disediakan ileh google secara online online IDE Executable document yang memungkinkan

In online learning, the teacher can use a learning method that uses an internet-based interactive model and Learning Management System LMS, such as using Zoom, Google Meet, google

Kvnn., OMen,U~ Hutw.d"" alle aoorUll, eohetgeen"rder ter .erkoop zal WOrdell ... flocht, Jl tmtant, ode

2 Student explanations in interviews regarding the perception of using google meet explained that google meet is a good and interesting online learning tool, has good features that

The results showed that students’ interest in learning by using online through Google classroom has four aspects include: 1 The students felt happy in learning English using Google

In connection with the initial results which state that the implementation of online learning at UIN Walisongo Semarang uses Zoom, WA, Google Meet, E-Learning, Google Classroom and