Staatsekuriteit
Strenge geheimhouding
Billike
rentekoerse
Ongeëwenaarde
fasiliteiteverband met inlaes
opvragings
in
en
Dc
grote Staatsprijs voor Dichtkunst ging ditinaal naar Karcl Jonckheere, voorzijn bundel ,,Spicgel der Zee” (1946‘); de PrijsderVlaamse Provinciën wcrdtoegekend aanhct Bijbclse toneelstuk„Lucifer” (1945) van Marcel Brauns cn de Guido-Gezelleprijs voor poëzie, door de Koninklijke Vlaainse Acadeinie uitgeloofd,aandezelfde schrijvervoorzijnverzenbundel ,,Zangen van Oninacht”(1944).
De
ongunstigetoestand, diesedertdebevrijding op dc boekcninarkt heerst, isindelaatste inaandcnzo mogelijknogergergevvordcn. Gedurendelietjaar 1947 verschenen in Bclgië slechts 2051 boeken, vvaaronder 1018 Nederland.se, 992 Franse en 41 in vrcemde talen. Aldus haaltde Vlaamse uitgeverij nog het hoogste gctal, maarondcr dc uitgcgeven vverkcn zijn vcruit hct grootste decl schooluitgaven, vertalingen of studiesopvvetenschappelijk gebied. Vooral onzc jonge schrijvers hcbben hct moeilijkom
voor hun letterkundige voort- breiigselen een uitgever te vinden; zulks hecft onvermijdelijk tot gevolg, dat zichook inde literatuureen inzinking begintaftetekcnen.Niettcminkonden voorditoverzichteentvvaalftal merkvvaardige prozavverken in aanmerkingkomen.
Om
enige klare lijncn te kunnen trekkcn, hebben wij ze min ofmeer willekeurig in vier grocpen ingedeeld.Vooreerstkomcndeproblemcn- en strekkingsromans aan debeurt. Aanslui- tend bij een stroming, die scdert de oorlog in alle Europese literaturen zeer sterk isgevvordcn, streven een deel van onze schrijversniet zo zecr naar het schcppcn vaneen schoonvcrhaal,alsnaarhetbehandelenvan ecnactueelprobleem, hetzijvangodsdienstige, vvijsgerige of politieke aard, datzij inhetgegevenen de personen van ecnromanvvillenbelicliten,
om
hcttcrzclfdertijd inverbandmet het leven en op een intellectuelemanier tot zijn rccht te laten komen.Inde eerste plaats noemen vve hier ,,Alleen de Doodcn ontkomen” (1947) van de jongerePietVan.Aken,die zichinvveinigejarciitotéénvan onzebelang- rijkste romanciersheeft opgevvcrkt. Hij verhaalt hierinde terugkecr naar hun thuis van tvveejonge manncn en een vrouvv, die tijdens de Duitse bezetting inhetgewapcndverzethebbengestaan,daargedroonid hebben van een nieuwe maatschappelijke ordening, en nu ervaren dat alles bij het oude zal blijvcn, daarde mensenvoor wiezij geledenen gestreden hcbben, evenkortziclitigen zelfzuchtigzijn als ooit. Hetboeklaatdoorzijnstrekkingenrauvve beschrijving vansommigetoneleneenvvrange indruk. Tochishetgoed geschreven,mctvecí aandacht voor het juiste vvoord en een scherp psychologisch inzicht. 1lctdoct echter, doordienhettelangis, vvatopgeschroefdaan,enmeer danecns, vraagt
mcn
zichaf,waaromdesciirijverzoveeibelang hechtaankleiniglieden, vvaarde lezer de betekenis niet van snapt.Nietalleen
om
letterkundige redenen,iserveeltedoen geweestom
,,Joachim vanBabylon” (1948), het eerste verhaal datde bekendedichter.MarnixGij.sen, diesedert jaren inde V.S.A.verblijft,onlangs inhetlicht heeftgegeven. Hctis een bewerking van de Bijbelsegeschiedenis van de kuise Suzanna,zoals ze door haar echtgenoot kon meegemaakt en beoordeeld vvorden. Joachim Van Babylon, die in de ik-vorm vertelt,en zijn vrouvv als eenmonster van schijn- heiligezelfgenoegzaamheiduitbeeldt,isGijsenzelf, diemetdit klaaren beheerst ge.schrevenboek vanhet katholiekegeloofafscheidneemt,
om
ineennationalis- tischstolcisme op te gaan. Het werk bezit veel goede hoedanigheden; alleen lijkthetonsietsteopzettelijkentestriktperzoonlijk,om
zichalszuiver kunst- werktekunnen handhaven.Inhetwerkvan.\ntonVandeVelde,enniethetminstin,,God ende
Wormen”
(1947), ligt meertendens danvoor zijngaafheid wenslijk is. Dezetoekomst- roman beschrijft op een vizioenaire manier het einde van de laatste mensen, die een atoomoorlog hebben overleefd en zo vveinig geleerd, dat zij opnieuw beginnen, alsof eriiietswasgebeurd. Vande Veldebeschiktovereenverbeel- ding, die paalnoch perken kent,en
hem
regelmatighetverbandmetde vverke- lijkheiddoetverliezenen verder over een sprankelende enlenige stijl, waarvan de virtuositeitevenwelhet tekortaan eendiepmenselijke inhoudniet kanver- goeden.93
Dit jaar herdenken wij onze Boerenkrijg, de strijd van duizende Vlaamse l)oeren,die in 1798voor,,outeren heerd” tegen de F'ranse bezettersinopstand kwamen,en, slechtbewapcndalszij warenendoor derestvan de bevolking aan hun lot overgelaten, een bloedige ncderlaag leden. Hetfeitgafaanleiding tot liet verschijnen van verschillendehistorische roinans, waaronderer twee voor- komen,die zichaan onze belangstellingopdringen.
In,,JanTervaert” (1948) van Filips
De
Pillecijnvindenwij detwee hoofd- kenmerken van zijn kunst terug. Imerzijds een kloek episcti element in die lioofdstukken waarin hij dc even liopeloze als tieldhaftige gerechten van de Bocrenverhaalt,enanderzijdseenl)ijnalyriscliedichterlijkheidinde verwording, waar hij de raadselen van ecn vrouweziel ontleedten blootlegt.De
Pillecijn isaltijd eenvoortrefiTelijk stylistgeweest; maarhetdubbele karakter vanzijn kunstenaarschap heefthem
reeds meer dan eens hetbouwen van een gesloten verhaal verhinderd. Hetmangeltookzijnjongsteboek aaneenheid; hetiseen verzamelingknap geschrcven hoofdstukken, maargeenstevigeroman.Betergebouwd,maaropsommigeplaatsen echtmelo-dramatischvanatmosfeer, is „Niet wanhopen, Maria Christina” (1948) van F'. R. Boschvogel. Deze roman verhaaltde lotgevallen van een West-Vlaamscmolenaar en zijnfamilie gedurende de Franse overheersing, op heteinde derachttiendeeeuw. Het is
een boekvol spannende gebeurtenissen enconflicten, waarin verschillenden ten onder gaan; volzonde en vcrdriet; maarook vol trouwen liefde, waarhet de zielegrootheid verheerlijktvan de Vlaamse moeder, diezichdoor de tegen- slagen niet laat ontmoedigen en de toekomst van het geslacht veilig stelt.
Hct boek is volksvan toon endoor een
warm
hart bezield; hethad ecn groot werkkunnen worden, alsBoschvogel minder aan zijn romantische vertedering hadtoegegeven.Ineenderdeafdelingrangschikken wijenkelepsychologischeverhalen,waarin de uitvoerigeontleding van zielkundige toestandenen problemen hoofdzaak is.
Tienjaarna hetverschijnen vanzijn laatste roman, gaf de zeven enzeventig- jarige Stijn Streuvels thans ,,Beroering over het Dorp” (1948) in het licht, een verrassing, hoewel het tamelijk goed aan een vroeger verhaal uit ,,Open Lucht” herinnert, voor degenen die de grotc West-Vlaming, al te eenzijdig, boven alles als de meesterlijke beschrijver van de natuur beschouwen. Het gebeurenisop een boerendorpgesitueerd enspeelt zich afrond destrijdvoor hetburgemeesterschap,die tusseneenrentenierenzijntegenstreversisontbrand.
Strcuvels beeldt, zonder persoonlijke inmenging en zondcr beschrijvingen, rustigen wijs, de opvatting uit, ,,dat
we
allenom
’t even kleine mensen zijn en ineenkleinewereld samengehoktzitten.” Ondanksdeademvan een groot kunstenaarschap, diemen
er somsin voelt,is ,,Beroeringoverhct Dorp” over het algemeente matente anecdotischgebleven,om
onderhet bestewerkvan Streuvelste worden medegeteld.Eenderopmerklijkste boeken van het jaaris ongetwijfeld,,De
Man
diezijnHaar kort liet knippen” (1.947) van Johan Daisne. Deze zeervruchtbareen nietminder begaafde auteurgeeftin ditverhaaldebiechtvan eenman,dieonder de invloed van een onbeantwoorde liefde langzaam tot waanzin vervalt.
Op
ecn onvergetelijke wijzewordtverteldhoehijde vrouw, wierbeeld zijndagen en nachten heeftvervuld, najaren opnieuw ontmoet en een moordaanslag op haarpleegt, waaropzijnopsluitingineen krankzinnigengesticht volgt. Voort- durend werken droom en werkelijkheid, het ingebeelde en het waarneembare levenop elkanderin,zodat eenwonderebeklemmendeatmosfeerontstaat,waarvan de toverachtige aantrekkingskracht nog word verhoogd door de sprankelende cn persoonlijke taal waarin het werk is gesteld.
Volledigheidshalve vermelden
we
als laatste titel in deze groep ,,Voor de Avond valt” (1947) vanAndré Demedts.Als een overgang naar de afdeling zedenromans, beschouwen wij ,,De oude Klok” (1947)van ErnestClaes,een vervolgop,,Jeugd,”waarmedehetdeinnige toon van de herinnering, de zachte weemoed en zuiverende humor gemeen
Iiceft. Claes buigt over zijn leven tcrug en vcrtelt over zijnjongclingsjaren, vcel kleine wcdcrwaardigliedcn, die voor liun tijden deschrijvcr kensclietsend zijn, maarin hoofdzaak waarde krijgcn, onidat zij dienstdocn als ccn spiegcl, waarin de trekken van dc kunstcnaar onvcrholen staan weerkaatst. Kan ,,De oude Klok”nietalseen grootse schcppinggeldcn,dantoch isheteen inneinend cnmenselijkwerk.
ík’dertjaren schrccfdebejaardc Van
Xu
cnStrakscrEmmanuël Dc Bom
aan ecnuitgcbreideromanovcrzijngeboortcstad.•\ntwcrpcn.Nu
ishctboekondcr dctitel,,net1^ndvanMambeloke”(15)47)vcrschencn. Het brengt de geschicde- nis van eenklcermakersfamilie, gcstcld tegende achtcrgrond vanhet opcnbare leven indeScheldestadenlx;heerstdoor dcfiguur van dekoetsier Hambelokc, die als ecn verpersoonlijking van dc volkse gcest van Antwcrpen optrcedt.Hct werk is merkwaardig als zedcnschildcringvan de klcine burgerij in ons land, maarmist de bezieldlicid dic het kcnmcrk is van een kunstwerk, dat uit ecn onwcerstaanbarc scheppingsdrang is ontstaan.
Valêre
Dcpauw
lict hct twccde deel van zijn trilogie over de mcchanisatie van detcxticlnijverheid en hct ontstaanvan de arbcidersl)ewegingin ons land ver.schijncn. Het iK-ct ,,Niet versagen, Mathias” (15)48) en handclt over de strijddiedeweettabrikant .Mathias^’ieringcrinoet voerenom
zijnconcurenten te wcerstaan. Terzclfder tijd wordt op een indrukwekkcnde manicr de ont- vsikkeling van de socialistische vakvercnigingen ge.schctst.Depauw
is geen machtig talcnt en gccn sterk taalkunstenaar; toch hij slaagt crinom
eerlijk cn waaraclitig mcnsen cn tocstandcn uit te beeldcti.Om
dit ovcrzichtvan onze prozakunstte iK'sIuiten,vestigcn wij nogeven dc aandacht op eentwcctalromansvan .Astcr Berkhof,eenjongere, dieinweinige jaren een vcrblufiend mecstcrschap in hct schrijven van ontspanningsliteratuur heeft bercikt. Zijn lioekenzijnbwiendvan inhoud cninccnvlotteenverzorgdestijl gesteld; zijn karakteit.'kening is vcrantwoord cn natuurlijk; maar zijn gegevens zijn steeds zodanig gekozcn, dat cr meer met de vvenscn van een bcpaalde soort lczcrs danmct de eisenvan de vvaarachtigheid wordt rekcning gehoudcn. Van
hem
zagen ,,Botsen inde Storm” (19f7) en„De
Houtvester vanSt.Gallen” (1,‘>48)hetlicht.Terloopshebben wij reeds aangestipt, dat ernoggecn tekcnenzijn, die latcn verhopen, dat de inzinking die onze poëzie sedert de iKvrijding doormaakt ten einde loopt. \ooral de jongcren blijven in gebrekc en geven blijk van zulkdanig gemis aan persoonlijklieid, dat luin wcrk slechts ecn wecrgalm is
van de voorlieelden dic lien iKïnvloed liebben.
Op
een totaal van ongcvecr twintigbundels,komen erampcrtwee voor, die werkclijk belangrijkzijn.De
eerste, ,,N'ajaarvan Hellas” (15)47) is vandiehand van .AntonVan Wiidcrode, dieinditwerk de bronnen van deKurope.seiKschavingblootlcgtenzic'iafvraagt ofinons werelddeelnogdekraclitenen dewiltotecnoverwinning op de machten van deondergangaanwezigzijn. Van Wilderodeheeft z.icheen eigenuitdruk- kingswijzegcscliapen, inteliectueel, rhythmisch zuiver, en zo rijk aan klank en beeld,dat wij niet aarz.elen„Najaar van Hcllas”naast debeste Vlaainsepoëzie uit liet vcrleden kwarteeuw te leggcn.
Van Maurice Roelants verscheen ,,Pygmalion” (15)47), ecn vcrzamcrmg
Strofiscliegedichten omlieen hetbckende mythologische motief, die, romanti.sch naarde inhoud enklassieknaardevorm, aan een gevoel vanstoï,schemeewarig- heid mctdetragiekvan de menselijke staat uitinggeven.
Vcrder verdicncn enigebelangstelling „Verz.cnvan Gedachtenis” (1.947) van Achiel I.eys, ,,Op het Kspalier der Maanden” (1.948) van René Verbeeck, ,,1’reludium” (15)47)van NicVanBeeck cn ,,PygmaÍion” (15)47)van de debutant AugustVercauteren.
toneelgebiedkennenwijgcenenkelenieuweuitgave, diezelfsmaarmiddel- matigis. Onz.eofiiciëleschouwburgenen veel liefbeblier.skringcndoennoclitans lofwaardigc pogingen
om
werk van Vlaamse sclirijvers voor het voetlicht te95
brengen. Erverscliijntevenwel nietsdatoppeil staat, zodattijdensbetlaatste toneelseizocndenieestebijvalwerdbeliaaldnietdiespelenvanGastonMartens, die ongeveer twintig jaar geleden gesclireven werden.
Ook
de oogst aangoedestudicsoveronderwerpeninbetrekkingnietdeletter- kundeisnietovervloedig geweest. ClementBittremieuxpubliceerdeeenscherp- zinnige studie „F. N. Van Eyck” (1947), die de Hollandsedichter allerecht laatwedervaren enM.
E.Tralbautvertelde,telanguitgesponnen entegemeen- zaam van toon, zijnpersoonlijke hcrinneringen aan EelixTimmermans
in„Zo
wasde Eée” (1.948), eenboekdat er veel toebijdragen kan,om
dc figuurvan onzebcroemderomancierjuisterte lerenkcnnen.Allessamenis lietgeenschitterendjaargeweest.